De stad

Uit eigen ervaring weten wij dat elke politicus geneigd is tot overdrijving en retoriek. Het is immers de diepste wens van elke politicus om aan de vooravond te staan van "immense veranderingen'. Veranderingen die moeten worden "vormgegeven', ja, die zelfs "een uitdaging' inhouden voor onze generatie en voor al die generaties die na ons komen! Omdat een politicus, om überhaupt gekozen te worden, nu eenmaal de indruk moet wekken dat hij over een vooruitziende blik beschikt, valt een dergelijk taalgebruik tot op zekere hoogte te billijken.

Niettemin willen wij hier met kracht protesteren tegen de clichés, de banaliteiten, de open deuren, de hemeltergende prietpraat en de sociologische humbug, die wij de afgelopen dagen zijn tegengekomen in de beschouwingen over de stad van Felix Rottenberg, Jan Nekkers en Jacques Monasch.

Wij geven een paar letterlijke voorbeelden. De stad is de motor van economische, sociale en culturele verandering. In de stad komen verschillende mensen, culturen, opvattingen en belangen bij elkaar. Bevruchting en botsing is in de stad de werkelijkheid van alledag. De stad trekt mensen aan. De stad stoot mensen af. Heterogeniteit als centraal kenmerk betekent voor de stad dat er verschillende mensen leven, die verschillend waarnemen en beoordelen en die op verschillende wijze de sociale ruimte indelen. De stad is een smeltkroes, waar onomkeerbare processen op gang komen. Daar tegenover staat dat de stad wel degelijk over onvermoede potenties beschikt.

In de stad zijn nieuwe verbanden van groepen en netwerken van belang, maar het is natuurlijk wel de vraag hoe ontluikende initiatieven het best kunnen worden opgepakt. Derhalve moeten beleidsinstrumenten worden overgedragen om een maximale beleidsruimte voor de steden te creëren. Voorwaarde is echter dat de bestuurlijke organisatie zo dicht mogelijk bij de problemen wordt gelegd. Aan de essentiële randvoorwaarden voor een verantwoorde leefomgeving kan slechts worden voldaan als de politiek een organische visie op de stad ontwikkelt. Daarbij is de toetssteen of de stedelijke omgeving sociale activiteiten stimuleert of juist smoort.

Dat alles werd gepresenteerd in NRC Handelsblad van 5 en 6 juli. Wij hopen niet dat met deze serie artikelen een nieuwe stap is gezet in de richting van een verdere infantilisering en debilisering van de Nederlandse sociaal-democratie. Een dergelijk lot heeft de Nederlandse sociaal-democratie niet verdiend. Inderdaad, wij zullen ons erbij neer moeten leggen dat "het nooit meer wordt zoals het is geweest'. Dat schijnt volgens de drie auteurs een legendarische uitspraak van Joop den Uyl te zijn geweest. Wij willen er aan toevoegen dat tante Betje hetzelfde placht te murmelen, al lang geleden, toen Joop nog niet eens geboren was.

Deze beschouwing over de Toekomst van de Stad is tot stand gekomen na een gezamenlijke krachtsinspanning van 13 auteurs, waarvan er 12 actief zijn geweest in de sociaal-democratische beweging. Frank van der Goes was de theoreticus van de SDAP. Pieter Jelles Troelstra kondigde in 1918 vanuit de Tweede Kamer de Revolutie aan, maar moest al snel erkennen dat hij zich in de machtsverhoudingen had vergist. Florentius Wibaut was vele malen wethouder in Amsterdam. Henriëtte Roland Holst was socialistisch schrijver. Willem Drees sr. was 10 jaar minister-president van Nederland. Jacques de Kadt vertegenwoordigde de PvdA in de Tweede Kamer en schreef enkele boeken, die nog steeds het lezen waard zijn. Koos Vorrink leidde jarenlang de AJC. Herman Wiardi Beckman was voor de oorlog hoofdredacteur van Het Volk. Pieter Lieftinck is als minister van financiën vooral bekend geworden door het tientje. Willem Schermerhorn tekende in 1946 het Akkoord van Linggadjati. Jaap Burger was tussen 1949 en 1967 voorzitter van de VARA. André Kloos was voorzitter van het NVV. Max Pam is columnist.