Met zachte drang uit ideaal verdreven

VUGHT, 9 JULI. Triest vooral was de aanblik toen gistermorgen verhuizers onder bescherming van vijf in zomertuniek gestoken politiemannen aan de slag waren met het ontruimen van vier wisselwoningen in het Molukse woonoord Lunetten in Vught. In kleine groepjes stonden de bewoners toe te kijken: de ouderen vooral zwijgend; de jongeren, van wie sommigen met van woede lijkbleek vertrokken gezichten, machteloos schreeuwend, voornamelijk van een afstand: “Bosniërs opvangen in uitgerekend de Van Heutzkazerne in Den Bosch, lekker eten, zuipen en slapen en deze mensen die vochten voor Nederland hier zo maar de straat opsmijten”, werd geroepen. Dreigde een van de omstaanders te agressief te worden dan werd hij door de eigen mensen tot kalmte gemaand. Op een pamflet op een van de wisselwoningen stond: “In dit kamp geen toegang voor civiele politie, alleen toegang voor militaire instanties”, wat terugsloeg op het KNIL-verleden van de halsstarrigen.

Ook de agenten van de Vughtse politie ervoeren de ontruiming als een vervelende onderneming: “Laat het in godsnaam zo rustig blijven als nu”, zei een jonge politieman, “want aan vechtpartijen hebben we niks.” Dat zou alleen maar leiden tot escalatie, ook in de toekomst.

Even na twaalf uur stonden de spulletjes uit de laatste van de vier ontruimde wisselwoningen op straat en twee uur later zag men op de weg naar Tilburg de diepladers met daarop twee van de woningen derwaarts rijden.

Toen de middag al ver heen was, het strijdtoneel verlaten en de ogenschijnlijke rust in het kamp was weergekeerd zag men jonge Molukkers in de weer met de dozen, een blikken legergroene koffer waarop het regimentsnummer van de soldaat eerste klas Nasarany in het voormalige Koninklijk Nederlands Indisch Leger, de kisten en het meubilair. Op een bank zat de oude Nasarany met zijn vrouw: de benen in een spijkerbroek, maar de schouders gehuld in het KNIL-jasje dat de decennia had doorstaan. Hij maakte enige verstramde marcheerpassen. Maar de spullen gingen niet naar de nieuwbouwwoningen elders in het woonoord, maar naar het katechisatielokaal annex Herormde Kerk, waar drie gezinnen van de dominee asiel hadden gekregen en waar ze zullen blijven totdat hun eisen zijn ingewilligd.

De kerk ligt in de enige nog overgebleven barak in het woonoord, waar ze in 1951 na hun tijdelijke "opzending' naar Nederland werden ondergebracht. Want al leek het erop dat ze tevergeefs en misschien ook wel tegen beter weten in het laatste gevecht met de staat hadden verloren, in hun geesten was dat anders. Ze zouden blijven vechten voor hun rechten waarop ze als oud- KNIL-soldaten nog altijd aanspraak maken en die volgens hen onder meer inhouden dat de staat tot hun laatste snik de woonkosten blijft betalen.

Het was immers die staat die hen naar Nederland had opgezonden, zoals het werd genoemd, met de belofte aan de oud-Knillers van een overstap naar de Koninklijke Landmacht. Maar nauwelijks had het eerste schip de zee bereikt, zo vertelde gisteren een kind van een van de halsstarrigen, of er werd hen een "ontslagvodje' in de handen gedrukt, wat overigens niet haar vader betrof. De ontslagvodjes zouden zoveel reacties hebben opgeroepen dat ze daarna niet meer op de schepen werden uitgedeeld. Maar toch was in hun ogen het grote verraad begonnen dat zich later als gif zou opstapelen in hun geesten. Totdat ze gisteren na een gerechtelijk bevel en onder zachte drang uit die wereld van een ver en vermoedelijk wel altijd onbereikbaar ideaal werden verdreven, zij het dus nog altijd niet helemaal.