"Kleine aanpassing structuurwet volstaat'

De raad van commissarissen, tot nu toe een onneembare veste, ligt onder vuur. Juristen en politici vragen zich af of die onaantastbaarheid wel terecht is. Vandaag in een serie reacties een vraaggesprek met de Utrechtse advocaat in vennootschapsrecht, mr. M. Brink.

UTRECHT, 8 JULI. De Utrechtse advocaat in vennootschapsrecht, mr. M. Brink, werkzaam bij Derks Star Busman en commissaris bij onder meer Digital Equipment ziet juridische mogelijkheden om de controle op commissarissen te verhogen. Hij wil echter niet af van het "wonder van Den Haag' zoals de structuurwet liefkozend wel wordt genoemd, omdat de wet de tegenpolen arbeid en kapitaal verenigt. De wet beveelt commissarissen het belang van de gehele onderneming na te streven en daarmee heeft de wetgever een stammenstrijd tussen aandeelhouderscommissarissen en werknemerscommissarissen voorkomen.

“Ik ben het niet eens met de opzet van prof.mr.drs. H.P.J. Ophof en VVD-leider Bolkestein om de structuurwet aan te pakken om de controle op commissarissen te vergroten. De aanleiding is wel heel gemakkelijk gevonden: de structuurwet verhinderde dat Torstein Hagen bij Nedlloyd zeggenschap kreeg en door de structuurwet zou het falen van de commissarissen van DAF niet aan de kaak gesteld zijn. Maar kloppen die uitgangspunten wel?”

“Ophof wijt faillissementen, zoals van DAF, aan falend management. Ik vind het opvallend dat oud-DAF-president C. Baan na het faillissement de leiding heeft gekregen van de nieuwe DAF, maar een oordeel kan mijns inziens daarover niet worden uitgesproken: er is immers geen enquête door de Ondernemingskamer ingesteld naar DAF. Ook ligt er geen wetenschappelijk onderzoeksrapport.”

Bij Nedlloyd lijkt de zaak eenvoudiger. Cijfers over een aantal jaren illustreren de neergang van het bedrijf. Het bestuur was kennelijk niet bij machte dit proces te stoppen. Plannen van de Noor Hagen om hier wat aan te doen mislukten. Nedlloyd-president Rootliep mocht tot zijn pensionering deze maand blijven zitten. De Nedlloyd-commissarissen zijn niet getoetst over de uitoefening van hun taak. Eén van de Nedlloyd-commissarissen, mr. F.O.J. jhr. Sickinghe, stapte weliswaar uit onvrede op, maar deze beslissing lijkt meer ondanks, dan dankzij het Nederlandse systeem te zijn genomen.

“De conclusie dat Hagen niet in staat zou zijn geweest het ondernemingsbeleid van Nedlloyd te benvloeden, acht ik niet juist. Hij vertegenwoordigde op een bepaald moment zo'n dertig procent van het aandelenkapitaal. Er is een belang van niet meer dan tien procent nodig om een enquête bij de Ondernemingskamer aan te vragen.”

“Het vaker inschakelen van de Ondernemingskamer heeft een preventieve werking. De maatschappelijke alertheid van commissarissen wordt vergroot. Ik meen dat inzichtelijk en gemotiveerd ondernemersbeleid marginaal getoetst kan worden en dat slecht beleid meer inhoudelijk zal moeten worden beoordeeld. Bij problemen moeten de partijen naar de rechter, misschien niet ideaal, maar beter hebben we niet.”

“Bolkestein en Ophof willen de controle op commissarissen vergroten door de aandeelhouder weer de hoogste macht in de vennootschap te geven. Daarmee boet de andere partij, de werknemers, aan macht in.”

Ophof motiveert zijn keuze voor de aandeelhouders dat zij het meeste belang hebben bij een continue, zo hoog mogelijke winstgevendheid, terwijl werknemers met matig rendement tevreden kunnen zijn.

Brink: “Ik ben het met FNV-jurist Bloemarts eens die meent dat je de stelling met evenveel recht kunt omdraaien en werknemers de hoogste macht geven. Je komt dan met de variant dat juist werknemers belang hebben bij een zo hoog mogelijke winst, omdat zij dan zo hoog mogelijk loon kunnen krijgen, terwijl aandeelhouders slechts genteresseerd kunnen zijn in een bedrijf zo lang zij geen betere investering hebben gevonden. Ik geef daarmee aan dat arbeid en kapitaal niet losgekoppeld kunnen worden: wat dat betreft is de structuurwet inderdaad het wonder van Den Haag.”

Brink pleit voor meer repressieve toetsing of te wel vereenvoudiging van de mogelijkheid tot ontslag van commissarissen. In de afgelopen tijd behoefden commissarissen weinig te vrezen. De raad van commissarissen en de ondernemingsraad kunnen weliswaar altijd aan de Ondernemingskamer vragen een commissaris te ontslaan, maar dat is nog nooit gebeurd. Er is maar één geval bekend dat een rechter in een structuurvennootschap een commissaris heeft ontslagen. Dat was de commissaris van Westhaven in Amsterdam in 1985. Reden voor de gezaghebbende prof.mr. P.C. van den Hoek om te concluderen dat een commissaris eigenlijk niet te verwijderen is.

Brink: “Die situatie kan veranderen. Vroeger werd bij voorbeeld vrijwel nooit een arbeidsovereenkomst door een kantonrechter ontbonden, totdat in de jaren zeventig een uit 1908 daterend wetsartikel als het ware werd herondekt. Dat kan ook in het geval van de commissaris. De wet geeft daarvoor alle ruimte. Eris maar één probleem: op dit moment ligt de drempel voor aandeelhouders om een procedure te beginnen te hoog. De wetgever zou het gemakkelijker moeten maken voor aandeelhouders om naar de rechter te stappen om een commissaris te ontslaan. Nu is daar nog een meerderheid van de stemmen in de aandeelhoudersvergadering voor nodig. Ik vind dat ook een minderheid van twintig à dertig procent de rechter om een oordeel over een commissaris moet kunnen vragen.”

“De wetgever zou zodoende door één enkele, eenvoudige wetswijziging het toezicht op commissarissen verbeteren. Daarmee zijn veel van de problemen van de structuurwet weggenomen zonder de kwaliteiten daarvan aan te tasten.”