Vrijdag 9; Onzichtbaar in het Muziektheater

Het slechte zicht bij de opvoering van de opera Ada in de Rai in Amsterdam twee weken geleden leidde tot een schandaaltje. Tientallen bezoekers eisten luidruchtig hun geld terug. De dirigent, maestro Raffa, vond de reactie van de kwade operaliefhebbers overdreven. Ze moesten niet zo zeuren, vond hij, want in het beroemde amfitheater in Verona zag een kwart van het publiek ook niets.

Maestro Raffa koos een ongelukkig voorbeeld. Misschien dat degenen die in Verona de duurste kaartjes kopen en daardoor op stoeltjes op de bodem van het amfitheater terecht komen, de Ada niet kunnen zien als ze achter een lang iemand zitten met een geweldige bos haar. Maar degenen op de tribunes, die het grootste deel van het publiek uitmaken, kunnen zonder uitzondering het spektakel goed zien. Het bouwen van theaters kon men met een gerust hart aan de Romeinen overlaten.

Waarschijnlijk kent Maestro Raffa het Amsterdamse Muziektheater niet, want anders had hij dit wel als ongunstig voorbeeld genoemd. Over de armzalige akoestiek van de zaal is al heel wat afgeklaagd, maar wie de pech heeft op de laatste rij in de zaal terecht te komen, ziet ook een deel van het toneel niet. Dit overkwam me onlangs. Nadat ik me had neergevlijd in de fauteuil, merkte ik tot mijn schrik dat ik de bovenkant van het decor niet kon zien. Het overhangende balkon nam een groot deel van het zicht weg. Bovendien had ik de pech dat ik naast de muur zat die schuin de zaal inloopt. Die ontnam ook nog het zicht op het linkerdeel van het toneel.

Hoe onderuitgezakt ik ook ging zitten, ik kon niet vaststellen waar het bouwwerk op het toneel ophield. Het diep vooroverbuigen, waartoe ook de toeschouwers op de rij voor mij overgingen, hielp evenmin: de bovenkant, waar zich toch heel wat afspeelde, bleef onwaarneembaar. Dat er zoiets als boventiteling bestond, hoorde ik pas in de pauze.

Misschien waren de toeschouwers op de laatste rijen er al aan gewend. Er was in ieder geval niemand die morde, laat staan zijn geld terugvroeg. Men onderging zijn lot gelaten en luisterde met geloken ogen naar de muziek, die overigens prachtig was. Maar de conclusie was duidelijk: het bouwen van theaters kan men beter niet aan Cees Dam overlaten.