Jonge radicalen delen alleen een "soort gevoel'

De BVD spreekt over het "Umfeld van RARA'. Autonomen, anti- imperialisten, krakers of radikaal links - al meer dan vijftien jaar leeft in ons land een beweging die zich niet in definities laat vangen. Wat is er veranderd? Wat is er gebleven? “Het is geen beweging, meer een gevoel.”

AMSTERDAM/ UTRECHT, 9 JULI. Nee, die verklaring van RARA hebben ze nog niet gelezen. Hoeveel, tien velletjes? Pff, veel te lang. Bij de info-winkel beneden liggen stapels van dat soort moeilijke teksten. “Ik wou dat ik zoiets ooit in één avond kon lezen”, zegt Anne (19). “Ach”, valt Jan (23) haar in de rede. “Die dure woordkeuze. Dat is gewoon elite-vorming.”

Vijf bleke gezichten in een donkere ruimte. Als nieuwe aardappeleters zitten ze om de tafel waarboven slechts eén peertje brandt. Buiten schijnt de zon op de Utrechtse Ganzenmarkt. Binnen een ruimte vol flesjes, stoelen, dozen. Een winkelkarretje hangt hoog tegen de balken gesjord. De schijnbaar ongerichte verzameling straatprullaria die al meer dan een decennium onderdak vindt in het interieur van elk "kraakpand' heeft ook hier een vaste plaats gekregen.

Anderhalf jaar geleden hebben ze dit pandje op de stad veroverd. Met balken, karton en hout zijn kamers gebouwd. De opslag van een voormalige beddenwinkel is hun ruimte geworden. De gesprekken gaan over het Utrechts kadaster en de bus naar de flikker-demo in Berlijn die niet kwam. En over het kraakspreekuur in de wijk Lombok dat vanavond voor het laatst wordt gehouden: “Het zit daar nu helemaal volgekraakt.”

De bom die vorige week een deel van het ministerie van Sociale Zaken verwoestte lijkt lichtjaren van hen verwijderd. Het is gewoon óók een actie. Een "heftige' actie, dat wel. Niet zoals een paar verfbommen tegen een kantoor van Centrum Partij. “Hún actie komt wel in de krant”, stelt Willem (23) vast met een tikkeltje afgunst. Maar wat zouden ze er verder nog over moeten zeggen? Hun instelling is praktisch. Gewoon in je eigen leven "iets doen waar je tegenaan loopt'. En iedereen doet het op zijn of haar eigen manier. “Je sluit elkaars acties niet uit. Ook al ben je het misschien niet altijd met de methode eens”, zegt Willem.

Voor de burgo's is het soms moeilijk te vatten. "De' beweging bestaat niet. Ze geven geen officiële verklaringen uit, hebben geen vaste structuren. Je kunt geen "lid' worden, er is geen "program', er zijn zelfs geen regels: “Je leeft niet voor de beweging, maar je beweegt in je leven. Je knokt voor een goed leven voor jezelf en voor anderen ofzo”, probeert Jan het onnoembare uit te leggen.

Overal in Nederland bestaan ze. Groepjes jongeren in kraakpanden, aangekochte panden, café's, alternatieve boekwinkels, groentenwinkels of gereedschapsuitleen. Verschillende mensen, die met verschillende dingen bezig zijn: milieu, anti-militarisme, derde wereld, vluchtelingen, kraken. Samen bevolken ze de planeet die "beweging' wordt genoemd. “De enige overeenkomst is een soort gevoel”, zegt Jan. “Je denkt een beetje hetzelfde. Je helpt elkaar. Maar je zit er niet de hele dag over te discussiëren.”

Gut, hoe ging dat bij hem. Je bent gewoon tégen, op school word je punk en je gaat in een kraakpand wonen. “Je hebt bepaalde ideeën dat de wereld van iedereen is en dat iedereen hier moet kunnen wonen.” Dan heb je de staat of hoe het ook heet. Die zeggen dat illegalen en asielzoekers profiteurs zijn en weg moeten. “Er is een hetze aan de gang, ook tegen de jongeren.” Tempobeurs, bijstand weg, het Jeugdwerkgarantieplan. “Volkomen een luchtkasteel”, zeggen de gezichten rond de tafel. Jan is "principieel baan-loos'. Wim studeert en is "free-lance' kraker. Anne werkt in het kraakcafé. “We hebben dus genoeg te doen.”

Op 8 mei zijn ze naar de jongerendemonstratie in Den Haag gegaan. Het ME-optreden verbaasde hen niet. “Je hebt toch wat meer ervaring met klappen”, zegt Jan. Wat doe je dan, je verdedigt je en roept niet: "geen geweld'. “Het was toch wel gaaf om te zien hoe die studentjes ook opeens uit woede stenen pakten”, zegt Willem en rolt een shaggie.

Soms lijkt het of er nooit een geschiedenis heeft tussengezeten. In hun praktische instelling , gebrek aan capsones lijken ze een kopie van de vroege krakers begin jaren tachtig zoals die beschreven staan in het boek "Bewegingsleer' van de schrijversgroep Bilwet. Hierin wordt de geschiedenis van de Amsterdamse kraakbeweging van binnenuit beschreven. Het was de tijd van "retteketet we zijn gekraakt'. De tijd van het barrikaderen van kraakburcht De Groote Keyser, de tanks in de Vondelstraat, de massale rellen.

Later wordt het de tijd van het grote vergaderen. De eindeloze dsky's zoals het in het toenmalige weekblad Bluf! heette. De organisatievorm, de actiemiddelen, het waarom en het waarnaartoe? En dan komt ook de "bonzenwaan'. Een klein clubje uit de Staatsliedenbuurt begint de beweging te terroriseren. Ze voeren "zuiveringen' door en plakken gezichten van hun kameraden op posters met de tekst "verraders' door de stad. Mensen worden in hun huizen bedreigd en mishandeld. Ten slotte werd het handjevol bonzen letterlijk de beweging uitgeramd.

De beweging heeft zich verspreid. Een deel is afgehaakt. Anderen werden actief op nieuwe terreinen. “Ze zijn bereid tot iedere solidariteit”, schrijft Bilwet. “Ze koken ervoor in hun restaurants, zetten kollektebussen op de bars van hun koffieshops, bezoeken benefiets.” De "prikactie' werd de nieuwe radicale actievorm. “Wij wilden geen verandering in de defensiebegroting”, zegt een actievoerder van de anti-militaristische groep Onkruit in het boek Bewegingsleer. “Door een geheim te stelen wordt het openbaar. Door iets kapot te maken is het kapot. Dat was het soort verandering dat wij wilden.”

In het Amsterdamse kraakcafé Vranckrijck hangen de schaduwen van de oude beweging. De muren volgepleisterd met Shell uit Zuid-Afrika, gevangen Basken. Jong en oud vermengen zich in hun tijdloze survival-outfits van mossige kleren, viltige haren. Maar er is geen heimwee, geen nostalgie. “Je merkt dat vooral de politie ervan heeft geleerd”, zegt een jonge kraker. “Zodra je een bedspiraal tegen de deur hebt gelast komen ze bij een ontruiming met de ME”. Hij haalt zijn schouders op onder zijn leren jas. “Ja, en wat doe je dan?”

Met de bonzen is afgerekend, er is geen "voorhoede', geen groepen die "de beweging' naar hun hand willen zetten. Geen documenten meer, zoals ten tijde van de groep in de staatliedenbuurt waarin de "gehaktballen van de beweging' wordt voorgeschreven waar het naartoe moet. Een blad als het Amsterdamse NN veeleer een tam tam, een vergaarbak voor nieuwtjes dan een disdussieplatform voor "de beweging.'

In deze "diffuse' situatie ontploft de nieuwe RARA-bom. De knal wordt gevolgd door lange teksten. “Die bom is als het luiden van de kerkklokken voor de preek”, zegt een oude kraker. De "kommunikees' die elkaar in ijltempo opvolgen, lijken dan ook vooral op "de beweging' gericht. “Links (..) is nauwelijks nog bij machte iets zinnigs over de lippen te krijgen”, schrijft RARA. De groep beseft dat "een nieuwe golf van massaal radicaal verzet niet per proclamatie is af te roepen'. Toch besluit ze haar preek met de hoop dat de bom hieraan bijdraagt.

En hier zit hem de tragiek van RARA. Aan de jongeren gaat de preek volledig voorbij. De ouderen halen geërgerd hun schouders op. De plotselinge toesnellende stroom journalisten wordt weliswaar klassiek bejegend met de houding van de schelp die zich sluit. Toch is het niet voor niets dat een groep als het Amsterdamse Autonoom info/axie centrum in een drieregelig ANP-bericht stelt dat de aanslag “niets bijdraagt aan de positie van illegalen.” Door hard werken en taaie actie is het deze groep gelukt het Amsterdamse grenshospitium voor asielzoekers op de politieke agenda te krijgen.De Haagse aanslag werd in isolement voorbereid, maar de consequenties zijn voor de hele beweging.