Prokofjevs Eerste Vioolconcert braaf en suikerzoet

Concert: Robeco Groep Zomerconcerten. Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Hans Vonk, m.m.v. John Browning, piano. Programma: Prokofjev: Tweede Pianoconcert. Tsjaikowski: Vijfde Symfonie. Gehoord: 5/7 Concertgebouw, Amsterdam. Concert: Robeco Groep Zomerconcerten. Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Hans Vonk, m.m.v. Leonidas Kavakos, viool. Programma: Ljadow: Het betoverde meer. Prokofjev: Eerste Vioolconcert. Tsjaikowski: Derde Symfonie. Gehoord: 6/7 Concertgebouw, Amsterdam.

"Ongelooflijk moeilijk en meedogenloos vermoeiend' noemde Prokofjev zijn Tweede Pianoconcert uit 1913. Net als de Sacre du Printemps van Stravinsky, veroorzaakte dit werk tijdens de door Prokofjev zelf gespeelde première in Petersburg een rel. De verontwaardigde critici vergeleken het Tweede Pianoconcert met "een wild dier', en Prokofjev versterkte die indruk door het stuk met een genadeloos "scherp en droog toucher' uit te voeren. Alsof de componist het naderende onheil van de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie voorvoelde, drukt het Tweede Pianoconcert dreiging en angst uit. En in het eerste deel lijkt de solocadens van de piano, die bijna vijf minuten vergt, een ironische poging af te rekenen met het dolgedraaide virtuozendom. Was zo'n cadens van oudsher bedoeld om de solist met zijn veren te laten pronken, in de cadens van Prokofjevs Tweede Pianoconcert ontbloot de pianist grimmig zijn tanden.

De Amerikaanse pianist John Browning bracht het daarbij niet verder dan een imponerende tandpastaglimlach. Instrumentaal gesproken deed Browning zijn faam als klavierleeuw alle eer aan, door Prokofjevs gruwelijke notenbrij nagenoeg foutloos en met bewonderenswaardige souplesse te verklanken. Maar zijn ongenaakbare vertolking was te motorisch, te gepolijst en te eenzijdig van kleur om recht te doen aan Prokofjevs sarcasme.

Ook boterde het aanvankelijk niet helemaal tussen Browning en het Radio Filharmonisch Orkest, dat onder leiding van Hans Vonk met grote inzet musiceerde. Browning was zo geobsedeerd in de weer met zijn lastige partij, dat Vonk er pas na verloop van tijd in slaagde werkelijk contact te leggen tussen solist en orkest.

De volgende avond was dat contact er wel meteen, tijdens de uitvoering van Prokofjevs Eerste Vioolconcert door de Griekse violist Leonidas Kavakos en het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van dezelfde dirigent. Maar van dit lyrische en dromerige werk, dat in 1918 voor het eerst in Parijs werd uitgevoerd, gaf de ijverig solerende Kavakos een zo brave en suikerzoete interpretatie, dat de verveling al gauw toesloeg. Terwijl pianist Browning tenminste krachtig en integer had geklonken, wekte violist Kavakos de troosteloze indruk dat hij uitsluitend bezig was met het vermijden van schoonheidsfoutjes aan de buitenkant.

Dankzij de ge inspireerde en degelijke dirigeerstijl van Hans Vonk, vormde de muziek van Tsjaikowski dan ook het hoogtepunt van beide concerten. Verreweg het meest indrukwekkend klonk diens Vijfde Symfonie, waarvan het Radio Filharmonisch Orkest met veel raffinement een intense impressie gaf. Veel slordiger was het optreden van het Rotterdams Philharmonisch Orkest in Tsjaikowski's Derde Symfonie, maar dankzij de genuanceerde spanningsopbouw van Vonk was het resultaat toch bevredigend.