Vrolijk meesterwerk over ketterse twijfels

La voie lactée. Regie: Luis Buñuel. Met: Laurent Terzieff, Paul Frankeur, Michel Piccoli, Edith Scob, Pierre Clementi. Amsterdam, Rialto; Utrecht, 't Hoogt.

Ketters, vond Luis Buñuel (1900-1983), werden gedreven door een wijze van denken die direct verwant is aan het surrealisme. Ze geloven de meest bizarre zaken omdat bijbel en kerkvaders die voorschrijven, en dan weigeren ze ineens op één punt mee te gaan. Dat de Zoon tegelijk de Vader kan zijn bijvoorbeeld, of dat het brood bij de Heilige Mis daadwerkelijk Zijn Lichaam wordt. Want hoe zit dat Lichaam dan precies in dat brood? Zoals de haas in de pâté, wist een Lutheraanse geestelijke, die vervolgens liever stierf dan af te zien van die overtuiging, welke werd gevolgd door een sekte die serieus de geschiedenis inging als de "Pateliers'.

Samen met scenarist Jean-Claude Carrière verzamelde Buñuel de ketterse twijfels bij wat de kerk aanmerkt als de zes Grote Mysterieën en verwerkte ze in zijn vrolijke meesterwerk La voie lactée (1968). In zijn kenmerkende droge filmstijl die volledig ondergeschikt is aan verhaal, personages en dialogen, roept Buñuel twee pelgrims op - of zijn het diefachtige zwervers? Ze scharrelen door Zuid-Europa naar Santiago de Compostela, langs de weg die sinds mensenheugenis en in alle talen "de melkweg' genoemd, vandaar de titel. Tijd en ruimte spelen geen rol. Ze krijgen een lift in een moderne limousine aangeboden langs de Franse autoroute, ze doorkruisen middeleeuws Spanje, worden weggestuurd uit een moderne ontbijtzaal waar gerant en obers op elegante toon met elkaar en met de gasten discussiëren over het bestaan van God en we zien ze net zo vanzelfsprekend kijken naar een duel in achttiende- eeuws Frankrijk. Maar waar ze ook komen, en wanneer dat ook is, ze zijn de zich nimmer verbazende getuigen van absurde filosofisch-religieuze discoursen en rituelen, die des te meer indruk maken als je weet dat Buñuel en Carrière ze alle ontleenden aan authentieke geschriften.