Verdachte eist verbod op uitlevering

DEN HAAG, 7 JULI. Nederland moet het verzoek om uitlevering aan Chili van een verdachte van de overval op het Albert Heijn-filiaal in Oosterbeek intrekken. Dat eiste gisteren de advocaat van de verdachte, mr. C. Starmans in kort geding voor de president van de Haagse rechtbank.

Bij de overval op 14 mei 1990 werden twee personeelsleden van het AH-filiaal gedood. De 27-jarige verdachte vluchtte oktober vorig jaar naar Chili. In mei werd hij daar op verzoek van Nederland aangehouden en gevangengezet in Santiago. Nederland heeft geen uitleveringsverdrag met Chili.

Volgens Starmans zijn de hechtenis en uitlevering onrechtmatig. Behalve het ontbreken van een verdrag is daarvoor volgens de advocaat het "wederkerigheidsbeginsel' van doorslaggevende aard. “Nederland kan niet aan Chili uitleveren, dus moet niet aan dat land vragen dat wel te doen.”

Hij suggereerde dat Nederland opzettelijk een uitleveringsprocedure is begonnen waarvan bekend is dat die op niets zal uitlopen. Wel bestaat volgens Starmans de kans dat Chili de man als ongewenste vreemdeling het land uitzet, met als meest voor de hand liggende land Nederland.

Landsadvocaat mr. E. Daalder verwierp de beschuldigingen. Volgens hem kan Chili zonder verdrag aan een uitleveringsverzoek voldoen. Bij de Chileense autoriteiten is nagegaan of die het uitleveringsverzoek in behandeling wilden nemen. “Dat bleek het geval.” Uitspraak 21 juli.