Roomse jeugd

Graag wil ik reageren op 'Hersenspoeling', een bijdrage van Rudy Kousbroek (CS 2-7) waarin hij zich afvraagt hoe het mogelijk is dat groten op gebied van taal en letterkunde, als daar zijn de heren Van Duinkerken, Van het Reve en Fens zich met vuur of nostalgie uitlaten over de voortreffelijkheden van roomse jeugd en roomsheid in latere levensfasen. Zoetelijkheid en Sinterklaasdom lijken te overheersen in rooms verleden en heden.

Hoe vreemd en hoe contrastrijk zijn dan de herinneringen aan een vergelijkbaar verleden, beschreven door vrouwelijke auteurs als McCarthy of Antonia White, over de - waarschijnlijk Ierse - nonnenpraktijken ten aanzien van roomse meisjes.

Zou Fens een antwoord hebben, een manier om een contrast in roomse herinnering te overbruggen? Zeker wel, maar niet uit eerste hand, niet uit eigen bewuste ervaring. Wie heeft in jeugdherinnering gelijk: de roomse heren, met hun herinnering aan roomse sinterklaastijd, of de vrouwen met hun herinnering aan geestelijke en lichamelijke mishandeling in naam van diezelfde roomsheid?

Mijn antwoord is: beiden. In de traditionele roomsheid was en is de plaats voor mannen en die voor vrouwen radicaal verschillend. Globaal gezegd: mannen kunnen paus worden, en andere posities bekleden in de geestelijke hiërarchie en vrouwen niet, mannen vertegenwoordigen de spiritualiteit en het intellect van de jezuët en vrouwen niet.

Zij zijn de onderdanigheid, de gevallen dochters van Eva, in twee soorten: de seksueel-gebonden kuisheid van het huwelijk met de man die haar leidt.

Of de a-seksueel gebonden kuisheid van de non die gehuwd is met de Godman Jezus. Waarbij de non het ideaal van de spirituele en intellectuele bijna-man het dichtste benadert. En vandaar wellicht de vileine agressie van nonnen tegen jeugdige mede-vrouwen, die man-achtige trekken vertonen, in de zin van onafhankelijk willen worden, intellectueel, zeg maar: vrij. Ik ben benieuwd naar het antwoord van de heer Fens.