Duitsland en Tsjechië werken aan grensregeling; In Hranice laat de Tsjechische grenswacht zich nog bellen

Sinds 1 juli, toen de nieuwe Duitse asielwet van kracht werd, heerst aan de Duitse grenzen een strenger toelatingsbeleid. Met Tsjechië werd overeengekomen dat het teruggestuurde asielzoekers terugneemt.

HRANICE, 9 JULI. Officieel bestaat de grensovergang tussen het Tsjechische dorpje Hranice (grens) naar het Duitse gehucht Ebmath helemaal niet. Maar hij is er wèl. Op de geasfalteerde weg ernaar toe wijst een roodomrand bord de weggebruiker erop dat dit verboden gebied is voor alle verkeer. Na een paar honderd meter maken een slagboom aan Tsjechische zijde en een gesloten ijzeren hek aan de Duitse kant duidelijk dat hier het ene land eindigt en het andere begint.

We parkeren de auto op de asfaltstrook naast het verlaten houten Tsjechische grenswachtershuisje. Binnen een bank, een paar stoelen, een ijskast, een radiator. Sporen van menselijke aanwezigheid, maar hoelang geleden?

Te voet gaan we langs de barrières, Duitsland in. Vijftig meter verderop staan de eerste Duitse huizen. Ze zijn groot, goed onderhouden, maar niet protserig. Dit is tenslotte de voormalige DDR. “U kunt hier wel de grens overkomen”, waarschuwt een man die in zijn tuin bezig is, “maar straks wordt u aangehouden door de Bundesgrenzschutz.” Nee, vluchtelingen ziet hij nooit. “Maar wat er 's nachts gebeurt weet je natuurlijk niet.”

We lopen verder, richting Oelsnitz, langs de Grenzbezirkschänke, die op dit middaguur nog weinig klanten heeft, een oude Saksische boerderij met kunstig houtsnijwerk, een houten schuur, langs een bushalte waar niemand staat te wachten. Aan de kant van de weg staat een ijzeren stellage, waar je je auto kan oprijden om de onderkant te inspecteren. Het is hier onwaarschijnlijk stil. Dit is het oude drielandenpunt, zoals ze hier zeggen: tussen Saksen, Beieren en Bohemen. Geen Bundesgrenzschutz te zien.

Terug naar de auto in Tsjechië. Daar stopt een legerkleurige Lada-jeep. De Tsjechische grenssoldaat die eruit stapt maakt een verblufte indruk. Zijn herdershond blaft ongeduldig.

“Wat doet u hier? Hebt u de borden niet gezien?”

“We wilden even kijken hoe intensief de grens bewaakt wordt sinds in Duitsland de nieuwe asielwet van kracht is. Bent u gewaarschuwd dat we hier waren?”

“Ja, zo ongeveer.” Hij bloost een beetje. Hij inspecteert de papieren en verwijst voor de beantwoording van vragen naar de grenspolitie in Cheb - die op haar beurt verwijst naar “de competente mensen” in Praag.

Dan nog maar even naar Duitsland, legaal dit keer, naar de officiële grensovergang Schirnding. Ludwig Hecht van de grenspolitie geeft toe dat de grens moeilijk te bewaken valt. “Dat wordt gedaan door de Bundesgrenzschutz, en die gebruikt speciale methoden, ze zitten niet zo dicht op de grens. Hier moeten ze een strook van zo'n 450 kilometer in de gaten houden.”

Tot en met mei heeft de Bundesgrenzschutz (BGS) bijna 30.000 illegale grensoverschrijders naar Polen en Tsjechië teruggestuurd. Maar Hecht kan zich niet voorstellen dat er weer een afrastering zou kunnen komen zoals in het verleden. Sinds 1 juli heeft hij zelf 52 illegale immigranten teruggestuurd.

Beata Bernková van het Tsjechische ministerie van binnenlandse zaken is de behulpzaamheid zelve. Helaas, er zijn nog geen gegevens over het aantal illegale immigranten dat sinds 1 juli aan de Tsjechisch-Duitse grens is gepakt. Bekend is wel dat in de eerste vier maanden de Duitse grensautoriteiten bijna 18.000 mensen hebben teruggestuurd, bijna de helft vluchtelingen uit ex-Joegoslavië. In die vier maanden was dat bijna evenveel als in heel 1992.

De nu nog geldende regel is dat mensen die binnen 48 uur na grensoverschrijding op Duits grondgebied worden gepakt teruggestuurd kunnen worden. Zodra het asielakkoord tussen Duitsland en Tsjechië getekend is kunnen vluchtelingen die al een half jaar in de Bondsrepubliek verblijven, maar wier asielaanvraag is afgewezen, worden teruggestuurd naar het transitland.

Er zijn, legt Bernková uit, nog twee problemen voordat het akkoord kan worden ondertekend. In de eerste plaats maken meningsverschillen over het grensregime met Slowakije het Praag onmogelijk de eigen oostgrens voldoende te controleren. Slowakije wil die grens open houden om het grensverkeer niet te blokkeren. Door die doorlaatbaarheid dreigt het welvarender Tsjechië van transitland naar Duitsland zelf eindbestemming te worden van de duizenden vluchtelingen. Ten tweede zijn Duitsland en Tsjechië het oneens over de termijn. Tsjechië wilde aanvankelijk dat alleen vluchtelingen die ten hoogste drie maanden in Duitsland hebben verbleven teruggestuurd zouden mogen worden. Uiteindelijk stemde het toe in de termijn van zes maanden (die ook geldt in het verdrag tussen Duitsland en Polen), maar nu zijn beide partijen het nog oneens over het tijdstip waarop de termijn ingaat: de Duitsers vinden “vanaf het moment dat de vluchteling is opgepakt”, de Tsjechen willen rekenen vanaf het moment dat hij de grens is overgekomen.

“We willen Duitsland graag helpen”, zegt Bernková. “Tsjechië is zich ervan bewust dat Duitsland het eindstation van de vluchtelingen is en dat die ontwikkeling de politieke situatie in dat land kan destabiliseren. Daarmee zijn ook wij niet gediend.” Vandaar ook dat er nu al nauwe samenwerking met de Duitsers bestaat. Bonn heeft Praag financiële en technische hulp toegezegd wanneer het verdrag wordt ondertekend. Men heeft gezamenlijk de nieuwste technieken bekeken die zijn ontwikkeld om illegale vluchtelingen op te sporen: naast een netwerk van verklikkers worden helikopters ingezet, er wordt infrarode apparatuur gebruikt, er wordt met radar gewerkt. Polen, dat kortgeleden al met Bonn een verdrag over de asielpolitiek sloot, kreeg alleen al voor het opzetten van accommodatie voor vluchtelingen 120 miljoen mark.

De Tsjechen hebben de opvang van vluchtelingen al aardig op poten gezet. Er zijn negentien plaatsen waar vluchtelingen worden gehuisvest. Cervený Újezd, een voormalige Sovjet-basis, 60 km ten noordwesten van Praag, bijna onvindbaar verscholen in het groen, is zo'n kamp. Behalve voor eerste opvang is het ook een verblijfkamp, waar vluchtelingen wachten op de afhandeling van hun asielaanvraag.

De directeur, Petr Kreibich, heeft het toezicht op 344 mensen, onder wie veel Armeniërs en een aantal Joegoslaven. Mensen die hebben geprobeerd illegaal de grens met Duitsland over te komen krijgen een stempel in hun paspoort en worden uitgewezen. In totaal zijn er tweeduizend geregistreerde vluchtelingen in Tsjechië. Maar een ongetwijfeld veel groter aantal maakt voor bedragen van enkele honderden tot duizenden mark gebruik van de diensten van mensen die hen het land uitsluizen. “Dat zijn vooral Joegoslaven, Roemenen, Bulgaren en Chinezen, die telkens opnieuw proberen Duitsland in te komen”, zegt Kreibich. “Er is een nieuwe vorm van misdaad ontstaan: mensensmokkel. Soms lukt het, vaak ook niet, dan proberen ze het ergens anders opnieuw.”

In Hranice zou het waarschijnlijk wel lukken.