Smeltende ijsfantasieen

“I scream, you scream, everybody wants icecream !” tettert een bigbandnummer uit de tijd dat ijs nog met centen kon worden betaald, en dat geklingel in de straat een tractatie in het vooruitzicht stelde in de smaken vanille, aardbei of chocola.

Bolletje hoorn of tussen wafels. "Een ijsje van een kwartje' was een straatterm die langzamerhand werd vervangen door namen als raket of dubbellikker - de kunst was om ook het laatste, snel smeltende ijs niet van het stokje te laten vallen. IJs was toen vooral iets dat je kocht of kreeg omdat het in de buurt was. Met een gesmolten ijsje thuiskomen gebeurde niet, het moest meteen op. En als er op zaterdag een bak ijs tussen de boodschappen te vinden was werd er niet gedraald onderweg.

Sinds de introductie van de Magnum vier jaar geleden is de markt voor consumptieijs ingrijpend veranderd. Men wil meer en romiger ijs. Nieuw stokjesijs (ook in gezinsverpakking) en in luxeverpakking (Viennetta) als dessert. Want waar serieus wordt gedineerd, voldoet gewone vla niet meer. Het doodgewone ijsje aan het strand heeft plaatsgemaakt voor volwassen likkerij. Zo'n 120 miljoen liter ijs in allerlei vormen en maten lepelen de Nederlanders per jaar weg. Smaak alleen is niet bepalend voor de keuze van een ijsje. Er bestaat ook nog zoiets als een "orale afsmeltingssensatie'. Wat was het vroeger toch lekker om dat bolletje ijs steeds te draaien zodat de gesmolten kant boven kwam, om daarna met het houten schepje het ijs eraf te strijken.

De proef op de som dan maar. Berta 1, echt boerenroomijs, met op de onderzijde van de verpakking een uitgebreide uitleg over dat de inhoud zo smaakt als 'ie smaakt, omdat de koeien die de melk ervoor leveren elke dag verse stro krijgen en dat de doos van volledig afbreekbaar en recyclebaar materiaal is gemaakt. Een blik onder het deksel bevestigt het ergste vermoeden: de recycling is al begonnen. Na twee happen smeken mijn smaakpapillen om verlossing. Mijn hoop op beter is gevestigd op de twee-bolletjes inhoud "vanille roomijs met room' van Mövenpick. Het ijs lijdt aan drageevorming; eenmaal op de tong ontstaat een koud vast schijfje dat kleiner wordt. Vind ik dit fijn? Nee, want ook de smaak ebt weg.

Drie smaken voor de prijs van één. Oude tijden lijken te herleven bij de driekleurige, tussen wafels gestoken roomijsblokjes van Goldberg (acht maal 110 ml voor vier gulden). De roze en bruine kleuren hebben de smaak van de Napolitana van vroeger, maar met de vanille wil het niet lukken. Hertog roomijs blijkt voller van smaak (19% op basis van slagroom) en heeft daarbij de juiste structuur. Kan perfect als bolletje bij fruit worden geserveerd.

Als de trend doorzet en Nederland inderdaad meer en zwaarder ijs van betere kwaliteit gaat eten, moeten we massaal vallen voor Häagen-Dazs. De Amerikaanse fabrikant probeert sinds dit voorjaar via supermarkten, avondwinkels en een heuse ijssalon - in Amsterdam - hun luxe-bollen aan de man te brengen. Gelukkig voor de omzet brandt in deze salon ook in december de open haard, want het ijs is vast van structuur. De prijs van ongeveer vier gulden per bol heeft meer te maken met gewicht dan met smeltgevoel, zo lijkt het. De smaken moeten voldoen aan het credo: Wat je van ver haalt is lekker. Vanille-pindasmaak?! Häagen-Dazs roept dat zijn ijs is gemaakt van natuurlijke grondstoffen. Slim, want de consument realiseert zich niet dat dit bij ander goed ijs ook zo is. Het verorberen van vet ijs staat in schril contrast tot het feit dat Nederlanders van zuur en gezond houden. Met een gemiddelde van twee yoghurttoetjes per week staat Nederland aan de top van yoghurtetend Europa. Wie gezond koppelt aan lekker, krijgt een dessertijsje dat zonder schuldgevoel kan worden weggelepeld: Yoghurtijs. Maar misverstand: er bestaat niet zoiets als yoghurtijs. Het samenvoegen van yoghurt en ijs-ingrediënten levert een produkt op dat de naam ijs niet mag dragen. Wat je wel krijgt is ijs met yoghurtsmaakpoeder of bevroren zure zuivel, en dat scoort weer laag op de "orale afsmeltingsschaal'.

Aan alle geproefde (roomijs)bollen kleefde een zwaar-op-de-maag gevoel. Een hele opluchting was het om bij ijssalon Peppino een bolletje of twee weg te snoepen. Fijn ijs voor een kleine prijs. Dertig jaar ervaring blijkt toch waardevoller dan 10 eendagsvliegen.