Bewegende horrorbeelden van een zeereis naar Batavia

'Seylagie naer Batavia' - elk heel en half uur in het Multi Media Theater op de eerste verdieping van het Nederlands Scheepvaartmuseum, Kattenburgerplein 1, Amsterdam - entree bij toegangsprijs inbegrepen.

AMSTERDAM, 9 JULI. Het Nederlands Scheepvaartmuseum bedient zich sinds kort van de nieuwste technieken om de geschiedenis tot leven te wekken. In het multimedia-programma Seylagie naer Batavia (een zeereis naar Batavia), dat elk half uur in een theaterzaal van het museum te zien is, wordt het gebruik van thriller-elementen niet geschuwd. Een filmopname toont hoe de hand van een angstig zwetende matroos tegen de scheepsmast wordt gedrukt. De chirurgijn heft langzaam zijn mes en steekt met grote kracht in de handpalm van het slachtoffer. Een kreet van pijn schalt door de luidsprekers terwijl het beeldscherm een close-up van hand en mes vertoont. Links en rechts van me hoor ik hoe bezoekers sissend lucht door hun tanden naar binnen zuigen....

Om de indruk te weg te nemen dat de educatieve dienst van het Scheepvaartmuseum een verbond met de producenten van horrorfilms is aangegaan: deze scène, waarin aanschouwelijk wordt gemaakt hoe tucht en discipline gehandhaafd worden aan boord van een achttiende-eeuws V.O.C.-schip, is het enige lugubere fragment in het 25 minuten durende spektakel. Wel wordt de spanning erin gehouden tijdens deze zeereis: ziekte en lamlendigheid onder de bemanningsleden, een dreigende muiterij die op het nippertje bezworen wordt.

Het door sponsor Philips ontwikkelde multimedia-theater heeft ongeveer dezelfde uitgangspunten als de veelvuldig in musea toegepaste dia-klankbeelden. Maar zoals de woorden "multi-media' al suggereren, gaat dit nieuwe fenomeen een paar stappen verder. "High Definition video-projectie, Surround sound en special effects' belooft een folder.

Vergeleken met de bestaande middelen boekt de nieuwe aanpak van het Scheepvaartmuseum winst op twee terreinen. Dat het programma in een gesloten theaterzaal vertoond wordt komt de concentratie van de toeschouwer ten goede: geen aanhoudend gestommel van komende en gaande bezoekers, maar een bioscoop-achtige voorstelling. Geluidseffecten dragen ertoe bij dat het publiek de oren gespitst houdt. Een tweede voordeel is dat bewegende en statische beelden naar hartelust kunnen worden afgewisseld. Bij het vertonen van de stilstaande beelden kunnen bovendien de zijwanden van de zaal worden betrokken. De nieuwe aanpak is speelser en attractiever dan een dia-klankbeeld of video-documentaire.

Gezien de veelheid aan veel verschillende middelen is het nauwelijks verwonderlijk dat Seylagie naer Batavia een onevenwichtige indruk maakt. Na een degelijke historische inleiding, ondersteund door een lange reeks snel wisselende illustraties, transformeert het programma zich tot een verhaal uit een jongensboek. Tijdens een (gefilmde) rondleiding op het V.O.C.-schip Amsterdam dient de geest-achtige verschijning van de Vliegende Hollander zich plotseling aan als verteller. Met de entree van deze figuur, wiens uiterlijk het midden houdt tussen Kapitein Iglo en Long John Silver, is het informatieve deel van de voorstelling afgelopen. Het kindermatinee-karakter wordt echter verstoord door de reeds genoemde scène waarin de hand van een matroos aan de mast wordt genageld. Of de voorstelling geschikt is voor kinderen vanaf acht jaar, zoals een bordje bij de ingang meldt, is dubieus.

Dat de samenstellers alle ter beschikking staande media hebben willen benutten is begrijpelijk, maar daarmee schieten ze regelmatig hun doel voorbij. Het projecteren van beelden op de zijwanden blijkt in de praktijk volstrekt overbodig. De bezoeker heeft al moeite genoeg om de beeldenstroom op het hoofdscherm bij te houden. Ook de machine die kortstondig nep-mist (van het soort dat bij popconcerten populair is) uitbraakt om de opkomende mist in het programma te accentueren zou geschrapt kunnen worden. En welk nut heeft het gebruik van High Definition TV eigenlijk als daarmee dia's van middelmatige kwaliteit worden vertoond? Of detailopnamen van een maquette? De camera vergroot de kleine speelgoedhuisjes genadeloos uit: zorgvuldig beschilderde blokjes hout; haarscherp in beeld gebracht, dat wel.

Interessanter dan het constateren van dergelijke onvolkomenheden, is de vraag welke veranderingen het gebruik van zo'n multimedia-spektakel in een museum tot gevolg heeft. De aankondiging dat de ingebruikname van het theater deel uitmaakt van een "marketingplan van het Scheepvaartmuseum om zich te ontwikkelen tot een speel-, doe-, leer- en beleefmuseum' doet het ergste vermoeden. Waar gaat dat heen: zeerovertje spelen voor beginners en gevorderden?

Het valt mee. De enige pretpark-elementen zijn vooralsnog te vinden op de naast het museum afgemeerde Oostindiëvaarder Amsterdam. Het door figuranten bevolkte schip groet de langsvarende rondvaartboten twee maal per dag met een saluutschot. Zolang de museumcollectie niet wordt beknot, door kermiselementen ontsierd of tot bijprogramma gedegradeerd, valt tegen dergelijke initiatieven niets in te brengen. De nieuwe attracties van het Scheepvaartmuseum vormen een verbreding van de formule. En hoewel Seylagie naer Batavia op vele punten voor verbetering vatbaar is, voldoet het programma aan twee belangrijke criteria: het is onderhoudend en leerzaam. Dat het multimedia-fenomeen ook in andere Nederlandse musea haar intrede zal doen, lijkt daarom vooral een kwestie van tijd.