Niets is wat het lijkt in Red Rock West

Red Rock West. Regie: Jon Dahl. Met: Nicolas Cage, Dennis Hopper, J.T. Walsh, Lara Flynn Boyle. In 5 theaters.

Het eerste beeld van Red Rock West zet ferm en duidelijk de toon. We horen op een compositie van Ry Cooder genspireerde muziek en zien een in de verre verte tussen oranje rotsen verdwijnende highway. Een stoffige auto stopt en er stapt een man uit, net niet meer jong, maar stoer en sterk. Naast de weg drukt hij zich krachtig een paar maal op, eerst steunend op zijn ene hand dan op de andere. Pas dan krijgen we te zien dat schijn bedriegt. Zijn blik is te open om stoer te noemen en een van zijn jeans-broekspijpen verbergt een beugel, een herinnering aan zijn carrière als marinier in Vietnam.

Jon Dahl, co-scenarist en regisseur, haalt met zijn Red Rock West keer op keer diezelfde ontmaskertruc uit. Hij zinspeelt op een vast gegeven, meestal uit de door Hollywood gecreëerde Amerikaanse mythologie, om het vervolgens met een kleine tik op zijn kant te zetten. Daarin wordt hij stevig bijgestaan door director of photograpy Mark Reshovsky, die met kleur, licht en camera-instelling telkens de vereiste sfeer weet te wekken, eerst herkenbaar en comfortabel, vervolgens belust op dwaling en verwarring. Samen maakten ze een cowboy-film, een hedendaagse waarin geen paard wordt gereden maar auto, maar waarin de saloon nog altijd het uitgangspunt is en de plaatselijke belle het doel. Alleen is die belle niet de gebruikelijke frisgewassen schat, in wie een perfecte huisvrouw, een liefhebbende echtgenote en een ideale moeder schuilgaan, maar een femme fatale van het soort dat thuishoort op het natte asfalt van de grote stad - in de film noir, dus.

Want wat voor uiterlijk en omstandigheden geldt, gaat ook op voor de personages van Red Rock West. Geen van allen zijn ze wat ze lijken, niet voor ons, niet voor elkaar, niet voor zichzelf en daarbij wordt nu en dan ook nog de een voor de ander aangezien of geeft de een zich uit voor de ander. De berooide hoofdpersoon, attractief loom neergezet door Nicolas Cage, ziet zichzelf als een harde figuur die er niet mee zit om als het wat oplevert de grenzen van de wet te overschrijden. Maar hij is eenvoudig te eerlijk. Een greep in de kassa van een verlaten pompstation brengt hij niet op, hoe blut hij ook is en hoe weerloos de bejaarde bediende. Liegen kan hij ook al niet, hij zegt waar het op staat, ook als hij een leugen om bestwil wil verkopen. Eindelijk brengt hij het dan op: hij zwijgt wanneer iemand hem verslijt voor een huurmoordenaar en incasseert het voorschot op de betaling voor een moord. Die wil hij niet plegen, natuurlijk, sterker, eer hij het aankan te verdwijnen met het geld gaat hij het beoogde slachtoffer waarschuwen.

Aan de andere kant staat Dennis Hopper, als de huurmoordenaar voor wie Cage' personage wordt aangezien. Gevaarlijk, luidruchtig, tot in de puntjes gekleed als de eerste de beste pooier uit Texas. Maar ook iemand die zijn eigen charme niet kan ontlopen en die oprecht verheugd is in een ander een mede-Vietnamveteraan te ontdekken, van hetzelfde onderdeel nog wel. Tussen hen in staat, als een soort draaipunt, de enige ondubbelzinnige figuur, de in alle opzichten niet deugende kroegbaas. Hij schopte het echter weer wel tot sheriff van het verlaten stadje in dat lege, nog steeds Wilde, Westen waar Jon Dahl hen samenbrengt.

Dahl houdt ze gevangen in een amusante draaikolk waar ze, telkens als ze naar de kant gekrabbeld zijn, zo rabiaat worden gedwongen terug te keren naar het middelpunt in de diepte, dat de aanblik van het verroeste plaatsnaambord met de woorden "Red Rock West' een geslaagde running gag wordt.