Omstreden wet terug naar Estse parlement

TALLINN, 8 JULI. Het Estse parlement zal de omstreden vreemdelingenwet herzien. President Lennart Meri weigerde gisteren de wet te ondertekenen en stuurde haar naar het parlement terug.

De wet, die eind vorige maand door het parlement werd aangenomen, bepaalt onder meer dat niet-Esten die zich tussen 1940 en 1990 in Estland hebben gevestigd moeten kiezen tussen het Estse en het Russische staatsburgerschap of een verblijfsvergunning moeten aanvragen; doen ze dat niet, dan moeten ze het land verlaten. De wet heeft onder de grote Russische minderheid in Estland grote onrust gezaaid, vooral omdat sommige categorieën binnen de minderheid bij voorbaat te horen hebben gekregen dat ze niet in Estland mogen blijven. Ook in Moskou is zeer scherp op de nieuwe wet gereageerd.

President Meri schortte naar aanleiding van die scherpe reacties eerder de ondertekening van de wet op. Hij liet weten eerst advies te willen inwinnen van organisaties als de Europese Veiligheidsconferentie (CVSE) en de Raad van Europa. Deskundigen van de CVSE kwamen na bestudering van de wetstekst tot de conclusie dat talrijke artikelen zeer vaag zijn geformuleerd en de mogelijkheid van willekeur bij de toepassing van de wet openlaten.

Meri zei gisteren de wet “na veel nadenken” naar het parlement te hebben teruggestuurd “om er zeker van te zijn dat alle mensen in Estland eerlijk zullen worden behandeld”. Het parlement komt vandaag bijeen om aanpassingen te bespreken.

In het buitenland is met opluchting op de stap van Meri gereageerd. De Zweedse regering vond die “wijs”. Ook in CVSE-kringen is met instemming gereageerd. Estse parlementariërs spraken zich gisteren in Tallinn uit voor aanpassing van de wet, al maakten enkelen van hen kanttekeningen bij sommige van de door de CVSE aanbevolen wijzigingen. (Reuter, AFP)