Vliegmotoren

Het is jammer dat in het, overigens uitstekende, artikel van Jan van den Berg, over het schoner worden van vliegtuigmotoren, twee "schadelijke' gassen onbesproken zijn gebleven. Temeer zo, daar deze gassen, als het om klimaatsverandering gaat, misschien wel het sterkste effect hebben. Ik heb het over waterdamp en zwaveldioxyde.

De foto bij het artikel liet een duidelijke vliegtuigstreep zien. Als vliegtuigen op het niveau van de tropopauze vliegen kunnen dergelijke strepen wat optische eigenschappen betreft meestal beschouwd worden als hoge (cirrus) bewolking. Modelstudies wijzen uit dat 10% extra cirrusbewolking een toename in straling teweeg kan brengen die in orde van grootte vergelijkbaar is met een verdubbeling van de CO concentratie. Een dergelijke toename van cirrus is in bepaalde gebieden van Europa al gemeten. SO reageert met water tot HSO dat zich, net als roet, als aërosol gedraagt. Met een simpele berekening kan worden aangetoond dat de uitstoot van SO door vliegtuigen voor meer dan 50% verantwoordelijk zou kunnen zijn voor de jaarlijkse toename van 5% van de stratosferische aërosollaag. Extra deeltjes in de stratosfeer zorgen voor een plaatselijke toename van de stralingsforcering; op aarde kan men een afname van de stralingsforcering toewijzen aan dit effect. Het punt is nu dat de hoeveelheid waterdamp die vrijkomt bij de verbranding, per liter kerosine constant is. De uitstoot van water per gevlogen kilometer kan dus alleen omlaag gebracht worden door motoren zuiniger te maken. Al het zwavel dat in de brandstof aanwezig is, wordt volledig geoxydeerd; hier helpen zowel zuiniger motoren als een lager zwavelgehalte van de kerosine.