Verslag

De volgende dag werd een onbeheerd egeltje aangetroffen. We namen hem welwillend in ons midden op. Hij had zich opgerold. Hij liet de wereld aan zijn jonge stekels over.

We zaten tussen onze tenten in een kring: zestien tweedejaars biologie uit Nijmegen, twee docenten en een enkele supporter. Er werd verslag gedaan. Verslag van onderzoek. Van vissen, vogels en zoogdieren. Van slakken, libellen, spinnen en vlinders. Van kikkers, hagedissen, schildpadden en slangen.

Er werden vragen gesteld. Er werd een gooi gedaan naar wetenschap. Waarom het ene beestje hier, het andere beestje daar. Want dat is ecologie: besef van samenhang.

Zestien namen. Zestien gezichten. Zestien stemmen. Van luie onverschilligheid tot brandende ambitie. Van bang proberen tot achteloos gemak. Van de brutale buitenkant tot het veilige midden. Op één van deze namen zou in een jaar of tien misschien een mooi, natuurbeschermend proefschrift staan.

De middagzon werd avondzon. Het egeltje was allang uit zijn schulp komen kruipen.

Hij liet zijn poten zien, naar vorm en kleur de pootjes van een olifant. Hij stak zijn snuitje uit. Hij gluurde om zich heen en snuffelde. Er was iets vaags aan hem, iets zachts, iets onbestemds.

Het vage, zachte, onbestemde van de jeugd. Dat weet je toch nog wel?