Een zacht schreeuwende heilige; De langzame soul van Al Green

Soulzanger Al Green werd in de jaren zeventig beroemd om zijn langzame, gepolijste liedjes. Zijn falsetstem en frasering maakten hem net zo herkenbaar als Marvin Gaye, James Brown en Aretha Franklin. Aanstaande zondag treedt hij op tijdens het North Sea Jazz Festival; met gospels waarschijnlijk, want sinds een jaar of tien gehoorzaamt hij muzikaal geheel aan God.

Al Green treedt zondagavond 11 juli tijdens het North Sea Jazz festival 1993 op in het Congresgebouw in Den Haag.

Over heiligen en soulzangers doen wonderlijke verhalen de ronde. Zo ook over Al Green (1946), die zondag voor het eerst op het North Sea Jazz Festival optreedt. Het was de muzikant/producer Willie Mitchell die Al Green in 1968 ontdekte en een contract met zijn Hi-label aanbood, schrijft Peter Guralnick in zijn soulevangelie Sweet Soul Music. Mitchell hoorde in Midland, Texas, Green zachtjes zijn enige en toen bijna alweer vergeten hitje "Back Up Train' zingen en vroeg hem toen: “Waarom kom je niet met me mee naar Memphis? Je kunt een ster worden.”

“Hoe lang gaat dat duren?” vroeg Green.

“Waarschijnlijk anderhalf jaar,” antwoordde Mitchell.

“Zo lang kan ik niet wachten,” zei Green.

Maar tijdens de lift die hij van Mitchell kreeg op weg naar zijn woonplaats Grand Rapids, Michigan, vroeg Green nog eens of hij echt een ster kon worden. Jazeker, hield Mitchell vol, maar er is wel veel werk voor nodig. Green liet zich overtuigen, leende 1500 dollar om zijn schulden af te betalen en beloofde dat hij zich de volgende week in Memphis zou melden. Maar Green liet niets meer van zich horen en Mitchell was de hele zaak al bijna vergeten toen er maanden later om zes uur 's morgens op zijn deur werd geklopt. Denkend dat het de schilder was, zei hij: “Waarom kom je zo vroeg schilderen, joh?” en kreeg als antwoord: “Herinner je me niet meer? Ik ben Al Green.”

Ooit zal er wel een Maarten 't Hart komen die aantoont dat dit soort verhalen helemaal niet waar kunnen zijn (zo leert een blik in de naslagwerken al dat de data die Guralnick in dit verhaal opdist niet kloppen). Maar zolang zo'n scepticus niet is opgestaan, geloof ik ze maar al te graag.

Volgens de overlevering van Guralnick duurde het achttien maanden voor Green zijn eerste hit had, precies zoals profeet Mitchell had voorspeld. Het was "I Can't Get Next To You', oorspronkelijk van de Motown-groep The Temptations, en staat op Greens tweede langspeelplaat Al Green Gets Next To You, die met zijn mengeling van covers en eigen nummers richtinggevend zou zijn voor alle andere platen van Green uit de jaren zeventig.

Overvol

Het is niet te zeggen waarin Green beter is: het coveren of het zingen van eigen liedjes. Een nummer als "Light My Fire', dat eigenlijk alleen door The Doors gespeeld hoort te worden, klinkt toch niet raar uit Greens mond en van het temerige "How Can You Mend A Broken Heart' van The Beegees heeft hij zelfs iets ontroerends gemaakt. Anderzijds kan Tina Turners "Let's Stay Together', waarmee zij in 1983 haar comeback maakte, Greens origineel niet doen vergeten, en al is "Take Me To The River' het beste nummer van The Talking Heads, het kan niet in de schaduw staan van Al Greens oorspronkelijke versie.

Ook het geluid op Al Green Gets Next To You zou nauwelijks veranderen op de zes platen die er op volgden. Niet Green, maar Willie Mitchell was verantwoordelijk voor de "sound' die het Hi-label bijna net zo beroemd maakte als Motown of Stax/Volt. Goethe's wijsheid dat het meesterschap zich laat zien in de beperking was aan Mitchell niet besteed. Greens platen zijn vol, overvol zelfs. Gitaren, bas, drums, conga's, violen (maar dan niet al te veel, zodat ze wat krakerig blijven klinken), blazers, vrouwen- en mannenkoortjes - Mitchell gebruikte alles wat zijn diensten in de soul had bewezen, het liefst tegelijk. Dat het geluid niet in een brij ontaardt, maar alle instrumenten afzonderlijk en kraakhelder zijn te horen, kwam volgens Mitchell door de schuin aflopende vloer in de oude bioscoop Royal in Memphis die dienst deed als studio. “Er is iets met de vloer,” zei Mitchell. “Als je naar beneden gaat, wordt de akoestiek groter en gescheiden.”

Natuurlijk is de bioscoopvloer slechts voor de helft verantwoordelijk voor de stroom hits die Al Green in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië (maar niet in Nederland) had. Zeker zo belangrijk is Greens zang. De falsetstem en de gefragmenteerde frasering maken Al Green net zo herkenbaar als Marvin Gaye, James Brown en Aretha Franklin en net als deze drie had hij een specialiteit waarin hij onovertrefbaar is: het zachte, bijna fluisterende zingen met de langgerekte, ingehouden extatische kreet "miiiiiiiiiiiiiiiiii' als hoogtepunt. Willie Mitchell moet hebben gedacht: niemand kan harder schreeuwen dan James Brown, dus moet Al Green opvallen door het zo zacht mogelijk te doen.

In latere jaren oefende Green honderd uur of meer op één klein gedeelte van een nummer. In combinatie met de beschaafde vrouwenkoortjes en keurige violen wordt deze zorg soms wat al te veel van het goede. Green is vooral beroemd geworden om zijn gepolijste, langzame nummers, maar een stuk of vijf ervan achter elkaar doen verlangen naar iets robuusters. Soms voldoen Greens platen aan dit verlangen, maar het is te betreuren dat hij zich niet vaker te buiten is gegaan aan simpele souldeunen als "You Say It' of het excentrieke "Love Ritual', waarin hij voor de verandering eens voluit schreeuwt en toch nauwelijks uitkomt boven de voortdenderende trein van afgeknepen gitaarakkoorden, orgeltonen en bazuingeschal.

Kerk

Als de meeste soulzangers leerde Al Green zingen in de kerk, in zijn geval in zijn geboortestad Forrest City, Arkansas. En net als alle soulzangers, van Sam Cooke tot Prince, bleef Green trouw aan god. Weliswaar gaan de meeste liedjes uit Greens begintijd over de wereldse liefde in al haar facetten, maar god blijft op al zijn platen aanwezig. Soms nadrukkelijk, bijvoorbeeld in "God Is Standing By' of het prachtige "God Blessed Our Love', dan weer meer op de achtergrond, zoals in het merkwaardige "Take Me To The River' met zijn religieuze verwijzingen naar het reinigende water.

Maar trouw aan god is geen garantie voor een onbekommerd leven. Integendeel, heiligen sterven vaak een verschrikkelijke dood en ook soulzangers krijgen het zwaar te verduren. James Brown moest een paar jaar in de gevangenis doorbrengen, Sam Cooke werd per vergissing doodgeschoten in een motel, Aretha Franklin kreeg op haar zeventiende een kind en trouwde met een verschrikkelijke vent, Marvin Gaye werd doodgeschoten door zijn eigen vader, Otis Redding kwam om bij een vliegtuigongeluk en Curtis Mayfield werd tijdens een concert in 1990 bedolven onder een lichtinstallatie, waardoor hij vanaf zijn nek verlamd raakte. En Al Green? Die werd op 25 oktober 1974 met tweedegraads brandwonden opgenomen in het ziekenhuis, nadat hij met een pan gloeiend hete grutten was overgoten door een ex-vriendin die zich vervolgens door het hoofd schoot. Voor Green was dit incident het teken dat hij nog niet voldoende gehoorzaamde aan god en in 1976 kocht hij een kerk in Memphis waarvan hij de "Minister of the Full Gospel Tabernacle' werd.

Aanvankelijk had zijn domineeschap geen gevolgen voor zijn muziek, maar in 1977 maakte Green zich los van Willie Mitchell. Op de hoes van The Belle Album wordt een "nieuwe Al Green' aangekondigd. "The Belle Album is de viering van iets nieuws,' staat er trots. "Voor het eerst in de zeven jaar als zanger schrijft Al al zijn eigen songs, die hij produceert in zijn eigen Memphis-studio, en treedt hij op als zijn eigen lead-gitarist.' De gevolgen zijn desastreus. De "sound' heeft zijn betovering verloren. Al op het eerste nummer, "Belle', blijken de voor de Hi-sound zo karakteristieke violen te zijn vervangen door een moderne synthesizer die akelig dun klinkt. Ook voor de rest is het geluid grover en onbehouwener dan op de door Mitchell geproduceerde platen. Het werkt dan ook het best in "I Feel Good', een weergaloze discostamper, maar die kan The Belle Album helaas niet redden.

The Belle Album zou Al Greens laatste wereldse plaat zijn. Sinds 1980 gehoorzaamt hij ook muzikaal volledig aan god en zingt hij wat hij in zijn jeugd ook deed: gospels. Niet alleen leverde dit hem opnieuw succes op - in Amerika verkopen zijn gospelplaten goed - maar ook, zo zal Green zelf ongetwijfeld geloven, gods genade. Ten slotte is hij een van de weinige soulheiligen die nog leven en wie zou dan niet op het North Sea Jazz Festival de Heer loven en prijzen?

Alle wereldse platen van Al Green zijn door het Hi-label uitgebracht op cd.