Russen in Narva ondanks concessies in het offensief

NARVA, 8 JULI. Plantjes op de kast, bloemen op het behang en oranje gordijnen die je niet meer zou durven dichttrekken uit angst dat dan de rail naar beneden komt. Een onopvallend Sovjet-kantoor kortom, alleen staat dit in het Estse Narva en wordt vanuit dit kantoor het omstreden referendum georganiseerd over de "autonomie' van deze voornamelijk door etnische Russen bewoonde stad.

De vastbeslotenheid in Narva om het lot in eigen hand te nemen als reactie op de nieuwe Estse vreemdelingenwet is geenszins verminderd, ook al heeft president Lennart Meri gisteren de wet voor herziening teruggestuurd naar het parlement. Integendeel, de nabijgelegen stad Sillamäe heeft aangekondigd ook een volksraadpleging over autonomie te zullen houden, ook al heeft de regering zulke referenda onwettig verklaard.

Achter het bureau zit burgeres Natalja Bestritsa, moeder van drie niet meer zo jonge kinderen en vrijwilligster bij de organisatie van het referendum. Vanmorgen heeft ze affiches vermenigvuldigd waarop de openingstijd van de stembureaus staat aangegeven (16 en 17 juli, van 10 tot 18 uur.) Nu beschermt ze met haar behaarde onderarmen de paperassen op haar bureau tegen de wind die door het open raam naar binnen waait, zodat haar handen vrij zijn om twee paspoorten door te bladeren.

De eigenaressen van de rode USSR-passen, de 66-jarige vriendinnen Galja Ivanovna en Valentina Pavlovna, zitten er plechtig bij. Ze worden hier officieel geregistreerd als sponsors van het referendum. De stemming is immers verboden en mag dus niet uit de gemeentekas worden betaald, zo meldde de oproep op de lokale radio. Tien kroon hebben ze beiden meegebracht, één gulden dertig, een hele som voor wie moet rondkomen van 400 kroon per maand.

“Even honger hebben is beter dan bloed op straat”, zegt Valentina. “Wij doen niet aan politiek, we willen gewoon voorkomen dat er iets ergs gebeurt.” Op de radio is verteld dat Valentina en Galja straks hun pensioen verliezen en het land moeten verlaten, net als burgeres Natalja en de tachtigduizend andere Russisch-taligen uit Narva trouwens. De Estse vreemdelingenwet bepaalt dat alle buitenlanders die zich tussen 1940 en 1990 in het land hebben gevestigd in beginsel illegaal zijn en een verblijfsvergunning moeten aanvragen. Twee jaar laten kan dan het staatsburgerschap volgen. Russische leiders binnen en buiten Estland hebben de wetgevers in Tallinn beschuldigd van "etnische zuivering'. De bevolking van Estland is voor bijna eenderde Russisch, die van de grensstad Narva zelfs voor 96 procent.

Dat is niet altijd zo geweest. Narva was in 1940 nog voor driekwart Ests. Toen was het ook nog geen grensstad trouwens. Dat kwam pas na de Tweede Wereldoorlog, toen de Esten werd verboden naar de industriestad terug te keren en de Ests-Russische grens tien kilometer naar het Westen werd opgeschoven. Galja en Valentina zijn twee van de duizenden Russische arbeiders die hier toen heen werden gebracht om de fabrieken weer op te bouwen en draaiende te houden. Ze zijn hier getrouwd en moeder en weduwe geworden.

Bij de aanvraagprocedure voor de Estse verblijfsvergunning, waarvan (oud)-Sovjet-militairen overigens zijn uitgesloten, hoort een taaltest. Die schijnt niet onoverkomelijk te zijn maar, zegt Valentina, “wij kunnen op onze leeftijd toch geen vreemde taal meer gaan leren? We hebben veertig jaar lang geen Ests geleerd en het nog nooit gesproken!”

Het twee jaar geleden democratisch gekozen, geheel communistische gemeentebestuur van Narva besloot uit protest tegen de nieuwe wet tot een referendum over een voornemen waarmee het al sinds de Estse onafhankelijkheid rondloopt: zelfbestuur. Dan kan de stad zijn goede economische en sociale banden met Rusland nauwer aanhalen zonder tegenwerking uit Tallinn, legt mede-initiatiefnemer Joeri Misjin uit. Hijzelf spreekt zelfs over een nieuw Hongkong. Wel is hij bereid deze toekomst als aparte economische zone op te geven als de Estse regering de hier levende Russen nu zonder voorwaarden vooraf het staatsburgerschap verleent.

Misjin wordt onderbroken als er weer een sponsor het kantoor binnenkomt, Valeri Melnikov. Melnikov maakt een strijdbare indruk en dat is een understatement. Hij knalt bijna uit zijn overhemd van woede, onderstreept zijn betoog tegen de nieuwe wet met harde slagen op de tafel en voegt de Estse tolk ten slotte toe: “Dit is de laatste kans om met me te praten, ons volgende gesprek zal heel anders zijn.” Melnikov is voorman bij de elektriciteitscentrale van Narva, die heel Estland voorziet, en hij blijkt op het punt te staan de stroom af te sluiten. Tenzij Estland tweetalig wordt en alle Russen mogen blijven.

Er komen nog meer mensen binnen en voordat de gebeurtenissen een dreigende wending kunnen nemen lijkt het wijzer de buitenlucht weer eens op te zoeken. Op het plein voor het stadhuis staat Lenin nog stevig op zijn sokkel. Twee jongens hangen tegen een boom en eten zonnebloempitten uit een tot zakje gevouwen stukje krant, op zijn Russisch.