"No, no, why do you harm your cello?'

De Duitse cello-pedagoog Siegfried Palm zit klein en gedrongen achter de Debussy partituur en slaat ritmisch met zijn hand op het lessenaartje. "Hjam, phàm, phàm, phàm', zingt hij mee. Dan, getergd, met de handen omhoog: "No, no, why do you harm your cello?'. Petr Sporcl (24) kijkt geschrokken op van zijn snaren. "It's your friend!'. Opnieuw speelt hij de laatste maten, en nog eens en nog eens. Net zo lang tot dat Palm tevreden is. Niet teveel glissando, houdt hij de jonge Tjech voor, en vooral spaarzaam met vibraties, want die maken de sonate too funny', en dat is helemaaal niet de bedoeling.

Aan het eind van de masterclass krijgt Petr een schouderklopje. "Het is prettig om met je te werken', zegt Siegfried Palm en met een knikje naar de luisteraars die op de klapstoelen zijn neergestreken: "Begabter Jungen'. Petr loopt naar de kantine van het Alkmaarse conservatorium, want na anderhalf uur opperste concentratie heeft hij wel een kop koffie verdiend. Voordat hij aan de middagrepetities begint gaat hij even de binnenstad van Alkmaar bekijken. Die zal er wel anders uitzien dat het centrum van Dallas, waar hij het afgelopen jaar studeerde. "Nee, vakantie is het niet', zegt Petr serieus. "Als ik op vakantie ga laat ik mijn cello thuis.'

Petr Sporcl is een van de ruim tweehonderd jonge musici die deze zomer in Alkmaar en Bergen deelnemen aan de internationale zomeracademie Holland Music Sessions. Ze krijgen les van befaamde musici en muziekpedagogen uit alle delen van de wereld. Het publiek is welkom bij zo'n 150 openbare masterclasses, waar grootheden als Elly Amelink, Karl Heinz Kämmerling, Ida Haendel, William Pleeth, Herman Krebbers, Shuku Iwasaki, Marie Francoise Bucquet, Jan Wijn en vele anderen hun lessen geven. Daarnaast verzorgen de deelnemers zes weken lang optredens in de Runekerk in Bergen en de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw.

Frans Wolfkamp, directeur van Holland Music Sessions, omschrijft de zes muziekweken als een kraamkamer' voor jong, doorbrekend talent. Een evenement dat zich volgens de directeur inmiddels kan meten met gerenommeerde zomeracademies als die van Salzburg en Sienna. Jonge musici uit alle windstreken, of ze nu in Los Angeles of in Peking wonen, weten vaak feilloos Alkmaar op de kaart aan te wijzen. "Het eerste geheim van ons succes is dat we toppedagogen uit alle culturen en van alle stijlen hier naar toe weten te halen en het tweede geheim is dat we een enorm podium van masterclasses en concerten creëren waar de jonge musici kunnen optreden.'

De deelnemers komen dit jaar uit 37 verschillende landen, waarbij Azië en Oost-Europa opvallend goed vertegenwoordigd zijn. Hun leeftijd varieert van 15 tot 25 jaar. Ze komen niet naar de zomeracademie om te leren spelen, dat kunnen ze als de besten. Veel participanten hebben met de hoogste cijfers het conservatorium doorlopen en studeren nu verder bij beroemde pedagogen om uit te groeien tot solist.

Niet alle deelnemers zullen echter zulke hoge ogen gooien. Sommigen zijn getalenteerd, maar nog in opleiding, anderen weten dat ze het nooit verder zullen brengen dan de subtop. Waar het tijdens deze muziekweken om draait is persoonlijke interpretatie, stijl en podiumervaring. Wie goed presteert tijdens de masterclasses mag een recitel geven in de Runekerk in Bergen. Wie zich daar onderscheidt wordt het volgend jaar gevraagd om op te treden in de Kleine Zaal van het Concertgebouw.

Uit de twaalf meest belovende deelnemers tenslotte, wordt een selectie gemaakt voor de World Tour, een serie concerten in de grote zalen van tien wereldsteden, waaronder New York, Tokio en Los Angeles. Een van de genomineerden voor de World Tour is dit jaar de zeventienjarige Jan Biel. De uit Zweden afkomstige pianist zal tijdens zijn optreden in het Concertgebouw op 15 juli a.s. behalve werken van Beethoven, Liszt en Janácèk ook een eigen compositie ten gehore brengen.

Jan Biel was veertien toen hij de eerste maal deelnam aan de Holland Music Sessions. "Wat wij beogen is een geleidelijke en evenwichtige opbouw naar het concertpodium', zegt directeur Frans Wolfkamp. "Het is een andere aanpak dan die van de concoursen. Ik heb niets tegen concoursen, begrijp me goed, maar wat je vaak ziet gebeuren is dat jonge musici instorten nadat ze een concours gewonnen hebben. Van sommige grote talenten hoor je nooit meer iets omdat ze de volgende stap niet kunnen zetten.' Een van de laatste winnaars van het Elisabeth Concours in Brussel is zelfs in een psychiatrische inrichting terecht gekomen weet Wolfkamp te vertellen, al moet hij toegeven dat zoiets tamelijk extreem is.

Na de ochtendsessie bij Siegfried Palm komen de Nederlandse Doris Hochscheid (21) en de Zwitserse Stefan Thut (24) vermoeid de kantine ingelopen om een broodje te eten. "Het is waanzinnig interessant om elke dag les te krijgen van zo iemand als Palm', zegt Doris die haar vijfde jaar ingaat op het Amsterdams Sweelinck Conservatorium. "Hij is gespecialiseerd in 20e-eeuwse muziek en hij weet precies hoe je al die piepjes en kraakjes moet spelen.'

Ook voor Stefan is de bekendheid van Palm met het modern repertoire een belangrijke drijfveer om naar Alkmaar te komen. "Grote pedagogen reis je achterna, waar ter wereld ze ook lesgeven', zegt Stefan die zelf het afgelopen jaar in Boston doorbracht. Doris heeft voor vier weken ingeschreven en volgt na Siegfried Palm ook nog lessen bij de Tjech Stanislav Apolin, de uit Rusland afkomstige cellist Dmitri Ferschtman en de Brit William Pleeth. "Het is niet geheel vrij van egoistische redenen dat ik hier ben', bekent ze tussen twee happen door. "Je weet welke cellisten in welke jury's van concoursen zitten. Je moet je neus laten zien, ze moeten je leren kennen, want ze hebben veel te vertellen in het concertcircuit.'

Het is een harde wereld, vindt ook Stefan Thut. Zelfs een baan bij een orkest is tegenwoordig al moeilijk te bemachtigen: "Voor één plaats melden zich vijfhonderd cellisten uit alle delen van de wereld. En als Zwitser krijg je in Europa maar moeilijk een werkvergunning, want wij zitten niet in de EEG.' Hij houdt het er maar op dat hij cello-docent wordt. Ondertussen houdt hij tijdens de muziekweken ook nog een beetje vakantie. " 's Avonds studeren, nee dat doe ik nu niet.'