Ecologische verbeteringen maken Mexicaanse dorpen leefbaar; Een halt aan de stad

'Wetenschap waar de mensen wat aan hebben' noemt professor Jesus Arias het. Maar hij spreekt, wat minder toegankelijk, ook wel van "Integrated Ecotechnology Portfolio'.

Vanuit de niet-gouvernementele organistie FEXAC streeft hij in Mexico naar wisselwerking en samenwerking tussen universiteiten, ecologen, milieu-technici en de bevolking. De nadruk ligt op de praktiche toepassing van inzichten. Uiteindelijk moet die leiden tot een betere watervoorziening in gebieden die te kampen hebben met droogte, ecologisch verantwoorde landbouw en tot terugdringen van vervuiling, onder andere door het terugwinnen van grondstoffen uit afvalwater. Door een buitengewoon praktische benadering slaan de verschillende projecten van de organisatie goed aan. Arias, die onlangs te gast was bij verschillende Nederlandse universiteiten en milieu-organisaties, licht de aanpak graag toe.

Arias: "De mensen in arme streken denken vaak dat ze te weinig middelen hebben om een bestaan op te bouwen. Ze hebben bijvoorbeeld geen geld voor kunstmest. Wanneer we in een gebied beginnen, is het eerste wat we tegen ze zeggen: we hebben al hulpbronnen. Bijvoorbeeld aarde en stenen.'

Vervolgens wordt begonnen met het bouwen van rivierdammen van gestapelde stenen, in het gareel gehouden door wat eenvoudig kippegaas. De dammen breken de sterke stroming die na stortregens kunnen voorkomen, en voorkomen daarmee erosie. "Door het water op die manier langer vast te houden wordt de afzeting van voedingsstoffen bevorderd. De locale boeren profiteren heel direkt, want om de zoveel tijd kunnen ze de goede, voedselrijke aarde weghalen uit de rivierbedding en gebruiken op anders onvruchtbaar land. Ze zien dat het werkt, en dat bevordert hun deelname aan andere projecten'.

Participatie is voor Arias het sleutelwoord. Om die te bevorderen deelt hij desnoods voetbalschoenen uit. Hij toont en dia van een net opgeworpen dam, in dit geval van zand, die werd gebouwd met behulp van schoolkinderen. "Die schoenen boden de kinderen grip bij het stevig aanstampen van de dam. Als je het zo ziet lijkt het misschien verderfelijke kinderarbeid, maar ze hadden echt de grootste lol. En wij hoefden geen zware machines aan te slepen.'

Ook aansprekend is de constructie van watertanks, die worden gebruiktom regenwater van daken op te vangen. De manshoge, koepelvormige vaten worden gemaakt van wat gaas en cement. "Het ziet er simpel uit. Als we in een gebied mensen voor onze projecten willen winnen, beginnen we demonstratief met de vaten. Ze kunnen in tien minuten in elkaar worden gezet, en dat is kort genoeg om de aandacht van voorbijgangers op straat vast te houden. Daarna mogen de mensen er zelf mee aan de slag. Het is goede reclame.'

In een flink deel van Mexico is water schaars. Het opvangen van regenwater alleen biedt geen oplossing. "We maken de mensen duidelijk dat in huis 85 procent van het water door huishoudelijk gebruik verdwijnt, voor een groot deel bij het doorspoelen van het toilet.' De bevolking wordt gestimuleerd kleinschalige filterinstallaties te bouwen die het rioolwater voortvarend reinigen voor hergebruik. Ze bestaan uit stroken aarde, afgewisseld met lagen ruwe steen. "Het is een mechanisch filter dat vaste deeltjes vasthoudt. Het water wordt daar nog niet schoon van. Daarom voegen we bodembacteriën en algen aan de aarde toe, en planten er gewassen op.' Arias toont het resultaat op een dia. Het waterfilter ziet er, met de weelderige planten en stroken ruwe steen, uit als een smaakvol aangelegde tuin. "De planten groeien fantastisch, en daarmee wordt meteen duidelijk hoeveel voedingsstoffen anders verloren gaan. De opbrengst is achttien kilo aan bruikbare gewassen per vierkante meter - en daarmee interesseer je mensen wel. Sommige Campesinas zeggen wel: "Het is een systeem voor lazy people . Het enige wat we hoeven doen is de WC doorspoelen.'

Een sterke troef wordt gevormd door de ontwikkelde "digesters', gesloten torpedo-vormige vaten waarin allerhande organisch afval kan worden opgevangen en verteerd. Arias: "We hebben veel verschillende types. We creëren daarin ideale leefomstandigheden voor verschillende soorten micro-organismen. We gebruiken specifieke organismen om bepaalde stoffen om te zetten of te scheiden.' Het resultaat is een geconcentreerde melange van waardevolle voedingsstoffen. Dat extract wordt verwerkt in kippevoer, maar kan ook als hoogwaardig voedingssupplement direct op de bladeren van gewassen wordt aangebracht. De op die manier geteelde maisplanten steken uiteindelijk met kop en schouders boven normaal bemeste soortgenoten uit.

Arias: "Bij het normaal verspreiden van stalmest overde bodem worden vooral rivieren uiteindelijk sterk vervuild, en raken overwoekerd door de waterhyacint. Nu is de opbrengst hoger, zonder vervuiling.'

Slash and burn

Arias benadrukt dat de ecologische projekten een grote rol spelen bij natuurbescherming. De "slash and burn'-landbouw eist ook in de Mexicaanse jungle haar tol. Rondtrekkende boerenfamilies kappen stukken regenwoud en branden die plat, om er vervolgens gewassen te telen. Wanneer na een jaar of drie de grond is uitgeput trekt de boer verder en begint ergens anders opnieuw. "Dat moet anders,' vindt Arias. "daarom bestuderen we hoe de Maya's vroeger gebruik maakten van het regenwoud zelf, het is tenslotte het meest diverse eco-systeem. We proberen boeren ervan te overtuigen dat sommige wilde vruchten waardevolle vervangers van vlees zijn. Een familie kan daar goed op leven.'

De boeren worden gestimuleerd voedingsstoffen terug te winnen uit organisch afval, zodat ze duurzaam gebruik kunnen maken van hun grond. Daarnaast wordt de opbrengst van de grond hoger, zodat de boeren met een veel kleiner gebied toe kunnen voor het telen van mais. Kleinschalig kappen van hout is daarnaast geen probleem, als er maar weer direct aangeplant wordt.

Maar de natuurgebieden van Mexico worden ook van buitenaf bedreigd - zij hebben de aandacht getrokken van toeristen, en daarmee ook van project-ontwikkelaars.

Arias: "Eco-toerisme heeft een vervelende klank gekregen. Mensen denken daarbij aan spectaculair en avontuurlijk te keer gaan. Wij vinden dat toerisme vooral ecologisch verantwoord moet zijn.' Voor het eerst verliest het gezicht van Arias zijn gemoedelijke uitstraling. "We moeten er vlug bij zijn. Japanse project-ontwikelaars hebben al veel kwaad aangericht in Mexico. Ze willen alles "reconstrueren', ook waardevolle natuurgebieden en natuurlijke meren. Vervolgens trekken ze gigantische vijf-sterren hotels op, die het gebied vervuilen. Verschrikkelijk. Dat moet stoppen, en daar zijn we hard mee bezig.'

De eerste successen zijn al geboekt. Ook het dierenrijke regenwoud bij Chapaz, vlakbij de grens met de VS, ligt onder vuur van projektontwikkelaars. Maar Arias en zijn medestanders hebben onlangs internationale natuurbeschermings-organisaties meegegekregen in de lobby voor bescherming, en zelfs uitbreiding van het bosgebied.

Kleinschalig

FEXAC timmert ook in stedelijke gebieden aan de weg. De kleine zuiveringsinstallaties worden ook daar gepropageerd, met een speciale aanpassing voor het reinigen van met benzine en olie vervuild regenwater. De "micro-plants' zijn bescheiden gebouwtjes met een erf ter grootte van twee Nederlandse gierputten, volgestouwd met vaten en leidingen. Hier wordt ook vast afval ingezameld en bewerkt.

Arias: "Afval is bij ons een groot problem - zeker in de grote steden. We proberen het steeds meer te scheiden. Gelukkig leren kinderen moeiteloos de vijftien soorten plastic uit elkaar te houden. Allerlei materialen - papier, karton, glas, plastic - worden op zo'n station zelf geschikt gemaakt voor hergebruik. Daarmee hebben we al quitte gedraaid, en zelfs wat winst gemaakt. De van papier-afval gemaakte luiers, bijvoorbeeld, verkopen goed.

"Het is een nieuwe, kleinschalige benadering. We blijven dicht bij de bewoners, dus op kosten voor aanleg van rioolleidingen wordt bespaard. We blijven ook dichtbij de bron, dus er gaan geen waardevolle stoffen verloren door transport of vermenging. De installaties zijn klein, en kunen dus makkelijk in steden worden ingepast, beheerd door coÜperaties. Het is de organisatie van de toekomst.'

De kosten? De bouw van een "micro-plant' voor duizend inwoners kost 195 dollar per persoon. Er zijn nu zeven installaties die goed draaien, maar dat aantal wil Arias flink uitbreiden. Hoe dat gefinancierd wordt staat nog open. Het kan uit particuliere bijdragen, of de Mexicaanse overheid kan bijspringen. Maar professor Arias, uitgebreid op toernee langs Nederlandse en Duitse ministeries en universiteiten, sluit de mogelijkheid van financiering uit het buitenland niet uit.

Sloppenwijken

Beperking van de bevolkingsgroei is in Mexico een gevoelig onderwerp. Het jaarlijkse groeipercentage ligt tegen de drie procent, maar nog niet lang geleden heeft de regering voorzichtig vastgesteld dat dit teruggebracht moet worden naar minder dan twee procent. Mexico City, in milieu-opzicht nu al failliet, zal in het jaar 2000 met 25 miljoen inwoners de grootste stad ter wereld zijn. Wat zijn in zo'n situatie de vooruitzichten voor succesvol milieubeleid? Arias: "Door de mensen bestaansmogelijkheden te bieden in kleinschalige landbouw proberen we in ieder geval de trek naar de steden tegen te gaan. In de steden zelf zijn we actief, ook in de sloppenwijken. We hopen dat we over twintig jaar in ieder geval kunnen zeggen dat een deel van het land ecologisch in balans is. Maar er zullen altijd gebieden zijn waarvoor dat niet geldt.'