De irritante bobo met blauwe pet, paarsige gelaat, witte schoenen

KUALA LUMPUR, 9 JULI. Waarom storen sporters zich soms mateloos aan officials? Peter Crane, een Britse hockeybestuurder, is het antwoord. Hij is technical delicate van de vijftiende editie van de Champions Trophy, de toernooidirecteur zeg maar. Hij is in Kuala Lumpur duidelijk en meestal hinderlijk aanwezig. Bobo is een rot woord, geen echt woord eigenlijk, na het EK'88 door Ruud Gullit op het Museumplein gentroduceerd. Maar met bobo is Mr. Crane wel precies getypeerd.

Hij is er om namens de internationale federatie FIH te controleren of alles volgens de regels verloopt. Zijn functie wordt pas belangrijk als er zich iets onverwachts voordoet. En dat is bij hockey meestal niet het geval. Maar hij zorgt er wel voor dat hij als een belangrijk iemand overkomt.

Gemiddeld twee keer per wedstrijd begeeft hij zich van het tramhuisje van de juryleden ter hoogte van de middenlijn naar het vip-gedeelte aan de overzijde van het veld. Daar kijkt Sultan Azlan Shah, zelf voormalig captain van Maleisië, vanuit een zetel toe. En daar ook heeft de toernooidirecteur zijn kantoor. Het is er kaal, één bureautje en verder niets. Het is een raar gezicht: hij toekijkend vanachter glas, met nederig, een beetje schuin achter hem zijn secondant, zijn moderne slaaf.

Hij loopt altijd over het kunstgras van de ene naar de andere kant. Met zijn onafscheidelijke map met papieren onder zijn arm. Niemand mag tijdens de wedstrijden zo lopen, de toernooidirecteur wel. Daarom doet hij het extra langzaam. Daarom loopt hij vlak langs de lijn. Soms houdt hij even halt, meestal achter één van de doelen. Hij kijkt dan even naar het spel en zwaait weleens naar een eenzame keeper. Vreemd genoeg wordt er nooit teruggezwaaid. Het komt zelden voor dat hij op zijn weg naar de overkant niet één van de fotografen langs de kant sommeert naar achteren te gaan. Meestal een centimeter of vier, vijf.

Hij is rijk, zeggen insiders. Hij is projectontwikkelaar. Hij lijkt uiterlijk meer op een komiek, zo weggelopen uit Monty Python. Hij zou zo voor de vader van John Cleese kunnen doorgaan. Slungelig, x-benen, grote neus, bril met een ouderwets montuur, sappige grijns. Hij heeft een vreemde tred, de schouders omhooggetrokken. Hij draagt elke dag een ander pak of een andere combinatie. Bij regenval komt er een pet met klep bij, zo'n echte Engelse, lichtblauw. Alleen de schoenen blijven altijd hetzelfde. Verkeerde schoenen die iedereen opvallen, witte instappers.

Zijn gezicht heeft een paarsige kleur. Waarschijnlijk van de whisky. Woensdagochtend zat hij al voor elven met een glas bier voor zijn neus aan een tafeltje bij het zwembad van het Hilton. Misschien is het zijn dagelijkse routine. En waarom ook niet. Het is vakantie, geheel verzorgd. En betaald.

Hij duldt geen tegenslag en geen tegenspraak, zeggen insiders. Hij kwam verleden jaar zonder visum naar de Champions Trophy in Pakistan. Moest dat dan? Deze man van de wereld had het niet geweten. Later zou hij in besloten kring hebben gezegd dat toernooien maar niet meer in onderontwikkelde gebieden als Pakistan moesten worden gespeeld. Soms kan hij ook zeer onhebbelijk zijn tegen spelers en coaches. Gisteren stuurde hij Roelant Oltmans met een gedecideerde vingerwijzing terug naar de dug-out, toen die zich even langs de zijlijn waagde. Maar als alles zonder problemen verloopt, is de toernooidirecteur aardig en gunt hij iedereen een stralende lach. Veel spelers krijgen dan na een wedstrijd in de gang van de kleedkamer zelfs een schouderklopje van hem.

Waarom zouden sporters zich soms toch mateloos aan officials storen?