Een man als Tudor

Veel in dit vak hangt van toevalligheden aan elkaar. Neem Tudor Auras, de man van wie ik gisteren een ansichtkaart ontving. Uit zijn geliefde Baile Herculane, de plaats waar hij woont en waar zijn vrouw werkt. Tudor is veertig jaar oud, vader van twee al oudere dochters, grootvader van een kleindochter. Hij ziet er niet uit als een grootvader, ondanks zijn grijze haar. Hij doet eerder denken aan Belmondo, zoals hij links en rechts kennissen groet, vrouwen in de armen sluit, hun daarbij kleine woordjes in het oor fluisterend. Tudor, dat merk je aan alles, is een geliefde figuur in Herculane.

Zijn beroep is eigenlijk maar bijzaak, het grootste deel van de dag probeert hij zoveel mogelijk door te brengen in zijn woonplaats. En dat kan ook makkelijk, want als hij vroege dienst heeft is hij om vier uur 's morgens op zijn werk, maar om negen uur is hij klaar. Al meer dan twintig jaar werkt hij bij de Roemeense spoorwegen in het veertig kilometer verderop gelegen Turnu Severin, verdient daar nu 40.000 lei (ongeveer 110 gulden) per maand, maar heeft weinig vooruitzichten er ooit meer te krijgen. Zijn vrouw, Margot, werkt als medisch assistente in het badhotel Diana in Baile Herculane, op de afdeling elektrotherapie en heeft een vergelijkbaar salaris.

Hoe ik Tudor leerde kennen? Het zal die maandagmorgen, een maand of zo geleden, een uur of negen, half tien zijn geweest dat ik Tudor oppikte op een bushalte in de buurt van Turnu Severin, waar hij, gekleed in een onmogelijk lelijk en onmogelijk warm colbertje, een zwarte aktetas in de hand, stond te liften. Ik voelde me op dat moment tamelijk wanhopig. Het adres dat ik zocht had ik, ondanks navraag bij verscheidene instanties, nog steeds niet gevonden. Ik voelde me vies, niet alleen had ik mij niet kunnen scheren, maar mijn hotel in Orsova verkeerde in zo'n staat van totale verkommering dat er in de badkamer geen warm water en zelfs geen wc-papier was. De gedachte om in dat hotel, waar het beddegoed duidelijke sporen van beslaping door vroegere gasten vertoonde, ook nog te moeten ontbijten had me om half zeven al de morsige kamer uit en de vertrouwde omgeving van mijn eigen auto in gejaagd.

Omdat het niet-meenemen van lifters mij, die in het verleden zoveel kilometers op zo'n opportunistische manier heeft afgelegd, nogal wat schuldgevoelens bezorgt en omdat ik de verkeerssituatie op dat moment niet gevaarlijker hoefde te maken dan ze in Roemenië toch al is, besloot ik te stoppen.

Tudor sprak Frans! Enigszins gebrekkig weliswaar, maar voldoende voor een redelijke communicatie. Hij was, anders dan ik op dit uur van de dag had gedacht, niet op weg náár zijn werk, maar op weg naar huis ván zijn werk. Natuurlijk, de kant waar hij naar toe moest, daar moest ik ook zijn, iets minder ver misschien, maar in ruil voor de lift zou Tudor mij wellicht kunnen helpen.

Tudor blijkt een voortreffelijke gids: hij brengt me naar de douane, waar ik de inlichtingen krijg die ik zocht, hij brengt me naar de Villa Ceausescu, waar ik de volgende nachten zal kunnen logeren in een maagdelijk bed, hij neemt me mee naar zijn huis in Baile Herculane, waar ik een ontbijt krijg van zijn vrouw, en waar een wc is, compleet met papier! Op het balkon, waar plaats is voor één stoel, genieten we van de zon en van het uitzicht op de berghelling aan de overkant van een snelstromend riviertje. Tudor is gelukkig met zijn goedlachse Margot. Kortgeleden hebben ze deze flat gekocht, groot voor Roemense begrippen, vier kamers, waarvan de grootste, de "mooie' kamer, tevens als slaapkamer wordt gebruikt. Er staat een grote boekenkast, met een boel veelkleurige bandjes. Veel vertaalde buitenlandse literatuur.

“Ik lees graag”, zegt Tudor, “ik verzamel ook cassettebanden, we hebben het goed op ons niveau. Ik heb er wel over gedacht om voor mezelf te beginnen, maar je wordt overal tegengewerkt. Ik zou wel graag een auto hebben, maar daarvoor hebben we nog geen geld. Eerst moesten we deze flat kopen en die werd steeds duurder, omdat een heleboel dingen nog niet klaar waren of erbij gekocht moesten worden. Een kraan in de keuken kon er bijvoorbeeld niet af.”

Ik denk aan mijn hotel in Orsova. Geen verlichting op de gang en in het trappenhuis, een deur die niet op slot kon, een lift die niet werkte, een kraan die bleef lopen, een telefooncentrale die geen verbindingen kon leggen. In Roemenië dient men zich tevreden te stellen met het barre minimum. Tenzij je een man als Tudor vindt.