ALLEEN ZELDZAAMHEID IS CRISISBESTENDIG; Kunsthandelaar Ernst Beyeler over zijn Picasso's, Klee's en Kiefers

Tentoonstellingen: Wege der Moderne; Die Sammlung Beyeler. Neue Nationalgalerie Berlijn. T/m 31 juli. Catalogus f 70,-. New York on Paper. Galerie Beyeler, Bazel. T/m 27 aug.

"Ik houd van de 'moeilijke' kanten van een kunstenaar, bijvoorbeeld van de zoekende, veranderlijke Picasso en de duistere, late Klee." Ernst Beyeler, een van 's werelds grootste kunsthandelaren, kocht en verkocht in de loop der jaren schilderijen van klassiek modernen als Picasso en Giacometti, met wie hij persoonlijk bevriend was, en van Cezanne, Matisse en Klee. Voor zijn eigen verzameling wordt binnenkort bij Bazel een museum gebouwd, maar een groot deel ervan is nu al in Berlijn te zien.

Ernst Beyeler (72) is zeven dagen per week vanaf 8 uur 's ochtends aan het werk in zijn galerie in het centrum van Bazel. Vorige week kon men op de grote Bazelse kunstbeurs observeren hoe hij onafgebroken handen van verzamelaars, museummensen en collegahandelaren schudde. Terwijl ik wacht op een onderhoud, onderhandelt hij met de vertegenwoordiger van een Duits museum over een schilderij van Franz Kline. De museumman merkt op dat hij het aangeboden doek een beetje te groot vindt. Beyeler glimlacht fijntjes: 'Alle doeken van Kline zijn groot', sluit het gesprek geroutineerd af en wendt zich vriendelijk maar uiterst zakelijk tot de volgende wachtende. Hij besteedt niet meer tijd aan een klant dan strikt noodzakelijk is. Beyeler is een van de langst werkzame en grootste kunsthandelaren en galeristen in moderne kunst ter wereld; talloze twintigste-eeuwse kunstwerken zijn door zijn handen gegaan. In de loop der jaren maakte hij exposities over klassiek moderne kunstenaars als Picasso en Giacometti, met wie hij persoonlijk bevriend was, en Cezanne, Matisse en Klee. Veel van die meestal uit particuliere verzamelingen opgedoken werken werden doorverkocht, maar zoals elke liefhebber hield Beyeler soms mooie stukken voor zichzelf. Resultaat is een collectie van 130 schilderijen en 40 sculpturen van uitsluitend grote namen uit de recente kunstgeschiedenis, van Monet via Kandinsky en Ernst naar Bacon en Rothko. De 'wilde' Duitse schilder Baselitz sluit de rij. Een groot deel van Beyelers verzameling is nu te zien in Berlijn, terwijl de bewoners van het dorpje Riehen, Beyelers woonplaats even buiten Bazel, zich onlangs in een referendum uitspraken voor de vestiging van een particulier museum voor de collectie. De 37 miljoen Zwitserse franken (ruim 45 miljoen gulden) die met de bouw van het door Renzo Piano ontworpen complex gemoeid zijn, worden geheel gedekt door Beyeler zelf; van het kanton krijgt hij de grond in langdurig bruikleen en een kwart van de kosten om het museum te runnen. Naar de waarde van de collectie kan men slechts gissen, alleen al de 25 Picasso's 12 Matisse's, 6 Mondriaans en 15 Giacometti's zijn een vermogen waard. Ook heeft de Zwitser een bescheiden verzameling beelden en maskers uit Afrika en Oceanie. In 1996 zal het Beyeler-museum, dat 2500 vierkante meter gaat beslaan, zijn deuren voor het publiek openen. Het museum beschouwt de Zwitser als de kroon op zijn carriere, die begon met een overgenomen winkel voor antiquarische boeken en grafiek die hij in 1951 omvormde tot kunsthandel en galerie. Al gauw besloot Beyeler dat hij zich wilde toeleggen op de moderne tijd. Tussen de oude kunst circuleren teveel vervalsingen, meent hij.

Kopieren

Ik vraag hem of dat tegenwoordig ook niet geldt voor de twintigste- eeuwse handel. Beyeler: "Je doet als dealer zelf natuurlijk onderzoek naar een werk dat je wilt kopen: je zoekt het op in de literatuur, gaat na wie het in hun bezit hebben gehad, enzovoort. Een volkomen onbekend stuk is betrekkelijk zeldzaam en in zo'n geval ben je uiteraard bijzonder op je hoede. Toch is het in mijn loopbaan een keer of vijf, zes voorgekomen dat ik een vervalsing kocht; ik herinner me een Matisse en een Leger - vooral Leger is wat stijl betreft een makkelijk te kopieren schilder. In sommige gevallen had ik zo'n doek alweer doorverkocht en ja, dan koop je het vanzelfsprekend terug en bied je een ander werk aan." Een andere reden om zich met de recente kunstgeschiedenis bezig te houden is het plezier dat Beyeler heeft in de contacten met levende kunstenaars. Picasso ontmoette hij pas in de jaren zestig, maar het klikte meteen en Beyeler mocht rechtstreeks - zonder tussenkomst van Picasso's vaste handelaren - uit het atelier van de Spanjaard kopen en werd zo een van zijn grootste handelaren. Met de Zwitser Giacometti bracht Beyeler vakanties door in Graubunden, vaak in gezelschap van Giacometti's stokoude moeder. "Ik heb eens meegemaakt dat Alberto's moeder tegen haar zoon zei: 'Waarom zijn jouw beeldjes toch altijd zo grauw en zo dun jongen?' De kunstenaar, toen zelf al in de zestig, verdedigde zich met de uitroep: 'Moeder, ik begin heus altijd royaal en breed en vaak denk ik: nu wordt het vrolijker, kleuriger. Maar ik eindig altijd weer dun en grauw.'" De belangrijkste gebeurtenis in Beyelers loopbaan was waarschijnlijk de verwerving van de collectie Thompson, omstreeks 1960 in etappes gekocht van deze Pittsburghse staalmagnaat. Onder diens 500 topstukken bevonden zich 100 Klee's (nu bijna alle in het bezit van het Kunstmuseum in Dusseldorf) en 70 Giacometti's. Beyeler bracht die samen met andere bewonderaars onder in de Giacometti Stichting, die de werken in langdurig bruikleen geeft aan Zwitserse musea. Met de Thompson- collectie, waarvoor Beyelers zich indertijd diep in de schulden stak, maakte hij in een klap naam in de internationale kunsthandel en kreeg hij toegang tot belangrijke musea en grote collectioneurs. Over eventuele lievelingen in zijn collectie wil hij zich niet uitlaten: "Ik denk nooit: die moet erbij wegens de representativiteit. Ik zie de verzameling als een koor van stemmen, het gaat uiteindelijk om de samenklank." Ook in een ander opzicht trekt Beyeler de vergelijking met muziek. "Kunst moet mensen kunnen optillen, een gevoel geven zoals muziek dat kan. Je luistert toch niet naar een viool om de viool zelf, maar omdat iemand mooi speelt? Daarmee bedoel ik niet per se het esthetische, ik prefereer vaak de 'moeilijke' kanten van een kunstenaar, bijvoorbeeld de zoekende, veranderlijke Picasso en de duistere, minder kalligrafische late Klee. Het geserreerde en spirituele is mij liever dan het dramatische , maar anderzijds mis ik in de minimal art en conceptuele kunst iedere bekoring. Het scheppende moet voelbaar blijven, dat geeft kunst juist die ondefinieerbare, bijna religieuze kracht." Op dit moment brengt Beyeler in zijn galerie de expositie New York on Paper, waar naast schitterende oude en nieuwe stukken van Rauschenberg, Warhol en Nauman ook jongeren als Philip Taaffe en Ross Bleckner aan bod komen. Die zijn echter niet vertegenwoordigd in zijn collectie. "Ik wil niet per se en jour zijn. Kunst moet rijpen. Bovendien ben ik een liefhebber van schilderkunst. Daarom eindig ik mijn collectie met Kiefer en Baselitz. Ik heb geen affiniteit met videokunst of hyperrealisme, waarin het visuele ondergeschikt is gemaakt aan de politieke of intellectuele inhoud. Kijk, Picasso was geobsedeerd door het obscene, maar hij schilderde het obscene op een indirecte manier. Nu gebeurt dat allemaal zo expliciet!"

Kooplust

Beyeler zegt niet te lijden onder de huidige stagnatie op de kunstmarkt: "Natuurlijk heb ik ook te duur gekocht in een tijd dat de bomen tot in de hemel groeiden. Het kon niet op, de kooplust was enorm en zelfs piepjonge kunstenaars zagen hoe hun prijzen zich in korte tijd vermenigvuldigden. De terugval is een gezonde reactie, en verliezen horen nu eenmaal bij de handel, daar moet je niet flauw over doen. Mijn specialisme is het opsporen van goede stukken van klassieke modernen, en die zijn en blijven zeldzaam. En wat zeldzaam is, is in hoge mate 'crisis-resistent'". De snelle prijsstijgingen noopten de handelaar tien jaar geleden tot het onderbrengen van zijn verzameling in een stichting; collectioneren bood belastingvoordelen, zo vertelt Beyeler onomwonden. De recente boom heeft voor een aanzienlijke groei van zijn collectie gezorgd. Is er een collectioneur aan wie Beyeler zich spiegelt en die hem misschien inspireerde tot het stichten van een particulier museum? "Guggenheim of Getty niet, nee, die zijn zo groot, daar durf ik mezelf niet mee te vergelijken. De Barnes-collectie uit Philadelphia was altijd mijn grote voorbeeld, maar die is nu niet meer intact. Meer op mijn niveau staat Peter Ludwig, de Duitse chocoladefabrikant. Maar Ludwig is een alleseter, hij koopt pakketgewijs aan en neemt de mindere stukken voor lief. Ik koop geconcentreerder, heb liever een kleiner aantal maar kwalitatief betere Picasso's." Beyeler glimlacht zijn minzame lach: "Ludwig wil een wereld-verzameling aanleggen en zo'n project is gedoemd te mislukken. Ik hou het betrekkelijk klein, ik wil in mijn museum ook nog ruimte over hebben voor tijdelijke tentoonstellingen, die ik zelf wil gaan samenstellen. Zolang ik nog mooie kunst kan vinden, ga ik door."