Roomse jeugd (2)

In het CS van 2 juli uit Rudy Kousbroek zijn verbazing over Kees Fens' uitspraak met betrekking tot de "ouderwetse gedegen roomse opvoeding'. Die opvoeding kent Rudy Kousbroek uitsluitend in de vorm van de preutse, achterbakse politiestaat zoals onder anderen Mary McCarthy die schetst en die voortkomt uit het fundamentalisme van het roomse machtsstreven, dat vaak fascistode vormen aanneemt.

Dat was waar de christen-humanist Anton van Duinkerken (ze bestaan echt, al zijn ze schaars) zich in de dertiger jaren tegen verzette, hetgeen hem kwam te staan op een reprimande uit NSB-kring, waarin hij werd aangeduid als de "zich katholiek noemende Van Duinkerken'. Zijn reactie was het inderdaad zinderende gedicht "Daarom mijnheer, noem ik mij katholiek'. Dat woord "katholiek' is in dit verband dus juist niet vervangbaar door "nationaal socialist of iets van gelijke onoorbaarheid'. Van Duinkerken was inderdaad corpulent en hij zal ook wel getranspireerd hebben, in dit verband echter zijn zweterige dikzakken met een gedegen roomse opvoeding verre te prefereren boven afgevaste fanaten als een Pius XII of de door Kousbroek zelf genoemde Gijsen.

Mijn eigen gedegen roomse opvoeding in een seminarie heeft mij behalve een grondige haat tegen het machtsbeluste instituut kerk toch ook een aardige culturele ondergrond bezorgd.