Mijn vader

Mijn vader raakte weer eens geblesseerd,

dit keer had hij zijn knie lelijk bezeerd.

De dokter heeft hem toen met klem gezegd:

Dat voetballen is afgelopen, echt,

jij zet geen voet meer op dat voetbalveld.

Mijn vader heeft zijn club toen opgebeld

en uitgenodigd voor een afscheidsfeest.

Zijn hele leven was hij lid geweest.

Dat afscheidsfeest leek wel zo'n thuiswedstrijd

waarbij je makkelijk met 3-0 leidt

en dan toch nog met 3-4 vies verliest.

De spits gaf me een hand. Jan, zei hij triest,

weet je dat ik nu al je vader mis...

Jeetje, het leek wel een begrafenis.

Mijn vader stond te staren in zijn bier

en niemand van de spelers had plezier.

Dag mannen, zei mijn vader met een zucht,

dag zondagochtend in de buitenlucht,

dag doelverdediger, dag hele ploeg,

dag voetbalschoenen die ik altijd droeg,

dag corner, kopbal, doelpunt, paal en lat,

dag grasmat, ook al was hij nog zo nat,

dag allemaal, bedankt voor 't samenspel,

het allerbeste met de club, vaarwel...

Toen is de penningmeester opgestaan

en zei: Wij laten jou niet zomaar gaan.

Mannen, dit is te gek, als dat niet waar is,

wij maken hem tot onze secretaris!

Mijn vader staat nu langs het voetbalveld,

en ook al is hij dan geen voetbalheld

en heeft gewone kleren aangedaan,

hij heeft zijn ouwe voetbalschoenen aan.