BVD-rapport over Antillen geeft Nordholt gelijk

ROTTERDAM, 9 JULI. De regering van de Nederlandse Antillen die toch al op de schopstoel van het koninkrijk zit, heeft er met de brief van minister Dales (binnenlandse zaken) aan de Tweede Kamer over het wegsturen van criminele jongeren naar Nederland een paar ernstige problemen bij.

Uit de brief blijkt dat de ministers in Willemstad (Curaçao) al geruime tijd op de hoogte zijn van “een situatie (...) die zowel voor de Antilliaanse als voor de Nederlandse regering niet aanvaardbaar is”, zoals minister Dales schrijft. “Dit betreft de druk tot het vertrek van Antillianen naar Nederland door het optreden van de politie, de situatie in het gevangeniswezen en het gedrag van de Sociale Dienst.”

Dales' collega Hirsch Ballin van koninkrijkszaken had al sinds zijn aantreden, drie jaar geleden, gewaarschuwd dat er niet alleen veel mankeert aan de deugdelijkheid van het bestuur op de Antillen maar dat ook de bescherming van de rechtsstaat veel meer aandacht vergt.

Amnesty International bevestigt dat beeld in haar gisteren verschenen jaarrapport over 1992. In het vorige rapport werden de Antillen en Aruba voor het eerst als probleemgebieden op het terrein van de mensenrechten opgevoerd. Nu meldt de organisatie dat er in 1992 “opnieuw berichten waren over marteling en mishandeling van gevangenen op de Nederlandse Antillen en Aruba”. In augustus vorig jaar verscheen het rapport over onrechtmatig gewelddadig gedrag van de politie, van een onderzoekscommissie die in opdracht van de Antilliaanse regering zelf was ingesteld. Die commissie vond bewijzen dat de politie op alle eilanden, met uitzondering van Saba, onrechtmatig gebruik maakte van geweld: slaan met de wapenstok en zo nu en dan met de vuist, en dat tegen overduidelijke gevallen van ernstig politiegeweld geen actie was ondernomen.

Bij een representatieve steekproef onder de Antilliaanse bevolking beweerde één procent van de ondervraagden slachtoffer te zijn geweest van politiegeweld. Amnesty noemt ook vier gevallen van personen die tijdens hun gevangenschap zijn overleden na ernstige mishandeling of marteling, waarvan één mogelijk door zelfmoord.

De vraag rijst of opdeling van de Nederlandse Antillen, voorlopig in één "land' (Curaçao) en vier "Koninkrijkseilanden', zoals door Nederland op de Toekomstconferentie is voorgesteld, een versteviging van de rechtsstaat teweeg kan brengen. Weliswaar zou dan de zwakke Antilliaanse regering verdwijnen, maar haar taken worden versnipperd over de (ei)landen, waar bemoeizucht van Nederlandse bestuurders bepaald niet op prijs wordt gesteld. In dat perspectief zal Nederland zich in het overleg met de Antillen over de toekomstige staatkundige verhoudingen binnen het koninkrijk gedwongen voelen strenge eisen aan de eilanden te stellen. Wie in het koninkrijk wil blijven, zal aan de normen van de rechtsstaat moeten voldoen. Minister Hirsch Ballin wordt in de West nogal eens verweten dat hij moeilijk tot compromissen is te bewegen. Maar op dit punt lijken compromissen uit den boze, en mogen cultuurverschillen niet maatgevend zijn.

In februari bracht de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie E. Nordholt de discussie over Antilliaanse criminele jongeren die naar Nederland worden "geloosd' op gang met een interview in het dagblad Trouw. In Amsterdam waren Antilliaanse jongens, die twee tot drie weken daarvóór nog uit de gevangenis op Curaçao waren ontslagen, opgepakt wegens overvallen. Zijn verhaal, dat was gebaseerd op bezorgdheid over criminele uitwassen in de hoofdstad en het gebrek aan perspectief voor Antilliaanse jongeren zowel in de West als in Nederland, is door menigeen verkeerd begrepen als een rechtstreeks verwijt aan de verantwoordelijke regering in Willemstad. Nordholt zei letterlijk: “Nee, ik kan niet aantonen dat er een beleid achter (het wegsturen van criminele jongeren) zit. Daarvoor moet je keiharde bewijzen hebben, en die zijn niet zodanig dat ik die hier uitspreek.”

Nordholt liet nader verkennend onderzoek verrichten (niet naar de omvang van het probleem in aantallen, maar naar de ernst ervan) en overhandigde de resultaten aan de Binnenlandse Veiligheids Dienst (BVD). Zijn betoog lokte bij de Antilliaanse minister van justitie S. Römer een tirade uit, met het verwijt dat Nordholt de regering in Willemstad zou hebben beschuldigd. De verhouding met Nederland begon eronder te lijden en dat kwam de regering in Den Haag slecht uit omdat er belangrijke veranderingen in de relaties met de Antillen moeten komen waarvoor de medewerking van Willemstad onontbeerlijk is.

Vandaar dat minister Dales in haar brief aan de Tweede Kamer over het BVD-onderzoek nu als eerste conclusie vermeldt dat “er geen sprake is van actieve betrokkenheid van de Antilliaanse regering bij het wegsturen van criminelen naar Nederland.” Maar Dales schrijft ook dat door het gedrag van drie overheidsdiensten - de politie, het gevangeniswezen en de Sociale Dienst - druk wordt uitgeoefend die leidt tot het vertrek van Antillianen naar Nederland.

Zowel het nog geheime BVD-rapport als het jaarbericht van Amnesty toont aan dat verdachten, (ex-)gevangenen en verslaafden het op de Antillen extra moeilijk hebben. Een kleine gemeenschap als het eiland Curaçao, waar de politie je blijft achtervolgen en je hard aanpakt, wil je wel ontvluchten als het even kan, omdat er weinig uitzicht is op werk. De brief van minister Dales geeft aan dat betrokkenen daarbij onder druk komen van overheidsdiensten. Dat is meer dan het verschijnsel waarop hoofdcommissaris Nordholt de vinger heeft gelegd.