De economie en...

"GOOD OLD RELIGION' blijkt de medicijn waarmee de G-7, in Tokio bijeen, de kwalen van economische recessie en snel toenemende werkloosheid wil bestrijden.

Het gezamenlijke pleidooi voor het verlagen van tarieven en andere invoer belemmerende regels voor een uitgebreide reeks van produkten en diensten komt immers rechtstreeks uit de eerder als achterhaald gedoodverfde economische school van vrije concurrentie en open markten. De spirituele injectie door de leiders van de zeven zogenoemde rijkste landen moet nu voor eind dit jaar een succes opleveren in de jaren slepende GATT-onderhandelingen over verruiming van de wereldhandel.

De zes initiatiefnemers van deze ten behoeve van de publiciteit als doorbraak getoonzette afspraak - de Franse president gaf volgens de diplomatieke achterklap zijn vreugdeloze fiat min of meer achteraf - stonden voor de noodzaak een konijn uit de hoed te toveren. De verwachtingen waren bewust laag gehouden, de stuk voor stuk aan het thuisfront verzwakte leiders (Frankrijks nog niet aangeslagen conservatieve premier was thuis gebleven) schenen tegen de algemene malaise geen recept naar Tokio te hebben meegenomen. Maar een zoveelste mislukking op dit niveau kon niemand zich permitteren. President Clinton maakte de opening, de demissionaire Japanners volgden, het in zichzelf verdeelde Europa sloot zich aan.

HET ZIET ER naar uit dat de G-7 niet alleen haar topconferentie heeft gered, maar zichzelf ook min of meer in een dwangpositie heeft gebracht om de al opgegeven Uruguay-ronde alsnog tot een goed einde te brengen. Weliswaar liggen er nog tal van obstakels op de weg naar dat einde, het Franse verzet tegen het vorig jaar tussen Amerika en de Europese Gemeenschap bereikte landbouwakkoord is zeker niet het minste, maar na Tokio zou een mislukking voor alle daar aanwezigen een politiek en persoonlijk affront van de eerste orde betekenen. De G-7 zou dan toegeven dat zij voor de diep ingrijpende vraagstukken van het moment geen oplossing heeft.

Opvallend is dat meer hedendaagse economische denkbeelden in Tokio betrekkelijk onbesproken bleven. Met als gevolg in de slotverklaringen geen specifieke druk op Japan om de economie te stimuleren en geen pressie op Duitsland om de rente te verlagen. Weliswaar greep Clinton een toespraak tot Japanse studenten aan om het Amerikaanse verlangen van ruimere toegang tot de Japanse markt te onderstrepen, maar het communiqué gaat niet verder dan een in algemene en bekende frasen gehouden oproep tot het tonen van goede wil over en weer.

Met dit alles is niet gezegd dat er na Tokio geen sprake meer zal zijn van geleide handel, en dat geldt evenzeer wanneer de Uruguay-ronde tot een succes zou leiden. De vrees voor de snel slagvaardiger wordende competitie uit de lage-lonenlanden en voor een mogelijke hervatting van het Japanse handels- en investeringsoffensief zit in Amerika en Europa te diep om de eigen industrie en de eigen dienstensector nu zomaar bloot te stellen aan de luimen en nukken van de wereldmarkt. Maar in Tokio is die angst een paar dagen lang onderdrukt geweest, al was het maar om voor het oog van de toeschouwers als goede vrienden uit elkaar te kunnen gaan.

...de moraal

TOONDE HET economische overleg van de G-7 een zeker vermogen tot verbeeldingskracht, iedere inspiratie ontbreekt in de politieke teksten. De reeks politieke uitspraken dekt zo ongeveer het hele gebied van de internationale problemen, maar dat is wel het enig positieve wat er over kan worden gezegd. De goede wil is ruim aanwezig, of het nu gaat om beëindiging van de dagelijkse moordpartijen in Bosnië, de noodzaak Rusland op de been te helpen of de innige wens de spreiding van ontwrichtende wapens tegen te gaan. Maar vindingrijkheid op deze terreinen dient zich niet aan.

En zo verwijderen de internationale intenties en de gebeurtenissen ter plaatse zich steeds verder van elkaar. Het schrijnendste voorbeeld is dan weer Bosnië. De vernietiging van de moslims door hun buren wordt niet aanvaard, zegt de G-7. Maar om de dagelijkse voltrekking van die vernietiging tegen te gaan worden slechts maatregelen gecontinueerd waarvan de ondoelmatigheid meer dan overtuigend is bewezen. Geen economisch hoogstandje kan die werkelijkheid verdoezelen.