Schieten bij zwaailicht en herrie van supporters

ROTTERDAM, 8 JULI. De Rotterdamse politie heeft geen reden tot klagen. De agenten kunnen oefenen op drie schietbanen, voorbeeldig geventileerd en voorzien van geluidsdempende muren. Er wordt geschoten bij natriumlicht, met blauwe en oranje zwaailichten op de achtergrond en herrie van voetbalsupporters, auto's en discotheken op een koptelefoon. Elke treffer wordt op de computer geregistreerd, alles kan op video worden geanalyseerd.

Adjudant C. van der Zouwen, hoofd vuurwapenopleiding, meent dat zijn accomodatie overal standaard zou moeten zijn. “De burger vraagt niet om een postbode, maar een goed gekwalificeerde agent.” Bureau Boezembocht beschikt over drie schietbanen, een dojo, een bokszaal, een sporthal met fitnessruimte en een nieuw oefenpand, waar agenten zich bekwamen in invallen, compleet met bewegende doelen en "stressverhogende' geluiden.

De accomodatie van Rotterdam/Rijnmond is allesbehalve standaard. Volgens een recent rapport van een projectgroep van Binnenlandse Zaken schieten de accomodaties in de meeste regio's tekort. Van de 101 banen zijn er 42 de laatste jaren afgekeurd omdat ze niet voldoen aan de normen voor ventilatie en geluidsdempende voorzieningen. Ook wijken 34 banen in "grote of ernstige' mate af van de eisen. In Drenthe, Friesland en de Gooi- en Vechtstreek beschikt de politie nauwelijks over schietbanen.

Ook de geoefendheid van de Nederlandse agenten is onvoldoende. Officieel moeten agenten jaarlijks vijfmaal oefenen met vuurwapens, benaderingstechnieken en de theorie van geweldsbeheersing. Die norm wordt zelden gehaald wegens de drukke dienstroosters en de gebrekkige accomodaties. Intussen neemt het aantal schietincidenten toe. Volgens de cijfers van Binnenlandse Zaken - die alleen de voormalige gemeentepolitie betreffen - was de politie in 1990 betrokken bij 40 schietincidenten, waarbij drie burgers gewond raakten. In 1992 waren er honderd incidenten met 11 gewonde burgers.

Nieuw zijn de klachten over de gebrekkige training niet. Al in 1987 klaagden de vuurwapendocenten over het gebrek aan oefentijd. Adjudant Van der Zouwen zat indertijd in een werkgroep die nieuwe normen moest vaststellen. “We hebben een prachtig rapport gemaakt, maar toen kwam de regiovorming en kregen korpschefs de vrijheid over hun eigen fondsen te beschikken. Die willen hun mensen toch eerder op straat hebben dan op de schietbaan.”

Het accent ligt overigens allang niet meer op de schietvaardigheid, maar op het benaderen van verdachten en het beoordelen van siutaities. Dat vraagt duurdere apparatuur dan de traditionele schietbaan met vaste doelen. Bij FATS (Firearms Training Systems) ligt het accent op die vaardigheden. Agenten schieten met een laserpistool op een kamerbreed videoscherm. Die projectgroep stelt voor agenten met FATS periodiek te testen op hun schietvaardigheid. Agenten die zakken, verliezen tijdelijk hun vuurwapencertificaat. K. Zal, docent vuurwapenopleiding van de regio Noord-Holland Noord en lid van de projectgroep, ziet dit als een prikkel voor de korpsen om de opleiding serieus te nemen. Van der Zouwen ziet echter een gevaar in het voortdurend examineren van agenten. “Dan zul je zien dat een agent die slaagt, zijn districtschef een argument geeft om hem de straat op te sturen in plaats van de schietbaan.”

Ook heeft de projectgroep zich gebogen over de omvang van het dienstwapen, de Walther P5. Een deel van de agenten beschikt niet over handpalmen van voldoende grootte om dit kloeke wapen te hanteren. Volgens Van der Zouwen ligt de verklaring voor de hand. “De minimale lengte-eis, die nog wel gold bij introductie van het wapen, is in onbruik geraakt. Met het wervingsbeleid onder allochtonen en vrouwen krijg je meer agenten die iets kleiner zijn, en dus meestal ook kleinere handen hebben.”

De projectgroep stelt daarom voor meerdere types dienstpistolen in te voeren. Van der Zouwen ziet liever dat het geld aan extra training wordt besteed. “Als je het wapen niet kunt hanteren, was je al nooit door de opleiding heengekomen. Vrouwen hebben soms een tweede hand nodig om het wapen te ontspannen. Dat is niet zo'n punt. Zo vaak wordt een agent zijn hand niet afgeschoten.”