Kanker: proef met ander gebruik hormoon; Meer resultaat door lagere dosering direct in tumor te spuiten

UTRECHT, 8 JULI. Onderzoekers in het academisch ziekenhuis in Utrecht willen binnenkort een nieuwe behandelmethode van kanker beproeven. Het betreft de toediening van lage doses van een groeihormoon voor bloedcellen, interleukine-2: een lichaamseigen stof die door bacteriën kan worden geproduceerd via de recombinant DNA-techniek. De behandeling richt zich op enkele soorten tumoren in een vergevorderd stadium, waarvoor geen andere therapie meer beschikbaar is.

Tot nu toe wordt in enkele ziekenhuizen wel interleukine-2 gegeven, maar in zeer hoge doses, die ernstige bijwerkingen te zien geven. Bij de nieuwe toepassing wordt een veel lagere dosering van het middel toegediend, die bovendien niet in de bloedbaan wordt gebracht maar in de tumor zelf wordt gespoten.

Het gebruik van interleukine-2 volgens de huidige methode geeft resultaat bij nog geen 10 procent van de behandelde patiënten. De onderzoekers hebben aanleiding beduidend hoopvoller te zijn over hun nieuwe methode, zo meldt de Nieuwsbrief van de Stichting Medisch Farmaceutische Research deze week.

De Werkgroep Tumorimmunologie in Utrecht is een twee jaar geleden opgericht samenwerkingsverband tussen artsen, veeartsen, biologen, farmaceuten en chemici. De werkgroep heeft zich in het kankeronderzoek gericht op het stimuleren van de afweer tegen kanker.

Het immuunsysteem speelt niet alleen een rol bij het opruimen van vreemde indringers als bacteriën en virussen, maar ook bij veranderingen van weefsel, zoals kanker. De afweer bestaat uit een groot aantal verschillende cellen. Witte bloedcellen, lymfocyten, spelen een essentiële rol. Ook bij kanker zijn deze cellen belangrijk. Tumoren zijn vaak genfiltreerd door deze lymfocyten, maar zij blijken niet in staat kankercellen te bestrijden. Het onderzoek is gericht op het "oppeppen' van deze lymfocyten, zodat kanker kan worden opgeruimd. Dat geldt vooral voor uitgezaaide kanker, waarbij operatief ingrijpen geen genezing meer kan geven.

De oorsprong van de therapie met lage doses interleukine-2 voert terug naar 1969, toen leukemie-patiënten met een vaccin tegen tuberculose, BCG (Bacillus Calmette Quérin), werden behandeld. Hoewel niet precies bekend is waarom, werd de afweer van de leukemie-patiënten - weliswaar tijdelijk - sterk gestimuleerd en bleek het vaccin in staat de groei van de tumor te remmen.

Dr. E.J. Ruitenberg, hoogleraar infectie-ziekten en immunologie, destijds verbonden aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne, begon halverwege de jaren zeventig in samenwerking met de faculteit diergeneeskunde een experiment met runderen die oogkanker hadden. Zonder therapie zaait deze tumor uit en overlijdt het rund daaraan uiteindelijk. In 70 procent van alle gevallen van kanker die met BCG werden ingespoten bleek de kanker te verdwijnen en in 50 procent van de gevallen kwam die ook niet meer terug.

In Nederland is het om ethische redenen nooit gekomen tot onderzoek bij mensen, waarbij BCG in de kanker wordt gespoten, omdat het inspuiten van dit middel zonder andere behandelingsvormen onverantwoord is. Alleen bij blaaskanker is spoeling het BCG na operatieve verwijdering van de tumor standaard geworden.

Zoals BCG de lymfocyten in de tumor lijkt te activeren, zo doet interleukine-2 dat ook. De Amerikaanse onderzoeker Rosenberg van het "National Cancer Institute' heeft als eerste de behandeling van kanker uitgevoerd met interleukine-2, gecombineerd met zogeheten LAK-cellen: cellen die buiten het lichaam zijn geactiveerd met interleukine-2 tot "killer cells'. Van de patiënt wordt bloed afgenomen en de witte bloedcellen worden onder invloed van interleukine-2 opgepept om de kanker aan te pakken. De methode is echter tijdrovend, moeizaam en kostbaar.

Een ander element is ontleend aan de BCG-behandeling: spuit interleukine-2 niet in de bloedbaan, maar direct in of om de tumor. Behandeling met interleukine-2 via inspuiten in de vaten geeft kwalijke bijwerkingen te zien, zoals het lekken van bloedvaten, neurologische problemen en een slechte conditie.

Bij de huidige behandeling krijgen patiënten doses van maar liefst zestien miljoen eenheden tegelijk. De Utrechtse patho-bioloog prof.dr. W. den Otter is voorstander van veel lagere doseringen, van 5.000 tot maximaal 100.000 eenheden, die direct in en om de tumor worden gespoten. Hij meent dat deze relatief lage doses het immuunsysteem beter activeren dan hoge doses.

Experimenten met muizen hebben laten zien dat volledige terugdringing van tumoren langs deze weg mogelijk is. Ook bij de runderen met oogkanker heeft de methode succes. Dit heeft Den Otter gezien bij een groot onderzoek in Zimbabwe, waar relatief veel runderen aan deze vorm van kanker lijden. In samenwerking met de Faculteiten Diergeneeskunde in Zimbabwe en Utrecht wordt dit onderzoek voortgezet. In tachtig procent van alle gevallen kwijnt de tumor weg. Ook experimenten bij muizen, cavia's en runderen zijn succesvol gebleken. De Utrechtse groep wil nu gaan beginnen met patiënten.

Patiënten met verder gevorderde stadia van kanker zullen vooral worden behandeld met de combinatie van interleukine-2 en radiotherapie. Den Otter heeft een duidelijke theorie. Door bestraling worden kankercellen gedood. De lymfocyten en macrofagen zullen de dode kankercellen opruimen. Daarbij wordt een immuunreactie tegen kanker opgewekt en deze kan door interleukine-2 worden gestimuleerd. Er is vooral gekozen voor een aantal kankersoorten die redeijk vaak voorkomen en uitzaaien. Dit zijn kanker aan neus- en keelholte, longkanker en blaaskanker. Met dierexperimenten moet nog worden uitgezocht wat de optimale dosis interleukine-2 is, hoeveel doses optimaal zijn en welke tijdsintervallen tussen de doses kunnen worden gebruikt. Ook wordt de theorie van Den Otter over de combinatie van bestraling en interleukine-2 onderzocht.

Over zo'n twaalf maanden zullen, na toetsing van de studie-opzet door toezichthoudende commissies, de onderzoekers wellicht met patiënten in het Utrechtse academisch ziekenhuis beginnen. Het zal dan nog enkele jaren duren voordat zeker is of de lokale lage dosis interleukine-2 therapie voor enkele vormen van kanker een oplossing is.