Breukink en zijn ploeg laten tijdritzege glippen

AVRANCHES, 8 JULI. Temidden van de verzamelde wielerpers en opdringerige supporters zag hij er direkt na de finish opmerkelijk fris uit. Maar dat was dan schijn, grijnsde hij, want hij was “tot het uiterste gegaan, total loss geweest”.

In het chaotische Avranches toonde Erik Breukink zich gisteren meer dan tevreden, want hij was de 81 kilometer lange ploegentijdrit in de Tour goed doorgekomen. Voor de start in Dinard had hij bij het warm rijden wat last van zijn knieletsel, maar een licht verdovend tabletje deed zijn werk goed. “Onderweg kreeg ik door alle inspanningen natuurlijk wel weer wat pijn”, zei hij. “Overal. En dan valt de pijn aan dat been niet meer op.”

De rit tegen de klok in Bretagne, waarin de gerealiseerde tijden meetelden voor de individuele rangschikking, leverde een verrassende zege op voor GB-MG. Met als gevolg dat Mario Cipollini de gele trui van Wilfried Nelissen afpakte. De favoriete formatie-Breukink werd tweede, zeer tot teleurstelling van teambaas Manolo Saiz. De Spaanse lobbes, die op Alex Zülle als nieuwe klassementsleider had gerekend, besefte vooraf terecht dat Once de beste specialisten voor deze discipline in huis had. Maar dat was in het verleden meer dan eens het geval. En telkens ging het desondanks net mis. Door onfortuin of door kleine vergissingen.

Vandaar dat de bezeten vakman Saiz op zeker wilde spelen. Afgelopen lente bezocht hij het westfranse strijdtoneel tot twee keer toe. Om het wegdek, de bochten en de colletjes te bestuderen, om de grillen van de wind te leren kennen. Zijn renners kon hij zodoende lang tevoren geestelijk en lichamelijk op het belangrijke karwei voorbereiden. Gisteren moest het dan allemaal gebeuren: helaas voor de Spaanse equipe waren de goden haar niet gunstig gezind. Martinez had een ongelooflijke off day en loste al na twintig kilometer. Toen in de slotfase Diaz Zabala en Bruyneel, twee krachtige motoren, materiaalpech kregen kon Saiz zijn mooie plannen vergeten. Het beulswerk van de superfanatieke Zülle op de cols ten spijt.

Hoe veel energie de overgebleven zes renners van Once-gezelschap hadden gebruikt, bleek in de laatste kilometers. Bruyneel slaagde er nota bene in op eigen kracht bij de groep terug te keren. De Belg, die tot de betere klimmers van de ploeg behoort, meende zelfs dat Breukink en de zijnen op hem hadden gewacht - anders was het hem immers nooit gelukt. Maar volgens Breukink was daar geen sprake van geweest. “We konden gewoon niet meer harder. Dat Bruyneel terugkwam was een teken dat wij niet meer vooruit te branden waren.” De ploeg miste op vijf seconden de overwinning, Zülle kwam 21 seconden tekort voor de gele trui.

Het was een troost voor Saiz en de zijnen dat de rose formatie een winst boekte op Banesto, het team van Miguel Indurain. De marge was exact 1.17, terwijl optimisten hadden voorspeld dat die tot wel vier minuten kon oplopen. Die prognose was gebaseerd op het feit dat Indurains helpers niet in goede doen waren. Jean-Francois Bernard, lang geveld door spataderen, had gebrek aan competitie en werd pas op het laatste moment aan de Spaanse Tourploeg toegevoegd. En op de eerste dagen van la Grande Boucle verkeerde Pedro Delgado plotseling in immense problemen. "Perico' moest maandag (net als Bernard) het peloton loslaten, dinsdag zag het de ex-Tourwinnaar op de Muur van Bretagne wéér zwart om de ogen van vermoeidheid. Desondanks was het veteranenduo gisteren kennelijk voldoende hersteld om te helpen de schade voor Indurain te beperken.

Een ploegentijdrit over ruim tachtig kilometer zou tot sensationele tijdverschillen kunnen leiden, in de praktijk was daar in Avranches niet echt sprake van. “De pure specialisten”, verduidelijkte Breukink, “kunnen over veertig kilometer vlammen, kloven slaan. Duurt zo'n race twee keer zo lang, dan lukt dat niet meer. Dan is de inhoud van iedereen zo'n beetje gelijk. Dat zag je ook altijd in Eindhoven, toen de Grand Prix de la Libération nog bestond. De sterkste ploegen ontliepen elkaar daar nauwelijks. De Tourorganisatie zou deze discipline dan ook beter tot veertig kilometer kunnen beperken.”

In het algemeen klassement staan de kanshebbers voor de eindzege van de Tour dan ook niet bijzonder ver van elkaar verwijderd. Ook al juichte het Zwitserse kamp om de twee minuten, die Zülle nu van Indurain scheiden. “Wat zijn nou twee minuten”, riep de jonge Helveet. “De Ronde is net begonnen, er kan nog alles gebeuren.” Gianni Bugno en Claudio Chiappucci, wier ploegen zich redelijk weerden, beaamden die uitspraak min of meer. De enige favoriet die op 7 juli een aardige tik kreeg was Tony Rominger. De kopman van Clas voelde de bui al hangen: twee van zijn tijdrijders, Arsenio Gonzalez en Abrecham Olano, staakten de strijd dinsdag. De Zwitser moest met een gehavende brigade op pad.

Het zevental van Clas weerde zich tussen Dinard en Avranches niet eens zo slecht. De groep verloor 3.06 op de winnaars met Cipollini. De jury had echter gezien dat Rominger zich in de race door een collega had laten voortrekken. En daarom kreeg de winnaar van de Ronde van Spanje nog zestig seconden straftijd aan zijn broek, met als consequentie dat hij in de rangschikking al viereneenhalve minuut op Cipollini achter staat.