THEU BOERMANS; Gedreven theatermaker

Theu Boermans, artistiek leider van de Amsterdamse toneelgroep De Trust, valt een grote eer te beurt. Niet alleen krijgt hij de Prins Bernhard Fonds Theaterprijs, a raison van honderdduizend gulden, hij krijgt de prijs ook meteen de eerste keer dat zij wordt toegekend. Dat de prijs bovendien volgens de reglementen evengoed naar een instelling had kunnen gaan en of naar een persoon met bijzondere verdiensten voor de dans of de film, lijkt het enthousiasme van de jury voor deze theatermaker eens zoveel waard te maken. En het is mooi, maar nu ook bijna vanzelfsprekend dat een andere jury al eerder besloot twee ensceneringen van Boermans (het door hemzelf geschreven Friedrichswald en Werner Schwabs Overgewicht, onbelangrijk; Vormeloos) voor het komende Theaterfestival te programmeren. Overigens is het de bedoeling dat 75.000 gulden van de prijs wordt besteed aan een project op Boermans' werkgebied.

De jury van het Prins Bernhard Fonds prijst Boermans (Willemstad, 1950) om zijn "enorme gedrevenheid en grote maatschappelijke engagement'. De lof heeft veel van doen met de reputatie van het gezelschap waaraan Boermans leiding geeft. Dat vertoont, veel meer dan andere gezelschappen, de kenmerken van een collectief. Het is een ensemble volgens de letterlijke betekenis van het woord, ongeveer zoals Het Werkteater dat twintig jaar geleden was, hoewel daar ook het leiderschap collectief was. Maar de geestverwantschap die bij De Trust heerst, komt net als toen tot uitdrukking op het toneel. De individuele prestatie lijkt voor de inmiddels tien acteurs minder zwaar te wegen dan het geloof in de voorstelling, in het repertoire, in de noodzaak het soort theater te brengen dat men brengt.

Dat klimaat van engagement en betrokkenheid heeft bestaan vanaf de eerste keer dat het met ingang van dit seizoen gesubsidieerde gezelschap (1,9 miljoen per jaar) van zich deed spreken, met de voorstelling De Mowe (1988), naar Tsjechov, in de regie van Boermans. De Trust brak met de tendens om acteurs hun rol van particulier commentaar te laten voorzien, ter vergroting van de afstand tot het thema van het stuk. Van stond af ging het de groep om de rol zelf, om de betekenis van het stuk, en om intens toneelspel. Die betrokkenheid werd nog zichtbaarder, nadat de groep een eigen huis vond in het voormalige Heiligeweg-bad in Amsterdam.

Het ongepolijste van die met gebrekkige middelen tot theater omgebouwde omgeving stemt wonderwel overeen met het repertoire. Boermans kiest steeds voor jonge schrijvers als Rainald Goetz, Gustav Ernst en Werner Schwab; hun werk is het tegendeel van de well made play: hun moeilijk toegankelijke, "chaotische' teksten getuigen van een politiek en maatschappelijk engagement, omdat ze naar vorm en inhoud de complexiteit van deze tijd weerspiegelen. De grote verdienste van De Trust en van Boermans in het bijzonder is dat het gezelschap die complexiteit respecteert zonder erin verstrikt te raken. Het repertoire is in intellectueel opzicht zwaar en wellicht zwaar op de hand, maar de Trust-ensceneringen zijn vooral fysiek en zintuiglijk en bij uitstek theatraal.