"Heerlijke spontane jongen met vuur' wint etappe in Tour; Skibby voortaan stressbestendig

EVREUX, 9 JULI. Een Deense huisvriend is psycholoog. Die had hij graag meegenomen naar de Tour de France. Om hem rustig te maken. Om hem af te leren onophoudelijk het succes na te jagen. Want dat geeft stress, weet hij, en daar schiet je niets mee op, daar word je alleen maar ziek van.

Evreux, acht juli. Jesper Skibby heeft geen geestelijke hulpverlener meer nodig. Als een raket demarreerde hij gisteren uit het Tourpeloton. De solist stampte zevenhonderd meter op de pedalen en won de vijfde etappe. Vijf keer eerder in de Ronde van Frankrijk werd hij tweede. Vorig jaar miste hij een kans op de ritzege voor open doel, toen hij op weg naar Koblenz zijn kader zag breken. “Misschien”, lispelde Skibby bij de finish, “heb ik mijn grote doel eindelijk bereikt omdat ik niet echt hoefde. Er is bij TVM niet één keer iets tegen me gezegd van: "jij verdient zo veel geld bij ons, dus je moet winnen.' Ze raadden me eerder aan voorzichtig te zijn, op me zelf te passen. Logisch wel, want ik ben dit jaar lang uit de competitie geweest wegens dat ongeluk.”

Skibby doelde op zijn gruwelijke valpartij in de Tirreno-Adriatico, in maart. De Deen spurtte in de vijfde etappe fel mee om de bonificatie-seconden, ten einde de leiderstrui van Maurizio Fondriest terug te pakken. Hij sloeg tegen het wegdek, liep een dubbele schedelbreuk op en werd, “meer dood dan levend” zoals hijzelf zei, naar een Italiaans ziekenhuis vervoerd. Dit is het einde van mijn carrière, spookte het door het hoofd van de 29-jarige profrenner. Maar het genezingsproces verliep beter dan hij verwachtte. Toen hij zelfs vrij vlot mocht worden vervoerd naar een Eindhovens ziekenhuis, werd hij prompt ongedurig. “Ik moest daar plat blijven liggen”, herinnerde de in Geel woonachtige renner zich nog, “ik wilde naar de wc lopen, maar dat mocht niet van de zusters. Ruzie dus, want ik kan niet op zo'n po schijten. En ik wilde bovendien zo gauw mogelijk weg bij al die witte jassen.”

Ploegleider Cees Priem van TVM wist nog dat het “bijna onmogelijk” was om Skibby lang in het ziekenhuis te houden. “Hij is een jongen met vuur”, vertelde Priem. “Ik overdrijf nu een beetje, maar ze moesten daar hem als het ware vastbinden. Thuis op bed rusten, dat was ook een hele opgave voor hem. Hij wilde zo snel mogelijk weer op de fiets.” Pas zes weken geleden fietste kibby zijn eerste race, een Belgische kermiskoers. Daarna trok hij van wedstrijd naar wedstrijd. Priem: “Hij reed vóór juli een hele Tour om in vorm te komen. Hij verdiende daarmee een plaats in onze ploeg. Ongelooflijk dat hij er zo snel weer staat. Echt, ze hebben hem in Italië dood van de straat geraapt.”

Eerder, veel eerder kwam Skibby bij een andere spectaculaire val uitgebreid in het nieuws. In 1987 was de jonge Deen gedemarreerd in de Ronde van Vlaanderen, waarbij hij zich op de steile Koppenberg vertrapte en omver viel. Een volgauto met een commissaris reed meteen zijn achterwiel aan flarden. Skibby wist het zich gisteren nog precies te herinneren. Na even te hebben gevloekt zei hij daar “gekke souvenirs” aan te hebben overgehouden. “Alle gazetten openden het sportgedeelte met die sensationele foto van mij. Plus een smeug verhaal. De winnaar Claude Criquielion kwam pas op de tweede bladzijde aan bod. Dat was wat overdreven. En dan die supporters. De eerste week na dat incident riepen ze overal: hoe is het met je fiets? Ha, ha, ha, lachte ik dan. De tweede week vond ik die vragen al minder leuk. Maar als je zes maanden later nog zo iets moet horen als, "heb je nou al een nieuwe fiets gehad', dan word je daar gek van.” En er volgde weer een vloek.

Skibby is ongetwijfeld een talent - hij won ooit twee ritten in de Ronde van Spanje - maar hij heeft één grote zwakke plek: hij mist koersinzicht. Als het aan de Deen ligt “vliegt” hij er elke etappe voortdurend in. Met oogkleppen op. Priem: “We proberen hem in toom te houden. De ploegmakers hebben de opdracht hem af te remmen als hij op het verkeerde moment wil aanvallen. "Rustig Jesper, rustig' zeggen ze dan. Wordt ie tureluurs van. Laatst liet hij zich uit het peloton naar mijn auto terugzakken en toen schreeuwde hij: "Wanneer houden ze nou eens op met dat betuttelen?' Een heerlijke spontane jongen, eentje met lef. En met mogelijkheden. Had hij de Tirreno gewonnen, wat Fondriest nu deed, dan zou hij wellicht ook voor een stunt hebben gezorgd in Milaan - Sanremo. Waarom niet? Hij is een pechvogel maar hij kan aan het einde van een rit een gat slaan. Hier in Evreux koos hij het goede moment, vaak is zijn timing verkeerd en gaat hij de mist in. Ook deze Tour. Ondanks al onze adviezen. Ik hoop dat we vandaag het keerpunt beleefden.”

De TVM-ploeg trok gisteren de champagneflessen open. Na een bedroevend slecht voorseizoen is de formatie aan de beterende hand. De oude Dag-Otto Lauritzen zorgde in mei voor de eerste zege (een rit in de Vierdaagse van Duinkerken), Eddy Schurer imiteerde hem in de Driedaagse van De Panne, Danny Nelissen won een ritje in Baskenland en Tristan Hoffman pakte een dagprijs mee in de Ronde van Zwitserland. “TVM is weer een familieploeg”, grapte Priem in Evreux. Dat is met name het geval sinds de afwezige Einzelgänger Gert-Jan Theunisse met zijn gezondheid tobt en sponsordirecteur Bos zich niet meer zo dicht in de buurt van de renners ophoudt.

Priem optimistisch: “We gaan deze Tour nog meer laten zien.” De bejubelde Skibby sloot zich daarbij aan. Want hij is boordevol vertrouwen. “Rustig zijn”, zei hij in Evreux, “daar draait alles om. Rustig zijn in het peloton. Kalm blijven tot het moment daar is. Ik begin het te leren, geloof ik. Privé heb ik al rust gevonden bij vrouw en kind. Thuis is er ook rust. In Geel maar vooral in Karrebiksminde, mijn Deense stekkie. Last van niemand.” Weer een vloek. “Vroeger woonden we bij Kopenhagen, godverdomme. Geen stille plek en elke dag een hoop vrienden en bekenden over de vloer. Gestoord werd ik ervan. Mijn vriendin dreigde er compleet zot van te worden.”