De baan is weg, het DAF-hart blijft kloppen

Vijftien dagen was oud-Daf-werknemer Piet van Griensven verwijderd van een gunstige Vut-regeling toen het noodlot toesloeg. Op 27 februari verloor hij zijn baan. Nu figureert hij als "een van de schrijnendste gevallen' onder de ontslagen Daf-werknemers.

Nog altijd voel ik me in een bepaald opzicht een minder soort mens en heb ik die vervelende achtergedachte dat ik misschien toch niet goed heb gefunctioneerd en dat ze me daarom hebben ontslagen. Iemand op het bedrijf heeft mijn naam doorgestreept maar of hij daar de draagwijdte van zal hebben beseft, dat weet ik niet”. Ruim vier maanden nadat hij op 27 februari hoorde dat DAF hem en mèt hem ruim 2000 anderen niet meer gebruiken kon, zit de 57-jarige Piet van Griensven uit Eindhoven nog steeds met de kater. Voor hem zijn de gevolgen wel erg zuur. “Op 15 januari van het volgend jaar zou ik de veertig dienstjaren hebben bereikt. Volgens de afspraak met de directie, de vakbonden en de stichting SUM (de Stichting Uitkering Metaal) om ieder die in 1993 40 dienstjaren of de leeftijd van 60 jaar bereikte binnen te houden, kom ik in feite vijftien dagen tekort voor die SUM. Bovendien hadden ze twee jaar eerder gezegd dat ze bij een eventuele sanering af zouden blijven van mensen die 55 jaar of ouder waren, maar ik heb later de indruk gekregen dat ze toch vooral de ouderen op straat hebben gezet, dus de duursten, hoewel DAF dat ontkent”. DAF was voor de man, die laatstelijk eindredacteur-uitgever van de technische handleidingen van het vrachtwagenconcern was, niet alleen een baan; “DAF dat was een leven”. Hij werkte er ruim 39 jaar. Zijn vader was in 1928 een van de eerste werknemers geweest. Dat was nog in de tijd dat de mijnheren Wim en Huub van Doorne, de grondleggers van de Eindhovense vrachtwagenfabriek, familiair met de werknemers omgingen als ze wel eens een hand om een schouder sloegen of een rokertje aanboden. Een schoonzoon van Van Griensven (óók ontslagen), een neef en een nicht werkten er ook. Tijdens de jongste Pinksteren dreigde het noodlot in de familie opnieuw toe te slaan: twee kinderen werden ontslagen bij een failliete drukkerij maar na overname door een andere weer in dienst genomen.

Op die 27ste februari was hij 's morgens nog naar de zaterdagse markt geweest “om het normale patroon niet te verstoren”. Dat is een wekelijkse bezigheid, die hij ook nú nooit overslaat, net zo min als zijn fietstochten of om de dag een fikse duurloop want “dat is de mooiste manier om je af te reageren”, aldus de man, die van zichzelf zegt een rustig mens te zijn “al borrelt het soms wel eens van binnen”. Die volgens zijn vrouw nooit zo erg op de praatstoel zit. “Het verbaast me dat hij nu zoveel zegt”.

Normaal komt de post op zaterdag altijd om elf uur, maar op 27 februari was het half een. De vijf kinderen van het echtpaar Van Griensven-Nimberg - 35 jaar getrouwd, één zoon is nog thuis, maar is economisch onafhankelijk - waren voor de gelegenheid allemaal naar het ouderlijk (huur)huis in de Eindhovense buitenwijk gekomen. Met ontslag had hij geen moment rekening gehouden. “Mijn werk was niet af en moest dus gewoon doorgaan. Bovendien stond ik gezien mijn aantal dienstjaren met mijn voeten bijna in de SUM”. SUM is een vorm van de Vut, waar men recht op heeft na 40 dienstjaren of als de leeftijd van 60 jaar is bereikt; men krijgt dan 87,5 procent van het laatst genoten salaris. Nog vervloekt hij de dag dat hij eind jaren vijftig voor één jaar DAF verliet om elders te gaan werken. Was dat niet het geval geweest dan had hij zijn 40 jaar al volgemaakt en was hij al vervroegd uitgetreden.

In de enveloppe van DAF zaten niet twee, maar zat slechts één brief: de ontslagbrief en géén aanstellingsbrief voor de nieuwe DAF. Zijn vrouw begon na het openmaken van de brief te huilen. “Ik niet: ik had een andere manier van verwerken. Bij mij spookte het 's nachts. De eerste maanden heb ik praktisch niet geslapen. Wat me direct na de ontslagaanzegging door mijn hoofd flitste was de gedachte dat ik als oud vuil was afgedankt. En dat na een arbeidsleven van bijna veertig jaar”.

Veel werknemers van de oude DAF raakten na de ontslagaanzegging in psychische problemen. Ze zijn onder behandeling van een psychiater of zoeken hun heil bij het RIAGG. “Het is”, zei directeur bemiddeling van het Eindhovense Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening (RBA) C. Hoefnagel in een krant, “een groep die er zonder hulp waarschijnlijk niet uit zal komen”. Hij schatte de omvang van de groep tussen de 10 en 15 procent. Een afspraak met een andere oud-werknemer om zijn verhaal te doen werd op het laatste moment afgezegd, omdat de man bang was dat hij zijn emoties dan niet de baas zou zijn: ook hij was bij het RIAGG beland. Goede collega's, die wèl mochten blijven, laten bij de "slachtoffers' weinig meer van zich horen. “Ik denk dat ze teveel schroom moeten overwinnen, maar een beetje belangstelling zou wel zo plezierig zijn”, aldus Van Griensven, die zegt dat hij niet zulke psychische problemen heeft dat hij hulp nodig heeft. “Ik kom er samen met mijn vrouw en mijn kinderen wel uit. We praten er veel over, maar natuurlijk niet de hele dag, want dan zouden we allebei gek worden”. Veel ontslagen DAF-werknemers kunnen het niet verkroppen dat directeur C. Baan en ondernemingsraadsvoorzitter P. van der Krabben zijn blijven zitten en ze voelen zich in de steek gelaten door vakbondsbestuurders. Tijdens het tweede gesprek met Van Griensven komt een vriend op bezoek. Hij ontsprong nog net de dans doordat hij in december in de SUM ging. De man was bij DAF kaderlid-secretaris van de bedrijfsledengroep van de Industriebond FNV. “In het algemeen, zo is mijn indruk, is er bij de sanering vriendjespolitiek bedreven al ontkennen de directie en de vakbonden dat. Ik kom ook na mijn SUM nog wel eens op het bedrijf en als je ziet wie men heeft gehandhaafd: mensen die voor DAF van nul en generlei waarde zijn, die alles altijd scheef lieten lopen en nu weer vrolijk rondlopen. Ze hadden wel wat beter kunnen selecteren. Ze hebben mensen ontslagen die voor het bedrijf onmisbaar waren”. Van Griensven: “Ik wil niet natrappen; dat kan gemakkelijk als rancuneus worden uitgelegd, maar één ding weet ik wel zeker: dat het werk dat ik deed nu op een geldverslindende manier gebeurt. Ze hebben voor de niet-Nederlandse versies van de montage-handleidingen, waarmee ik nog bezig was, vertalers in de arm genomen die plusminus 30 cent per woord vragen. Het gaat om duizend pagina's per taal, dus dan kun je wel nagaan hoeveel extra dat kost”. Of hij dat toch niet een beetje uit rancune zegt? “Ik heb hier nog altijd een DAF-hart kloppen en daarom kan ik het niet aanzien dat er geld wordt verkwist. Ik heb altijd geprobeerd voor het bedrijf geld te verdienen. Voor mezelf was dat op het laatst van minder belang. Ik hoefde geen promotie meer te maken. Ik was aan het einde van de ladder. Ik ben een paar keer naar het bedrijf geweest om te proberen mijn zaak alsnog te regelen, maar je staat buiten en dan kom je bijna niet meer door die barrière heen. Ze willen niet naar je argumenten luisteren”. Dat was tijdens het eerste gesprek dat ik met Van Griensven voerde. Als er tijdens dat gesprek een brief van DAF binnenkomt, wordt die ongerust opengemaakt, maar het verlossende woord staat er niet in; hij bevat de mededeling dat hij recht heeft op restitutie van 600 gulden uit het opgeheven solidariteitsfonds. “Ik had liever iets anders gelezen”. In een brief van 24 mei schreef hij aan burgemeester dr. R. Welschen van Eindhoven, die voorzitter is van het fonds voor geldelijke steun aan "krepeergevallen' onder ontslagen DAF-medewerkers: “Ik behoor bij het faillissement van DAF tot een van de ergst gedupeerden”. Vervolgens legde hij in de brief uit dat hij nog maar zes maanden nodig heeft om aan zijn voor de SUM benodigde dienstjaren van 40 te komen. “Ik verzoek u mij te helpen bij het bereiken van deze mijlpaal. Kunt u bewerkstellingen dat ik toch op de een of andere manier bij DAF op de pay-roll kan komen? Dan bestaat er namelijk een formeel dienstverband van waaruit ik kan toetreden tot de SUM. Mijn voorstel is eventueel tegen betaling nihil”. Dat wil zeggen dat hij zelf over die tijd de sociale lasten en de verzekeringspremies zal betalen en daarvoor bereid is een lening te sluiten, waarvan de omvang voor die zes maanden door hem wordt berekend op 35.000 gulden. Op de brief kreeg hij tot nu toe alleen een bevestiging van ontvangst.

Aan het hoofd van de afdeling personeelszaken van DAF had hij een week eerder in een brief geschreven dat het “in het belang van DAF is” dat men hem een tijdelijk arbeidscontract aanbiedt voor ongeveer een half jaar. Hij wil zijn werk afmaken. “Van dat werk heb ik als enige op de eindredactie van de afdeling Publishing de know how en tevens van alle druktechnische zaken die hiermee verband houden. Dus zou het logisch zijn om deze werkzaamheden door mij te laten afronden. Vertrouwende dat u deze zaak serieus wilt bezien en voor beide partijen een gunstige beslissing wilt nemen, verblijf ik”, zo eindigde die brief.

De tijd drong, want afgelopen zaterdag 3 juli zou hij, na nog vier maanden zijn volledige salaris van de bedrijfsvereniging te hebben gekregen, in de WW gaan: 70 procent van het laatst genoten salaris. Dat komt neer op een achteruitgang in inkomsten van 850 gulden per vier weken. Die WW-periode duurt voor hem - gezien zijn leeftijd en het aantal dienstjaren - vier jaar. Daarna gaat hij in de verlengde WW, waarvan de inkomsten op bijstandsniveau liggen. Dat betekent nog eens 850 gulden er op achteruit gedurende 3,5 jaar. “Dan zitten we op iets van tegen de 1700 gulden netto per maand en daar kun je natuurlijk niet van rondkomen”. Zijn vrouw: “We zijn met niets begonnen en we zullen, zoals het er nu uitziet, wel met niets eindigen, maar ik heb nooit aan luxe dingen gehangen”. Van Griensven: “ We hebben de slechte tijd van na de oorlog meegemaakt, dus kunnen we gemakkelijker naar die situatie terug, gemakkelijker dan de jeugd”. Bij het tweede gesprek zit hij zoals de eerste keer aan de tafel en schuift de krant van zich af. “Ik heb nul op het rekest gekregen. Dat dacht ik eigenlijk ook wel, want de jobs zijn verdeeld.” Toch zit er ver weg ook nú weer dat beetje hoop dat hem de afgelopen vier maanden steeds overeind heeft gehouden. “Er is iemand bezig om te proberen mensen in een soortgelijke situatie als de mijne alsnog over de streep te trekken. Dat kan omdat de CAO nog loopt tot september volgend jaar, dus formeel zou ik alsnog in de SUM kunnen”. Hij weet dan nog niets van het plan van RBA-directeur J. Bekema om samen met de bedrijfsvereniging Metaal een soort banenpool met behoud van SUM-recht in te stellen. “Maar eigenlijk”, vervolgt van Griensven, “zou ik hierboven (wijst naar zijn hoofd) de knop nu maar eens moeten omdraaien. Het is als met een rouwproces, dat moet ook een keer afgelopen zijn”. Zijn vrouw: “Je leefde de laatste jaren toe naar een leven zonder werk, maar dan toch wel naar een ander leven dan wat we nu zullen krijgen. Hij is ook niet heel de dag vrolijk. Dan zit hij daar maar in die stoel te mijmeren”. Van Griensven: “Te mijmeren en te dubben. Je probeert nog altijd op de een of andere manier in de SUM te komen”. Dan weer: “Ik heb het geaccepteerd, hoe beroerd het financieel ook uitpakt. Ik probeer te blijven lachen, ook al is het soms een wrang lachje. Dan denk ik: nu zitten ze bij de DAF binnen en kan ik lekker in de zon gaan liggen”.