Economische groei. De groei van het bruto ...

Economische groei. De groei van het bruto binnenlands produkt (bbp) - het totaal aan goederen en diensten dat binnen de landsgrenzen wordt geproduceerd, loopt vast in continentaal Europa en Japan. Een herstel wordt voorzien in 1994 maar kan, gezien de ervaringen in de VS en het Verenigd Koninkrijk, langer uitblijven dan nu nog wordt voorspeld. Werkloosheid. De recessie voegt een oorzaak toe aan de toch al hoge strukturele werkloosheid bij de Europese leden van de G-7. Een inflexibele arbeidsmarkt blijft hier een niet-conjuncturele oorzaak. Tegen een conjunctureel verlies aan arbeidsplaatsen weegt het scheppen van nieuwe banen ook niet op. Overheidstekort. Groeiende kosten van de werkloosheid dragen bij tot oplopend begrotingstekort in de westerse G-7 landen. De inkomsten lopen tegelijkertijd vooral terug door lagere belastingopbrengsten De gemiddelde staatsschuld loopt intussen volgens de OESO op tot 67 procent van het bbp in 1993. Handel met Japan. In de VS groeit de weerstand tegen het oplopende handelstekort met Japan. Sinds 1985 verdrievoudigde het handelsoverschot van Japan met de rest van de wereld tot naar verwachting 149 miljard dollar in 1993, dat met de VS tot meer dan 50 miljard dollar. Als oplossing wordt aangedragen het aanzwengelen van de bestedingen door de Japanse consument, in de hoop dat die meer buitenlandse produkten koopt. Binnenlandse consumptie. De groei van de consumptie in Japan liep evenwel tot nu toe juist terug, van bijna 4 procent in 1990 tot 1 procent nu. In de Angelsaksische wereld, die conjuctureel voorop loopt, trekt de consumptie - en dus ook de vraag naar buitenlandse produkten - juist fors aan. Onevenwichtigheden in de wereldhandel dreigen hierdoor alleen maar groter te worden.