Nieuw fonds stimuleert architectuur met ruim zes miljoen per jaar; Van bouwbeleid naar cultuurbeleid

ROTTERDAM, 8 JULI. Terwijl vorige week op de Dag van de Architectuur het gekrakeel losbarstte over de bouw van het nieuwe ministerie van WVC vond stilletjes een ander evenement plaats: de oprichting van het Stimuleringsfonds voor Architectuur. Tussen nu en 1996 beschikt het fonds, een gezamenlijke onderneming van de ministeries van VROM en WVC, over ruim zes miljoen gulden per jaar. Daarmee worden incidentele projecten gesteund van lokale overheden, ontwerpers, opdrachtgevers, bouwbedrijven en "het publiek'.

Bij het Stimuleringsfonds is een adviescommissie van dertien mensen benoemd die de aanvragen zal beoordelen. De bestaande subsidieregelingen van WVC en VROM voor manifestaties, publikaties en projecten worden aan dit fonds overgedragen.

Vooruitlopend op de oprichting van het fonds is anderhalf jaar geleden al een tijdelijke regeling ingesteld. Van de ruim tweehonderd aanvragen die sindsdien zijn ontvangen is ongeveer een derde gehonoreerd. “Er zaten veel aanvragen bij van gemeenten die een architectuurbeleid willen opzetten. Sommige zitten goed in elkaar, zoals de plannen van Breda en Den Bosch, andere waren routineuzer in elkaar gezet,” aldus directeur Noud de Vreeze.

Voorbeelden van projecten die steun kregen zijn het onlangs verschenen eerste boek van een reeks over de stedebouwkundige Cor van Eesteren, de nu lopende manifestatie AIR Alexander van de Rotterdamse Kunststichting, een symposium over architectuur en moraal, prijsvragen van Delft Design, Europan, Archiprix en de Rietveldprijs, en tentoonstellingen over Aldo Rossi in de Beurs van Berlage en over de Indiase stad Chandigarh, nu in de Kunsthal.

Volgens De Vreeze doet zich de laatste jaren in Nederland een kentering voor in het denken over architectuur. “Sinds de oorlog heeft de 'noodzaak' de boventoon gevoerd: de wederopbouw, een rationele en efficiënte volkshuisvesting, de stadsvernieuwing. Nu is er verschuiving te merken van de rijk van de noodzaak naar het rijk van het plezier.” Als markering van de omslag van bouwbeleid naar cultuurbeleid noemt hij de twee jaar oude regeringsnota over het architectuurbeleid, de eerste in zijn soort en een gezamenlijk initiatief van WVC en VROM. Helemaal van harte gaat het bij VROM nog niet: “Het is van oudsher een coördinerend bouwdepartment dat vooral gewend is te denken in termen van huursubsidies en financieringsstromen.”

Een recent onderzoek in opdracht van WVC toont aan, dat de belangstelling bij het publiek voor architectuur sterk is gegroeid. De Vreeze: “Maar ook bij projectontwikkelaars en gemeenten zie je steeds meer betrokkenheid. Zo organiseren de Rabo Bank en het Sociaal Fonds Bouwnijverheid bijeenkomsten waar ze vrijelijk met architecten van gedachten wisselen. Projectontwikkelaar Wilma was bijvoorbeeld een van de sponsors van de Werkgroep 5 x 5, die naar meer kwaliteit in de volkshuisvesting streefde. Op het bestuurlijke vlak heeft een aantal gedreven wethouders, zoals Duivesteijn in Den Haag en Gietema in Groningen, een gemeentelijk apparaat opgezet dat een wervende, zelfs dwingende invloed op het bouwproces weet uit te oefenen.” Een van de voornemens voor de toekomst is dan ook het opdrachtgeverschap verder te verbeteren - door De Vreeze met een knipoog "het beschavingsoffensief' genoemd.

Het Stimuleringsfonds wacht niet alleen passief op aanvragen, maar zal ook actief proberen de “hiaten in de euforie” te vullen. Een van de thema's voor de komende vier jaar is de heropleving van de stedebouw. “De belangstelling voor de architectonische vormgeving van afzonderlijke gebouwen neemt weliswaar toe, maar nog altijd blijft de aandacht voor de context achter.” Als voorbeeld van hoe het beter kan, noemt hij de tuindorpen van de jaren twintig en dertig: “De ontwerpers hadden niet alleen oog voor de gebouwen, maar ook voor de openbare ruimte èn de aansluiting op aanpalende wijken - kortom, voor de samenhang der dingen. Nu maakt Nederland grootse plannen voor de bouwlocaties die in de Vierde Nota Extra voor de ruimtelijke ordening zijn aangewezen, maar de kwalitatieve discussie erover moet nog beginnen.” Ook wil het fonds proberen de discussies over architectuur en over het milieu beter op elkaar te laten aansluiten.

In september presenteert het Stimuleringsfonds zijn eerste beleidsplan.