Een normale bevalling kan veel trager verlopen dan de handboeken zeggen

Zwangerschap Een bevalling kan een tijdlang haperen en toch heel normaal verlopen, tonen nieuwe cijfers aan.

Foto Istock

Een bevalling die eindigt met een gezonde moeder en kind kan veel langer duren dan in de handboeken staat. Gebruik van verouderde gegevens verhoogt de kans dat zwangeren aan risicovolle behandelingen – zoals een keizersnede of bevallingstimulerende medicijnen – worden blootgesteld. Dat schrijft een groep onderzoekers onder de paraplu van de Wereldgezondheidsorganisatie in een dinsdag uitgekomen artikel in het tijdschrift PLOS Medicine. Ze hielden van 5.606 zwarte aanstaande moeders in dertien ziekenhuizen in Nigeria en Oeganda bij hoe hun bevalling verliep.

Het is voor het eerst dat bij moderne zwarte vrouwen is onderzocht hoe lang een gezonde bevalling duurt. De afgelopen jaren was al onderzoek gedaan naar de normale bevallingsduur van blanke en Aziatische vrouwen. Dit onderzoek, schrijven de auteurs, is ook van belang voor die vrouwen, omdat er een statistische methode is gebruikt die meer ruimte laat voor de enorme variatie in het tempo van één bevalling.

Het bijhouden van de voortgang van een bevalling draait om de ontsluiting. Dat is de grootte van de opening van de baarmoedermond, waardoor de baby naar buiten gaat komen. Bij een ontsluiting van 2 tot 5 centimeter krijgt een vrouw meestal ook weeën, maar ze mag dan nog niet gaan persen. Daarvoor moet de ontsluiting 10 centimeter zijn.

Sinds de jaren vijftig gebruiken verloskundigen en artsen de tabellen van de Amerikaan Emmanuel Friedman om te beoordelen of een bevalling normaal verloopt. Hij beschreef normale bevallingen in een serie publicaties, van 1954 tot 1981. Zijn vuistregel is dat vanaf een ontsluiting van 3 tot 5 centimeter de ontsluiting met 1 centimeter per uur toeneemt. Daarvoor gaat het langzamer.

Veel websites die voorlichting geven over een normale bevalling noemen nog altijd die 1 cm/uur. In de richtlijn ‘niet-vorderende ontsluiting’ van de Nederlandse organisatie van verloskundigen staat het diagram van Friedman uit 1955 afgedrukt. In de begeleidende tekst staat dat er een flinke variatie in bevallingsduur is en dat 0,5 cm/uur ook nog normaal is. Maar sneller kan zeker ook. Bij een zwangere die van haar eerste kind gaat bevallen duurt het vaak wat langer.

In de nieuwe cijfers wordt veel duidelijker dat een zwangere die 4 uur lang een ontsluiting van 4 cm houdt nog steeds een heel normale bevalling kan doormaken. Vrouwen die van hun eerste kind bevielen deden er soms 7 uur over om van een ontsluiting van 4 naar 5 cm te gaan. Dan vielen ze uiteindelijk nog steeds niet in de groep van 5 procent vrouwen waarbij de bevalling het langst duurde.

In die dertien ziekenhuizen in Nigeria en Oeganda werd de bevalling met medicijnen gestimuleerd bij 40 procent van de zwangeren die van hun eerste kind moesten bevallen. En bij 28 procent van de vrouwen die hun tweede of latere kind kregen. Maar die groep met medische hulp versnelde de bevallingstijd niet.

De vrouwen die tegenwoordig bevallen zijn misschien gemiddeld wat langzamer dan de Noord-Amerikaanse vrouwen in de jaren vijftig en zestig waarvan Friedman de bevallingstijd registreerde. Tegenwoordige zwangeren zijn gemiddeld ouder, zwaarder en ze krijgen grotere baby’s, schrijven de WHO-onderzoekers.