Cees Nooteboom

Cees Nooteboom, De koning van Suriname. Uitg. Rainbow Pockets, 206 blz. Prijs ƒ 12.

Getuigt het van moed of van hoogmoed wanneer een gevierd schrijver oud werk opnieuw laat verschijnen? Rainbow Pockets heeft de reisverhalen die Cees Nooteboom in de jaren vijftig schreef voor Elseviers Weekblad herdrukt. Voorzover het reisverhaal als een literair genre wordt erkend, is dat tenslotte aan Nootebooms publikaties in Elsevier en Avenue te danken. In zijn voorwoord spreekt de auteur erover met een aan het schaapachtige grenzende terughoudendheid: “Dat heeft natuurlijk ook iets vertederends, jezelf gade te slaan bij die eerste passen in de tropen. (-) Ik moet oneindig veel meer hebben gezien dan ik kwijt kon, ik probeerde mezelf tegelijkertijd te verbergen en iets over wat ik zag mee te delen, en dat voor een medium dat ik nog niet kende.”

De heruitgave was om diverse redenen een goed idee. Alleen al om de volledigheid is het van belang dat het oeuvre van iemand van Nootebooms statuur gemakkelijk toegankelijk is (al stelt nog maar zeven procent van de Nederlandse bevolking daar belang in). Bovendien, en dat is een minder academische overweging, zijn het leuke verhalen, fris en onbekommerd en minder, eh, gewichtig literair dan zijn werk nu. Toch is juist aan het hilarische titelverhaal, dat uit 1987 dateert, de winst van drie decennia schrijverschap af te lezen.

Cees Nooteboom, De koning van Suriname. Uitg. Rainbow Pockets, 206 blz. Prijs ƒ 12.