Ests parlement past vreemdelingenwet aan

TALLINN, 9 JULI. Het Estse parlement heeft gisteren de omstreden vreemdelingenwet, die tot een fel conflict met Rusland en met de Russische minderheid in Estland heeft geleid, op een aantal punten aangepast.

Met 69 stemmen tegen één nam het parlement een reeks amendementen op de wet aan. Volgens de opsteller van de wet, Mart Nutt, werd daarbij de essentie van de wet niet aangetast, maar ging het vooral om een verduidelijking van de juridische terminologie.

De wet bepaalt dat niet-Esten die zich tussen 1940 en 1990 in Estland hebben gevestigd als vreemdelingen worden beschouwd en binnen twee jaar moeten kiezen tussen het Russische en het Estse staatsburgerschap, of een verblijfsvergunning moeten aanvragen. Die zal, zo is al bij voorbaat bepaald, aan bepaalde categorieën worden geweigerd - bijvoorbeeld aan de meer dan tienduizend gepensioneerde officieren van het Sovjet-leger en hun familie. De wet werd vorige maand door het parlement aangenomen, maar niet door president Lennart Meri ondertekend met het oog op de protesten van de Russische minderheid en de Russische regering, die oordeelden dat de wet de minderheid discrimineerde. Moskou sprak van “apartheid” en “etnische zuivering” en eiste een volledige revisie van de wet. Westerse deskundigen oordeelden dat veel artikelen in de wet vaag zijn geformuleerd en de deur openen voor willekeur bij de toepassing van de wet.

Een van de gisteren aangebrachte wijzigingen betrof de bepaling dat het Estse staatsburgerschap of een verblijfsvergunning kan worden geweigerd aan iedereen die “de nationale belangen of de internationale reputatie” van Estland heeft geschaad. Die formulering werd door buitenlandse deskundigen als te vaag beoordeeld. In de nieuwe tekst staat dat iedereen die “de openbare veiligheid en orde” heeft geschaad geen Ests staatsburgerschap krijgt. In een ander amendement worden de beroepsmogelijkheden verruimd voor diegenen wier aanvraag is afgewezen.

De leider van de Estse delegatie in de onderhandelingen met Rusland over de wet, Juri Luik, zei dat Estland zijn goede wil heeft getoond door “de meeste wijzigingen” die door de Raad van Europa en de Europese Veiligheidsconferentie waren aanbevolen over te nemen. “Estland heeft een deel van zijn soevereiniteit opgegeven door de wet aan buitenlandse deskundigen voor te leggen. Dat zou het Amerikaanse Congres nooit hebben gedaan”, aldus Luik. (AP)