Ruim vier ton voor afgetreden Attali

ROTTERDAM, 7 JULI. Jacques Attali, de voorzitter van de Oost-Europabank (EBRD) die vorige maand aftrad wegens kritiek op uit de hand gelopen huisvestingskosten van de bank, krijgt vrijwel zeker een netto vertrekpremie van 147.000 pond sterling (420.000 gulden). De belastingvrije som is in het contract van Attali overeengekomen toen hij de functie aanvaardde. Het document werd destijds door minister Kok (financiën) ondertekend, die voorzitter van de raad van toezichthouders van de bank was. Dit heeft een woordvoerder van de EBRD vanmorgen bevestigd.

De gouden handdruk, die gelijk staat aan een jaarsalaris, wordt niet uitgekeerd wanneer de toezichthouders van de bank een zwaarwegende reden tot ontslag kunnen aanvoeren. Die reden kan blijken uit een onderzoek naar de overbestedingen, dat half juli wordt afgerond. “Maar omdat Attali zelf al is afgetreden, is een ontslag niet aan de orde en doet de uitslag van het onderzoek dus niet ter zake”, zei een interne bron bij de bank vanmorgen. Voor bancaire kringen is Attali's vertrekpremie overigens aan de lage kant.

Er komt geen interim-president, zodoende blijft Attali in functie tot een opvolger is benoemd. De Zweedse minister van financiën Ann Wibble, die momenteel voorzitter is van de raad van toezicht bij de bank, zei gisteren tijdens een toespraak tot het personeel van de bank dat de president van de Franse centrale bank, Jacques de Larosière, en de Deen Henning Christophersen, die binnen de Europese Commissie belast is met economische zaken, zijn voorgedragen voor de functie.