G-7: aanpak werkloosheid moet beter

TOKIO, 9 JULI. Een behoedzaam macro-economisch beleid is onvoldoende om de recessie te bestrijden. Structurele maatregelen zijn nodig om de “onaanvaardbare hoge” werkloosheid te verminderen. Succesvolle afronding van de "Uruguay-ronde' over handelsiberalisering heeft de “hoogste” prioriteit.

Dat zeggen de zeven leiders van de zeven rijke industrielanden (G-7) in hun vandaag op de wereldtop in Tokio uitgegeven slotverklaring over de wereldeconomie, getiteld "Een sterkere verbintenis tot groei en banen'. Tot de G-7 behoren Amerika, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië, Canada en Japan, dat gastheer is.

De zeven zijn “bezorgd” over de “onvoldoende groei en de inadequate banenschepping, “in het bijzonder bezorgd” over de hoogte van de werkloosheid. “Meer dan 23 miljoen mensen zitten in onze landen zonder werk, dat is onaanvaardbaar.” Een deel van de werkloosheid vloeit voort uit de economische teruggang, maar een “significant” deel is volgens de zeven topleiders structureel.

Daarom is een dubbele strategie nodig: behoedzame macro-economische politiek om niet-inflatoire, houdbare groei te bevorderen, wat een standaardformulering is in slotverklaringen van de G-7, en daarnaast structurele maatregelen om de efficiëntie van markten te verbeteren, speciaal de arbeidsmarkten. De zeven zullen elkaar daarbij nauw raadplegen. Ze verwelkomen de samenwerking tussen de ministers van financiën op dit punt. Deze bewindslieden hadden eerder deze week een rapport over de werkloosheid gepresenteerd, waarin de noodzakelijke structurele maatregelen op een rij werde gezet.

Hoge vertegenwoordigers van de zeven wereldleiders zullen op voorstel van de Verenigde Staten deze herfst in de VS bijeenkomen om “de oorzaken van de excessieve werkloosheid te onderzoeken en te zoeken naar mogelijke antwoorden voor dit kritieke probleem, dat de kracht ontneemt aan onze samenlevingen”.

De zeven noemen vijf uitdagingen waar zij voor staan: economische herstel en groei, het snel welslagen van de Uruguay-ronde, de integratie van (voormalige communistische) landen in de wereldeconomie, steun aan de ontwikkelingslanden, en de verzoening van groei en milieubehoud.

Het herstel in de Verenigde Staten zet door, maar blijft bescheiden, Europa is nog steeds in recessie en Japan is over het ergste heen en enig herstel is in zicht. Zuidamerikaanse en Aziatische landen “groeien, soms snel en spelen belangrijker rollen in de wereld”.

De zeven verwelkomen het “groei initiatief” van de Europese Gemeenschap, waartoe op de Europese top in Edinburgh en vervolgens in Kopenhagen nog eens met nadruk is besloten, en de begrotingsmaatregelen om de rente te verlagen. Amerika onderneemt eindelijk “sterke acties” om zijn begrotingstekort substantieel en gestaag te verlagen, en besparingen en investeringen op te voeren dank zij lagere lange rente. In de slotverklaring wordt verder vastgesteld dat Japan een serie stimuleringsmaatregelen heeft genomen, die zijn gericht op houdbare groei geleid door sterke binnenlandse vraag waarbij de begrotingsdiscipline niet uit het oog wordt verloren. Dat zal volgens de verklaring bijdragen aan het belangrijke doel om externe onevenwichtigheden (handelsoverschot) “significant” te verminderen. Ondanks druk op Tokio eerder deze week wordt Japan niet opgeroepen tot nieuwe stimuleringsmaatregelen.

Volgens de zeven zal een “succesvolle en snelle afronding” van de Uruguay-ronde van de GATT het vertrouwen van consumenten en investeeerders vergroten. “Onze hoogste prioriteit,” zo staat in de verklaring. De zeven roepen alle meer dan honderd deelnemers aan de handelsronde op om met hen nog dit jaar overeenstemming te bereiken. Een dergelijke oproep stond de laatste vier jaar overigens steeds in de slotverklaring. De leiders van de G-7 erkennen dat “belangrijke” kwesties nog moeten worden opgelost, volgens waarnemers een impliciete verwijzing naar het zeer terughoudende Frankrijk, dat nog altijd grote problemen heeft op het punt van de landebouw. De zeven zeggen ten slotte dat milieu-kwesties “hoge prioriteit behouden, ondanks moeilijke economische tijden.”