Aller ogen waren gericht op de Eerste Kamer; Senaat accepteerde een in haar ogen rammelende WAO

DEN HAAG, 8 JULI. “Hij moet de zweep pakken en de paarden in beweging zetten.” Het stemgeluid van Harm van der Meulen galmt plechtig door zijn huiskamer in Utrecht. De CDA-senator legt een “morele plicht” op de schouders van PvdA-staatssecretaris Jacques Wallage, die dinsdag de nieuwe regels voor de WAO door de Eerste Kamer sleepte. De bewindsman mòet de verzekeraars zover krijgen dat zij chronisch zieken niet een vier maal zo hoge premie voor een verzekering tegen arbeidsongeschiktheid rekenen als voor andere werknemers.

Wallage mòet, want anders..? Anders niets. Van der Meulen beseft het: het is de oproep van een machteloze. Zijn collega Van de Zandschulp van de PvdA weet het ook. De Eerste Kamer is voor het aanvaarden van de WAO over de streep getrokken met een regeling voor chronisch zieke werknemers waarvan zij de details niet kende. Een in de ogen van de Senaat slechte, en eigenlijk niet aanvaardbare wet, heeft het Staatsblad gehaald dankzij de belofte van de staatssecretaris dat er nog een ander wetje komt, dat eerst nog door de Tweede Kamer moet worden behandeld en waarvan de Eerste Kamer nog maar moet afwachten hoe het eruit ziet.

Over premies voor chronisch zieken had niemand het meer, die dinsdagavond in de Eerste Kamer. Want al mocht er dan van staatssecretaris Wallage na al het WAO-leed van de afgelopen twee jaar geen sprake zijn van “euforie of zelfs pseudo-euforie”, opluchting was er zeker. Er was een nieuwe wet en er was ook nog een kabinet.

De ontnuchtering volgde spoedig. Oorzaak: een met diverse "tenzijs' en de nodige "mitsen' omgeven aankondiging van het Verbond van Verzekeraars dat niet-collectief verzekerde chronisch zieke werknemers een vier maal zo hoge premie in rekening zal worden gebracht. Dat was om een grens te markeren: de werknemer die op grond van het risico dat hij voor de verzekeraar betekent een nog hogere premie zou moeten betalen, valt in elk geval onder het toekomstige waarborgfonds.

Het is, als gezegd, een voorlopige grens, met een dunne potloodstreep getrokken. Want hoeveel geld er in het waarborgfonds terecht komt, weet niemand. Dat hangt bijvoorbeeld af van de vraag hoeveel miljoenen aanvullende verzekeringen voor "gewone' werknemers er al zijn en nog zullen worden afgesloten. Op al die verzekeringen komt een opslagpercentage, een "solidariteitsheffing', waarvan de hoogte evenmin is vastgesteld. Hoe hoger dat percentage en hoe groter het aantal verzekeringen, des te lager kan de premiegrens voor het waarborgfonds zijn. Hier is sprake van communicerende vaten.

Had de Eerste Kamer dan even geen verstand van verzekeren, toen zij het groene licht gaf aan Wallage's voorstel? Dat is, zeker voor de CDA-fractie nauwelijks aan te nemen, met in haar midden leden als A.J. Vermaat, voorzitter van de Verzekeringskamer en L.M. van Leeuwen, voorzitter van de raad van bestuur van Stad Rotterdam. Voelt Van der Meulen zich pootje gelicht? “We hebben het dinsdag niet uitgediscussieerd”, stelt hij vast. “Wallage deed de toezegging de vinger aan de pols te houden. De chronisch zieken zouden niet tussen wal en schip vallen.”

De CDA-senator dacht tijdens het debat dat de chronisch zieke werknemer maximaal 2,5 procent maal de premie van een andere werknemer zou moeten betalen; zo had hij het van de verzekeraars begrepen. “Wat er nu moet gebeuren? Wallage moet de telefoon nemen, ogenblikkelijk de verzekeraars bellen en zeggen: mijne heren dit hadden we niet afgesproken.”

Telefonisch laat Wallage weten dat hij het zo zeker niet van plan is. Hij had trouwens al in het debat vastgesteld dat de verdere uitwerking van het onderlinge waarborgfonds, inclusief de premiehoogte, een zaak van de markt is: van verzekeraars en hun cliënten. Dat hij via een wet alle verzekeraars en pensioenfondsen zal verplichten aan het waarborgfonds mee te doen, is al een hele concessie aan de Senaat, die eigenlijk in strijd is met de geest van de nieuwe spelregels voor de WAO, gemarkeerd door de "waterscheiding' tussen overheidsverantwoordelijkheid en marktwerking. Dat vindt Wallage en dat vindt zeker diens minister, CDA'er De Vries.

“Het is stom geweest van ons”, verzucht PvdA-senator Willem van de Zandschulp. “En nu is het te laat. We hadden misschien toch met nadruk naar de premiehoogte moeten vragen. Ik voel me er nu door overvallen. Maar anderzijds: ik vond het niet mijn taak. Je moet als Eerste-Kamerlid niet in zo'n onderhandelingsproces willen interveniëren.”

Het gebeurde allemaal onder politieke hoogspanning, onder de hypotheek van een kabinetscrisis en in aanwezigheid van een staatssecretaris die door zijn wijze van optreden het respect van de Senaat verwierf. Aller ogen waren gericht op de Eerste Kamer. Van de Zandschulp, welzijnswerker in het dagelijks leven en niet zoveel turven hoog, vond dat hij door alle publiciteit “ver was uitgetild boven mijn luttele proportie”. Zijn collega Van der Meulen, gepokt en gemazeld als CNV-voorzitter in de jaren zeventig en tachtig, kreeg in de derde fase van het debat last van een duizeling, al had die niets met de emotie van het debat te maken, verzekerde hij. DSM-directievoorzitter en NCW-bestuurder E.J. Rongen verving hem.

Van de Zandschulp vertolkt het ongemakkelijke gevoel dat de senatoren voor en tijdens het WAO-debat regelmatig besprong: zaten ze met zoveel oog voor details niet eigenlijk het werk te doen dat in de Tweede Kamer thuishoort? Maar ja, die had haar huiswerk in januari zo slecht gedaan en vooral veel aandacht besteed aan het "Bami-akkoord van Bergschenhoek': hoe het kabinet, in klein comité bijeen, op een zaterdagavond in huize De Vries in duaal overleg met de betrokken fractieleiders na een hectische week het voortbestaan van de coalitie veilig stelde.

Onder hernieuwde dreiging van een kabinetscrisis aanvaardde de Eerste Kamer een wet die, in de woorden van Van de Zandschulp namens de PvdA-fractie, gebaseerd is op “aanvechtbare hypotheses”, alsmede “zwakke steeën en los rondslingerende einden bevat”. Aan aanvaarding zaten “forse risico's” en liever had de PvdA - en de meerderheid in de Senaat - dit wetsvoorstel niet gehad. Het heeft gisteren het Staatsblad toch gehaald. Omdat, zei Van de Zandschulp een dag eerder, “het dreigende, meest onaanvaardbare gevolg” van de wet - het onverzekerbaar zijn van chronisch zieken - was verwijderd.

De Eerste Kamer accepteerde een in haar ogen rammelende wet omdat de politieke realiteit dat gebood. Wallage zegevierde en CDA-fractieleider Kaland won achteloos de sprint toen het erom ging wie de staatssecretaris als eerste mocht feliciteren.

Een dag later waren de senatoren met een kater op reces en leken ze al weer toe aan reflectie. Zelfreflectie.