De tenor als dodo

Ik ken Tito van de "Cardiff Singer of the World Competition', die onlangs door de BBC werd uitgezonden. Tito Beltran is een kleine, 27-jarige tenor uit Chili. Zijn overweldigende uitstraling en zijn fabuleuze hoge C brachten het voltallige publiek in vervoering. Het stond voor alle toehoorders buiten kijf: een nieuw natuurtalent heeft zich aangediend! Tito's zang is nog niet zo gepolijst als die van sommige vlekkeloos zingende andere deelnemers. De eerste prijs, die hij waarschijnlijk niet eens nastreefde, ging dan ook aan zijn neus voorbij. Het magnifieke expressieve vermogen van Tito's stem maakte me duidelijk waar de toekomst van de vocale muziek ligt. Sinds de drie "keizers van de zang', Pavarotti, Domingo en Carreras, de CD-markt zijn gaan overheersen, is dit de meest pure, meest krachtige stem die ik gehoord heb. Hij doet me denken aan Jussie Björling.

Natuurlijk is het bovenstaande slechts het oordeel van een liefhebber. Toen ik me, vanaf mijn negentiende, vijf jaar lang op "semi-professionele' wijze aan de zangstudie wijdde, heb ik de volgende "semi-professionele' opvatting van mijn leraar overgenomen: het geluid van de menselijke stem is het mooiste van alle natuurlijke geluiden. En van alle zangstemmen is de tenor de mooiste. Dit heeft te maken met het bereik en de frequentie van de tenorstem. En van alle registers is het hoge tenorregister het moeilijkst te zingen, omdat het kunstmatig is: de zanger kan niet steunen op de natuurlijke vermogens van de mannelijke stem. In deze zogenaamde "resonantie in de hoofdholten' (beter bekend als de "kopstem') ligt de kwintessens van het Italiaanse bel canto.

(En laat ik er maar meteen een amateur-opmerking aan toe voegen: bij beroemde tenors leidt het bereiken van volledige resonantie in de hoofdholten dikwijls tot hersenbeschadiging. Dat verklaart wellicht waarom Franco Corelli op latere leeftijd gek werd, en Caruso en Björling zo jong overleden.)

Mijn droom om ooit een grote tenor te worden, heb ik opgegeven. Maar ik weet uit eigen ervaring hoe zwaar het is om het te leren. Je moet keihard en gedisciplineerd studeren, je mag niet roken of drinken, je mag je fysiek niet te veel inspannen (waardoor je dik wordt), geen al te actief sexleven leiden, en niet te veel praten. Door deze ervaring heb ik meer verstand van opera gekregen. Veel van de huidige beroemde tenors vallen in het niet bij de luisterrijke voorbeelden uit de geschiedenis van de zang. Daarom wist Tito mijn bewondering op te wekken. Net als Pavarotti is Tito het soort tenor dat niet zomaar eens in de tien jaar opduikt.

Voor een amateur-tenor heb ik heel wat ervaring met optredens. Toen ik nog journalist was, moest ik een keer naar Binnen-Mongolië. De Mongolen houden ervan om bij het drinken liederen te zingen. Wie weinig drinkt, moet veel zingen, dus ging ik zingen. Mijn gezang zorgde ervoor dat zelfs de mensen die buiten langs het restaurant liepen hun hoofd naar binnen staken om te luisteren. Hoewel de meesten van hen stevig gebouwd zijn, hadden ze nog nooit iemand zo luid horen zingen. Na mijn vertrek naar het buitenland heb ik gastoptredens gehad in Rotterdam, Malmö en Toronto. In Toronto, bij een benefietvoorstelling voor de schrijversorganisatie P.E.N. (toegangsprijs: 38 dollar), zong ik ten overstaan van tweeduizend mensen O Sole Mio. Toen ik het podium opkwam, klonk er gelach op uit het publiek. Men dacht dat ik een komische act zou opvoeren. Toen ik ging zingen, werd het stil. Ze zaten te wachten, te wachten op die ene laatste hoge noot. (Waaruit blijkt dat ze er verstand van hadden. Wie die noot niet goed kan zingen, is geen echte tenor). Het lukte! De toeschouwers smeten hun hoeden in de lucht. Die avond was ik de "amateur-ster' van alle amateur-entertainers.

Zeker, ik zwelg graag in het verleden. Ik heb het gevoel dat er nog steeds talrijke mensen zijn die in operazang een ander soort genot en opwinding vinden dan in rock 'n' roll. De klassieke opera is een perifere kunstvorm geworden. Er zijn mensen die voorspellen dat zij zal uitsterven, net als de dodo ooit is uitgestorven, en dat de onsterfelijke stemmen in de toekomst alleen op CD te beluisteren zullen zijn. Zou het echt waar zijn? In Leiden zie ik op straat vaak een amateur-bariton rondlopen, die zonder zich iets van zijn omgeving aan te trekken aria's uit Rigoletto zingt. De woorden die hij zingt klinken als: "Nooit! Nooit! Het gaat nooit dood!'

Vertaling Michel Hockx