Dorien de Vries kan leven met anonimiteit; "Sponsors kijken niet naar prestaties maar wel naar tv-minuten'

ALMERE, 9 JULI. Bijna een jaar na de Olympische Spelen in Barcelona ervaart Dorien de Vries hoe vergankelijk de roem kan zijn in topsport. Weinig mensen in Nederland zullen nu, na het horen van haar naam, in een adem zeggen “oh, dat was die bronzen medaillewinnares op het onderdeel plankzeilen.” Toch veroverde de 27-jarige Haaksbergse de enige zeilplak, daar waar anderen op het podium werden verwacht. In volstrekte anonimiteit surfte ze deze week in het Belgische Nieuwpoort het Open Europees kampioenschap en werd ze tussen de nagenoeg voltallige wereldtop ondanks een gebrek aan conditie zesde.

Het contrast is groot. Een jaar geleden werd ze voor haar gevoel van de ene huldiging naar de andere geslingerd. Met name op haar geboortegrond. “Maar ook in de rest van het land moest ik toespraken houden voor zeilverenigingen, winkels openen of werd ik gevraagd op te treden in een tv-programma. Ik had soms drie afspraken per dag. Het was gekkewerk, maar je verkeerde in een roes. Toen ik in november naar Aruba ging moest ik nog verschillende zaken afzeggen. Daarna is de belangstelling volledig weggeëbd.”

Het brons bleek geen goud waard. Met haar vriend Alexander Hoekstra wilde ze de overstap maken naar het profcircuit, de glamourwereld van Peter Stuyvesant. Het duo had becijferd dat voor een professioneel surfbestaan twee ton per jaar op tafel moest komen. Hein Vergeer werd ingeschakeld om naar sponsors te zoeken. Die bleken niet te vinden. Het bedrijfsleven was niet genteresseerd in een plankzeilster. Dorien de Vries wijt het ook aan de recessie. “Elk bedrijf draait zijn pr-dubbeltje momenteel drie keer om. Je ziet dat zelfs de volleybalploeg geen geldschieter kan vinden. Potentiële sponsors zijn ook nog veeleisend. Ze kijken niet eens naar de prestaties. Ze willen puur weten wat de doelgroep is en hoe groot, hoeveel minuten ze op tv komen en wat de totale exposure gaat worden. Wel, de belangstelling van de media richt zich slechts op een paar sporten en dat zijn altijd dezelfde: voetbal, schaatsen, tennis, wielrennen. Zeilen hoort er niet bij.”

Dat ondervond ze niet alleen de afgelopen week aan de Belgische kust, maar ook tijdens de Spa-regatta toen ze op het water een dag werd gevolgd door een cameraploeg van de NOS. Tevens gaf ze twee interviews. “Ik werd op een gegeven moment zelfs nog onderste boven gevaren. Heeft me echt punten gekost. Ik dacht: deze reportage mag wel heel mooie beelden opleveren. Werd er uiteindelijk helemaal niets van uitgezonden. Het was toevallig de dag dat Feyenoord kampioen werd.”

Toch gaat ze er niet onder gebukt, dat het brons van Barcelona haar slechts windeieren heeft gelegd. Als gevolg van de tanende belangstelling kon ze privé orde op zaken stellen. Ze kocht met Alexander Hoekstra een huis dat voor hen gemaakt lijkt, op een steenworp afstand van het (surf)strand van Almere-Haven. Ze zocht een baan en vond die ook. Als directiesecretaresse bij een isolatiemaatschappij. “Ik zit er niet mee dat de belangstelling er niet meer is. Ik doe het plankzeilen voor mezelf en niet voor de publiciteit. Een profcarrière hebben Alexander en ik uit ons hoofd gezet. Ik ga me helemaal richten op de Olympische Spelen van Atlanta in 1996. Bewust heb ik de afgelopen maanden wat gas teruggenomen en voorrang gegeven aan privébesognes. Voor de Spelen trainde ik zes uur per dag en soms veertig uur per week. Daarmee zou ik op het EK misschien kans hebben gemaakt op de titel. Maar ik wil niet over twee jaar uitgeblust zijn. Ik beperk me nu tot vijftien trainingsuren per week. Het is voor mij van belang dat ik het contact met de wereldtop niet verlies. Dat bleek op het EK gelukkig niet het geval.”

In Nieuwpoort werd nog eens bevestigd dat Dorien de Vries onder invloed van die selfkick de overstap van de Lechner naar de Mistral-plank zonder veel problemen heeft gemaakt. De internationale zeilunie (IYRU) besloot na Barcelona om de populaire Mistral de olympische status te geven. Kennelijk omdat de fabriek van deze plank wereldwijd meer aan de weg timmert. De Mistral verschilt op enkele essentiële onderdelen van de Lechner. Zo had de oude plank een ronde bodem, de nieuwe heeft een platte bodem. Dat heeft voor het zeilen toch wel wat consequenties. “Een ronde bodem zeilt veel moeilijker”, legt De Vries uit. “De Lechner klieft door het water. De Mistral vaart gemakkelijker bij harde wind. Maar als er weinig wind is, heeft hij iets te weinig volume en komen zwaardere mensen zoals ik in de problemen. In Nieuwpoort bleek dat de zeilers die altijd met de oude olympische plank hebben gewerkt, dit soort zaken overwinnen door een betere techniek. De eerste tien in de eindrangschikking waren namelijk voormalige Lechner-zeilers.”

Aan de Zuidwestkust van België werden de plankzeilers weer eens geconfronteerd met een tragisch tijdverschijnsel: de vervuiling. Dat de watersport hier ook onder lijdt, werd voor het eerst bekend in Barcelona. “Daar moest ik tussen condooms en maanverband slalommen. In Nieuwpoort was het water zo smerig dat de schuimkoppen op de golven niet wit maar bruin waren. Er werd regelmatig in zee geloosd. Geen wonder dat er onlangs nog salmonella in het water werd geconstateerd. In België doen ze heel weinig tegen de verontreiniging. Maar dat maak je in meer landen mee. In Argentinië zagen we tijdens het surfen aan de kust steeds een heel grote buis opdoemen. Dat bleek dus ook een enorm riool, waar om vijf uur al het afvalwater van Buenos Aires uit kwam zetten.”

Dorien de Vries ondervindt extra last van verontreinigd water omdat ze met open mond zeilt. “Ik heb al verschillende keren diarree gehad. Ik moet leren door mijn neus te ademen. Hoewel een pet met een grote zonneklep ook veel opspattend water tegenhoudt.”

Ze was gisteren van plan het Open Nederlands kampioenschap van dit weekeinde aan de aanzienlijke schonere kust bij Hargen wegens de vermoeidheid te laten schieten. De titelstrijd is ook merkwaardig dicht op het EK gepland. Dorien de Vries kan de surfsport op nationaal niveau in navolging van de wat afgezakte Stephan van den Berg meer populariteit bezorgen. De ergste crisis is volgens haar trouwens voorbij. “Eerst moest je een surfplank achter je fiets hebben om erbij te horen. Maar toen iedere jongen dat had, was dat niet zo stoer meer. De laatste twee jaar is er veel aan de basis gewerkt. Zijn er bijvoorbeeld veel kampioenschappen voor scholieren bijgekomen. De zeilbond heeft tot '88 alleen de top aandacht gegeven. Dat is nu anders. Binnen een paar jaar moeten er veel nieuwe talenten komen bovendrijven.”