Rode Khmer maakt zich meester van oude tempel

PHNOM PENH, 8 JULI. Strijders van de Cambodjaanse Rode Khmer hebben gisteren een boeddhistische tempel uit de twaalfde eeuw dichtbij de grens met Thailand ingenomen. De aanval staat op gespannen voet met de toenadering die de Rode Khmer vorige week zocht tot de nieuwe Cambodjaanse overgangsregering.

De regering en de president, prins Norodom Sihanouk, eisten vanmorgen dat de Rode Khmer de tempel onmiddellijk opgeeft. Het regeringsleger heeft aangekondigd de tempel te zullen heroveren indien de Rode Khmer het complex niet goedschiks verlaat. Het kabinet voert vandaag spoedberaad over de kwestie.

Nadat de Rode Khmer de verkiezingen onder supervisie van de Verenigde Naties in mei had geboycot, doken er vorige week weer enkele Rode Khmer-functionarissen op in Phnom Penh om te overleggen over een rol voor de Rode Khmer in het nieuwe Cambodja.

Het complex van de Preah Vihear-tempel werd ten tijde van de aanval bewaakt door zo'n dertig regeringssoldaten, die niet waren opgewassen tegen de Rode Khmer. De guerrillastrijders stonden naar verluidt onder leiding van de beruchte eenbenige "generaal' Ta Mok.

Volgens een Cambodjaanse regeringswoordvoerder werden de Rode Khmer-strijders bij de inname van de tempel geholpen door Thaise militairen. De woordvoerder gaf echter geen bijzonderheden. Thailand heeft in het verleden zelf aanspraak gemaakt op de tempel, maar het Internationale Gerechtshof in Den Haag bepaalde in 1962 dat deze op Cambodjaans grondgebied staat.

De Thaise ambassade in Phnom Penh was niet bereikbaar voor commentaar op het incident. Gedurende de dertien jaar durende burgeroorlog in Cambodja ondersteunde Thailand de Rode Khmer dikwijls actief. (Reuter, AP)