Mangrovebossen (2)

In de brief van Klein en Sprengers (W&O 17 juni) wordt vermeld dat de maximale adaptiesnelheid van de zeespiegelstijging voor de mangrove naar verwachting ligt op 10-12 cm per eeuw. Als dit zo was zou het mangrove ecosysteem al lang van de aardbodem verdwenen zijn.

Tijdens het Kwartair zijn er veelvuldig zeespiegeldalingen en -stijgingen opgetreden met veel grotere snelheden. Na de laatste ijstijd hebben zich snelheden voorgedaan van meer dan 150 cm per eeuw en juist in deze periode floreerde in veel gebieden de mangrove, zoals uit palynologische studies (onderzoek van fossiele stuifmeelkorrels) van diepzeekernen gebleken is. De lage zeespiegel samenhangend met de laatste ijstijd betekende o.h.a. voor de mangrove een dieptepunt. De oorzaken moeten gezocht worden in lagere zeewatertemperatuur in de tropen (waardoor het areaal kleiner werd), krachtiger passaatwinden en het feit dat de kust veelal langs de relatief steile shelfrand lag, waardoor het mangroveareaal smaller was en minder beschermd. Tijdens de daaropvolgende zeespiegelstijging werden de shelfgebieden geleidelijk bedekt door de zee hetgeen ideale omstandigheden schiep voor de groei van de mangrove. De bovengenoemde maximale adaptiesnelheid van 10-12 cm per eeuw geldt voornamelijk voor lage eilanden, grotendeels opgebouwd uit kalksteen, waar geen aanvoer van klastische sedimenten als zand en klei plaatsvindt. In zo'n geval kan de mangrove nauwelijks uitwijken en moet hij de zeespiegelstijging bijhouden door het vormen van zijn eigen substraat, bestaande uit organisch materiaal. Bij veel van deze eilandjes zal de mangrove bij een snelle stijging inderdaad gedoemd zijn te verdwijnen. De toename van het aantal stormen, zoals genoemd door Klein en Sprengers, is inderdaad een reële bedreiging, maar dit geldt vooral voor gebieden waar tropische cyclonen voorkomen, dus niet om en nabij de equator. Door de hogere zeewatertemperaturen zal ook de vernietigende kracht van deze cyclonen sterk toenemen.