Roemeense mafia plundert Turken op weg naar familie

GIURGIU, 7 JULI. Op vijftig meter voor de slagbomen van de grens bij Giurgiu tussen Roemenië en Bulgarije waakt de Turkse Hatice Peksen uit Apeldoorn achter het stuur van haar auto tegen al die bandieten om haar heen. De vakantie is begonnen. Het is half zes in de ochtend. Hatice Peksen zit klaar om onmiddellijk op te trekken als er beweging komt in de rij auto's voor haar. Daarvan is de laatste zeven uur weliswaar geen sprake geweest, maar wie op het cruciale moment inslaapt wordt genadeloos voorbijgereden. Achterin de auto, vrijwel bewusteloos, ligt haar man, in zijn armen hun dochtertje van tweeëneenhalf. Gedrieën zijn ze op weg naar hun dorpje in Turkije.

Mevrouw Peksen huilt gedurende het hele gesprek. “Mijn kind heeft al vijf dagen geen warm eten gehad, ons drinken is vrijwel op. Zoiets hebben we nog nooit meegemaakt. Beesten worden beter behandeld. Nergens is iets te eten of drinken te koop, opbellen kan niet.” Woede klinkt in haar stem als ze begint over de "Roemeense mafia', waarmee ze trouwens ook op parkeerplaatsen elders op de route te maken heeft gehad. Voortdurend vallen ze mensen in de lange rij lastig. Als niet wordt ingegaan op hun voorstellen, schoppen ze gewoon deuken in auto's en beschadigen buitenspiegels en antennes. Soldaten, politie en grensbewakers staan er naar te kijken en treden niet op.

Met het begin van de bouwvak is vanuit Nederland en Duitsland de grote jaarlijkse vakantie-exodus naar Turkije weer op gang gekomen. Door de oorlogssituatie in het voormalige Joegoslavië is de overgrote meerderheid die per auto reist voor het eerst aangewezen op een grote omweg via Hongarije, Roemenië en Bulgarije. In deze drie landen blijkt de bureaucratische grensbewaking totaal niet ingesteld op het verwerken van zulke grote aantallen toeristen. Zo neemt het passeren van de Hongaars-Roemeense grens alleen al dertig tot vijfendertig uur in beslag. Maar deze eerste beproeving is, zo zeggen de reizigers, een peuleschil in vergelijking tot het passeren van Giurgiu aan de Donau, tegenover de Bulgaarse stad Roese, waar de wachttijden voor personenauto's zijn opgelopen tot ten minste twee dagen en nachten. De grootste problemen worden veroorzaakt door een groep door de Roemeense grensbewaking getolereerde criminelen die als aasgieren permanent rondom de vermoeide toeristen cirkelen.

Criminaliteit op de Roemeense wegen en in het bijzonder bij de grenspost Giurgiu is voor truckchauffeurs uit het Westen een al veel langer bekend fenomeen. Bij het Nederlandse ministerie van Verkeer en Waterstaat en de ondernemersorganisatie Transport en Logistiek Nederland worden met grote regelmaat klachten gedeponeerd door chauffeurs die in "het wilde oosten' zijn beroofd of mishandeld. Die klachten hebben tot nog toe niet geleid tot verbeteringen.

Pag 5: Criminelen maken Roemeense grenspost aan de Donau onveilig

De beroepschauffeurs die zich inmiddels met allerlei preventiemaatregelen, tot en met messen en ijzeren staven toe, wapenen tegen de gevaren van de tocht, kunnen nu even profiteren van het toeristische hoogseizoen: de criminelen richten zich liever op de weerloze toeristen die geen weet hebben van deze dreiging en totaal niet zijn voorbereid op de moeilijkheden.

Alle reizigers in de eindeloze rij, en dat zijn voor het overgrote deel Turken met tot de nok toe volgestouwde auto's, hebben dezelfde klachten. Van alles wordt de vastgelopen reizigers beloofd: de Roemenen bieden hun aan in de stad eten en drinken voor ze te gaan kopen of boodschappen door te bellen naar familieleden. Of ze verkopen "certificaten' die bij de grensovergang voorrang zouden bieden aan gezinnen met zieke kinderen. Kosten vijftig mark. Wie er in trapt is zijn geld kwijt voor een waardeloos stuk papier. Niet dat de dieven spoorloos verdwijnen: schaamteloos duiken ze enige tijd later in de onmiddellijke omgeving van de gedupeerden weer op om nieuwe slachtoffers te benaderen. Wie probeert de schade te verhalen loopt de kans dat zijn auto achter zijn rug wordt leeggestolen door handlangers.

Halil Karakoc uit Duitsland wijst de mannen aan die hem 130 mark afhandig hebben gemaakt. Natuurlijk is hij stom geweest, maar wat doe je als je vijf kinderen niets meer te drinken hebben. Zijn grootste stommiteit was dat hij inging op een voorstel om zich voor honderd mark via achterweggetjes tot vlak voor de grenspost te laten brengen. De grensbewaking stuurde hem terug en hij kon weer achteraan in de rij beginnen. Zijn gezin houdt hij al dagen op de been met een beetje water en een restant koekjes.

Thomas Steinmayer uit Wenen wijst ergens achter zich in de verte op de vraag hoever hij al is gevorderd op de weg naar de grensovergang. Hij komt poolshoogte nemen. Zijn vrienden wachten in de auto, twee kilometer terug langs de laan omzoomd met bomen, waar de stank van urine en uitwerpselen overheerst, afval rondslingert en wolken minuscule muggen venijnig steken. Het enige voordeel van die plek is het bladerdak dat de hete zon tegenhoudt. Op de laatste honderden meters voor de slagbomen loopt de temperatuur in de loop van de dag op tot 38 graden.

Volgens Steinmayer voeren de grensbeambten gerichte vertragingsacties uit. “Zij maken de toeristen murw om het de mafia, waarmee ze samenwerken, makkelijker te maken. Er is toch geen enkele reden mensen op doorreis zo lang op te houden. Hun bestemming is bekend, de paspoorten en doorreisvisa in orde.”

Aan een samenwerkingsverband tussen politie en criminelen hoeft volgens de truckchauffeurs niet te worden getwijfeld. Op de bewaakte parkeerplaatsen waar zij 's nachts staan doen verhalen de ronde over collega's die zich met geweld hebben verzet tegen dreigementen en aanvallen van criminelen, die vervolgens het lef hebben er zelf de politie bij te halen.

Als de vrachtwagen van Weys Inter-Europa, waarin ik meereis van Boedapest tot Sofia, is gevorderd tot een tiental meters voor de slagbomen zien we hoe de voordring-truc werkt. In een afgesloten zijstraat wordt een hek opzijgezet en vier goed geklede jonge mannen loodsen geagiteerd een auto met een Zweeds en een met een Belgisch nummerbord in de rij. Het is een opvallende manoeuvre die alleen de Belg voordeel oplevert. De Zweed wordt betrapt door de grensbeambten en teruggestuurd.

De Nederlandse Ellen van Turnhout vertelt dat uit auto's achter haar in de rij drie kinderen met uitdrogingsverschijnselen naar het ziekenhuis zijn gebracht. De Roemeense autoriteiten aan de grens willen over deze kwesties geen mededelingen doen.

Ook de Turkse vrienden met wie Ellen van Turnhout op reis is zijn tevergeefs ingegaan op een aanbod via een omweg vooraan in de rij te komen. “Ze hadden er wel duizend gulden voor over om hun gezinnen daar weg te krijgen”, aldus Van Turnhout. In een zijstraat vlak bij de grenspost maakte de man die de transactie zou uitvoeren zich snel uit de voeten. Haar vrienden gingen op onderzoek uit, Ellen van Turnhout bleef achter met de kinderen. “Plotseling stonden er vijf kerels bij ons busje die zeiden dat ze "platina en marken' moesten hebben. Ik heb ze aan de praat kunnen houden tot mijn vrienden terugkwamen.”

Wie uiteindelijk Roemenië achter zich laat, kan opnieuw in de rij gaan staan op de bijna drie kilometer lange brug over de Donau, voor de controlepost aan Bulgaarse zijde. Maar dan is het nog maar een kwestie van uren. Een enkele volhouder begint hier nog een twistgesprek met automobilisten die zijn voorgedrongen. Maar de opluchting overheerst.