Lonkende kilometers; Op de fiets van Maastricht naar Rome

"Onbegrensd fietsen van Amsterdam naar Rome. Deel 1, Maastricht-Basel'. Paul Benjaminse, uitgever Carto Studio, Amsterdam. Prijs ƒ 35,- Verkrijgbaar bij alle ANWB-kantoren, vanaf 1 augustus ook in de boekhandel. Deel 2, Basel-Rome, is gepland voor 1994.

Paul Benjaminse is kartograaf van beroep, met fietsen als hobby. Werk en vrije tijd heeft hij gebundeld in een lange-afstandsroute: "Onbegrensd fietsen van Amsterdam naar Rome'. Eind vorige maand verscheen het eerste deel, het traject Maastricht-Basel, dat ongeveer 600 kilometer beslaat. Het setje bestaat uit 36 detailkaarten en een tekstboekje over route, landschap en bezienswaardige cultuur.

Benjaminse, die als kartograaf betrokken was bij gidsen voor lange-afstandsfietsroutes, zocht naar een oorspronkelijke route met een evenwichtige afwisseling in het landschap en rustige wegen. Daarbij ontwierp hij zijn eigen kaartjes. Ze zijn een genoegen om te bekijken. Op een formaat van 14 bij 16 centimeter, schaal 1:100.000, beslaan ze elk ongeveer 20 kilometer.

Door zijn kleurgebruik probeert Benjaminse de indruk van een landschap op kaart vast te leggen. Bos wordt lichtgroen, plateaus zijn bruinig. De hiërarchie in de symbolen wordt aangebracht met het oog op de gebruiker. Voor een fietser hebben autowegen geen prioriteit, die blijven dus wit of grijs, met een donkerder tint naarmate een weg drukker is.

Dat er een fietser met ervaring aan het werk is geweest, blijkt uit de keuze en rangorde van symbolen voor campings, jeugdherbergen, cafés, restaurants, pensions en (niet al te dure) hotels, die vlak langs de route liggen. En - hoera! - fietsenmakers. De bijbehorende adressen staan in het boekje. Ook geeft elk kaartje, door middel van pijltjes bij steile hellingen en een afzonderlijk hoogteprofiel, een globale indruk van de hoogteverschillen in het terrein.

Een nadeel van het afwijkende, terughoudende kleurgebruik is dat de route vaak niet in één oogopslag duidelijk is. Geen probleem voor wie er niet tegen opziet op elke splitsing stil te houden, wel voor wie tijdens een afdaling even de volgende kilometers wil bekijken.

Overigens is het merkwaardig dat een route van Amsterdam naar Rome begint in Maastricht. “De belangstelling gaat vooral uit naar fietsen in het buitenland,” zegt Benjaminse desgevraagd. “Bovendien zijn er in Nederland al erg veel uitgezette routes, een traject Amsterdam-Maastricht zou die grotendeels overlappen.” Maar bij voldoende belangstelling sluit hij een later te verschijnen deel 0 niet uit.

Op een zomerse zondag verkennen we het eerste stuk, van ongeveer 55 kilometer, tot in de Hoge Venen. Mooie route, via Sibbe en Gulpen, door het Geuldal en het Belgische, maar Duitstalige, Ostkanton. Weilanden en bosschages, geelwitte processie-vaantjes langs een dorpsstraat en veel fietsend volk van divers pluimage. Maar opvallend weinig autoverkeer, de belofte van autoluwe weggetjes wordt ingelost. Op de totale lengte is 70 van de 600 kilometer zelfs helemaal autovrij.

Het overgangsstuk door België, tussen Sippenaeken en Raeren, blijkt geen landschappelijk hoogstandje. Er bestaan spectaculairder wegen tussen de grens en de Hautes Fagnes, zoals we later op de terugweg constateren. Maar wel met aanzienlijk meer autoverkeer. “We zouden het liefst door het Geuldal verder zijn gegaan,” zegt Benjaminse, “maar daar zijn geen fietsbare wegen. Andere routes zijn erg druk en het is irritant om lang tussen auto's te rijden.”

De kaartjes voldoen redelijk. In twijfelgevallen bieden richtingborden uitkomst. Maar toch komen we een aantal knooppunten tegen, waar de kaart te kort schiet. Het blijken precies die plekken te zijn, waar het kaartje voor uitleg naar het boek verwijst. Daardoor gebeurt wat Benjaminse wil voorkomen: dat bij een niet-bewegwijzerde route om de haverklap een tekstboek geraadpleegd moet worden. Want het ideaal blijft om louter op een overzichtelijke kaart te fietsen.

Zou een inzetkaartje met details niet handiger zijn? Volgens de auteur ervaren veel mensen zo'n kaartje als rommelig. Om het kaartbeeld te behouden is gekozen voor een uitleg in het boekje. Dat komt tot Basel slechts 21 keer voor, wij hebben een "knooppuntrijk' (vier stuks op 55 kilometer) deel getroffen.

De route is niet overdreven zwaar en vermijdt steile hellingen. Toch is het niet aannemelijk dat fietsers met "behoorlijk wat zitvlees en een fiets met een beperkt aantal versnellingen', waarvoor de route ook bedoeld is, met twee vingers in de neus Basel halen. De kittige klimmetjes in de Zuidlimburgse heuvels en de slome, slopende Ardense hellingen kruipen in de kuiten.

Nadat we bij de Wesertal-Sperre in het Lac d'Eupen falikant verkeerd gereden zijn, komen we op een terras in Eupen tot de slotsom dat het een aardig tochtje was, ondanks de praktische onvolkomenheden in het kaartgebruik. Vanaf het Hohes Venn lonken nog zo'n 550 kilometer tot Basel, door Oostkanton, het Ourdal, de Eifel, Luxemburg, Lotharingen, de Elzas en de Vogezen. Stille en autoluwe wegen door geleidelijk stijgende rivierdalen, belooft de routebeschrijving, om de grote steden heen, maar met alternatieve routes naar onder andere Aken, Luxemburg, Metz en Straatsburg.

En die praktische onvolkomenheden? Daaraan blijft de auteur-fietser voor een volgende druk sleutelen, belooft hij.