Hoogmoed komt voor de val

AMSTERDAM, 9 JULI. Het meest kenmerkende van de afgelopen twee weken was de terugval van de Franse franc binnen het Europese Monetaire Stelsel (EMS). Deze terugval kwam vooral ten goede aan de D-mark. In de vorige verslagperiode prees de Franse centrale bank de eigen munt nog aan als kandidaat voor de verkiezing tot anker-valuta van het EMS, eventueel ex aequo met de D-mark. In het verlengde hiervan liet de Franse minister van Financiën zelfs weten een bijeenkomst van de Franse en Duitse monetaire autoriteiten te willen gebruiken om een gezamenlijke renteverlaging voor te bereiden. Hiermee wilde hij "het ex aequo' van de franc en de D-mark en tevens van de Banque de France en de Bundesbank voor het oog van de wereld vastleggen.

Doch deze hoogmoed moest duur worden betaald. De Duitse collega-minister reageerde onmiddellijk met het afzeggen van de geplande bijeenkomst, daarmee impliciet aangevend niet gediend te zijn van inmenging in binnenlandse monetaire aangelegenheden. De markt vroeg zich inmiddels terecht af hoe de opmerking van de Franse minister te rijmen is met het Franse "commitment' aan een politiek-onafhankelijk rentebeleid. Toen ook nog eens duidelijk werd dat in Frankrijk de druk toeneemt om met begrotings- of monetair beleid wat aan de stijgende werkloosheid te doen (inmiddels 11,5 procent van de beroepsbevolking), nam het vertrouwen in de franc zienderogen af.

Tegelijkertijd werd het geschonden imago van de D-mark juist weer lichtelijk opgepoetst door de presentatie in Duitsland van een vertrouwenwekkend bezuinigingspakket en tekenen van een "outbottoming' van de recessie aldaar. Het lag daarmee voor de hand dat beleggers uit francs stapten en voor de Duitse munt kozen. Verkopers van Franse obligaties incasseerden daarmee tevens de forse koerswinst die zij in de afgelopen weken op het Franse papier hadden behaald. Het Frans/Duitse renteverschil op de geldmarkt is als gevolg van deze verschuiving in een week afgenomen van 60 naar 18 procentpunt (Frankrijk lager) en op de kapitaalmarkt in twee weken toegenomen van 3 naar 22 procentpunt (Frankrijk hoger).

Door de oplopende spanning in het EMS stapten marktpartijen voor de zekerheid ook uit andere "verdachte' munten, waaronder de Deense kroon. Ook de peseta moest vanochtend de koerswinst van de afgelopen dagen weer prijsgeven. De Spaanse munt had eerder juist geprofiteerd van de inschatting van menig marktpartij dat het hoge rente-écart op de kapitaalmarkt tussen Spanje en Duitsland (bijna 3,5 procentpunt) geen stand kan houden, waardoor in Spanje een koerswinst is te behalen. Ten slotte liet ook de lire, momenteel geen actief EMS-deelnemer, een flinke veer.

Als gevolg van deze toestroom vanuit de zwakkere munten zoals de Franse franc steeg de D-mark ook ten opzichte van de andere EMS-munten enigszins in waarde. Zo bedroeg de gulden/DM-koers vanochtend 1,1242 gulden, vergeleken met circa 1,1215 gulden in de maand juni. Bij deze koersontwikkeling is de ruimte voor zelfstandige Nederlandse renteverlagingen, om andere dan technische redenen (te klein verschil tussen belenings- en voorschotrente), behoorlijk geslonken.

De vraag is of de franc de nieuwste loot wordt aan de stam van EMS-slachtoffers en zal moeten devalueren. Veel zal afhangen van de beleidsmakers aan beide zijden van de Rijn. Belangrijk is dat de Fransen de twijfel aan hun begrotings- en monetaire discipline overtuigend ontzenuwen. Mocht dit in onvoldoende mate lukken, dan bestaat altijd nog de mogelijkheid dat de landen in het DM-blok (Duitsland en de Benelux) te hulp komen met een verdere verlaging van hun geldmarkttarieven, die dan uiteraard niet gevolgd kan worden door Frankrijk. Maar of deze verdedigingslinie voldoende zal zijn, blijft de vraag. Het recente verleden heeft immers aangetoond dat, als de markten het vertrouwen in een munt eenmaal verliezen, er "geen houden meer aan' is.

De in de verslagperiode doorgevoerde renteverlagingen op het Europese vasteland hebben het geleidelijke herstel van het Britse pond een nieuwe impuls gegeven. Inmiddels is de munt minder dan een dubbeltje verwijderd van de koers waarop het indertijd het EMS verliet (2,95 gulden). Mocht de koers inderdaad de oude EMS-ondergrens gaan naderen, dan is een Britse renteverlaging ter beteugeling van de koersstijging niet ondenkbaar. Immers, de economische herstelmotor hapert de laatste tijd enigszins. Het duurder worden van de Britse exporten zou dit alleen maar verergeren.

Ook in Japan is een renteverlaging binnen afzienbare tijd niet ondenkbaar, nu de politieke impasse aldaar het economische herstel en het daarvoor benodigde stimuleringspakket van de overheid naar achteren schuift. De politieke situatie in Japan was een van de redenen voor de lichte koersdaling van de yen in de afgelopen weken.

Bron: Economisch Bureau ING Bank