Muizeleed

In Vuile handen (Achterpagina, 1 juli) stelt Beatrijs Ritsema zich op het standpunt dat nodeloos dierenleed voorkomen moet worden: kikkers niet opblazen, spinnen geen poten uittrekken, en katten geen blikjes aan de staart binden.

Ik zou daaraan toe willen voegen: als het de enige fout van een muis is dat hij zich op de verkeerde plaats bevindt, dan gaat de doodstraf te ver. Levend vangen en elders weer loslaten is beter, en daarover ging De beste muizeval ter wereld (Achterpagina, 8 juni). Ritsema had er dolblij mee moeten zijn - in plaats daarvan verwijt ze me hypocrisie. Ik ben al decennia zo hypocriet als een klapdeur, maar niet om de redenen die Ritsema aanvoert.

De op één na meest aperte onjuistheid is dat ik “geen veldmuizen maar huismuizen” zou hebben gevangen en losgelaten. Waar staat dat in hemelsnaam? Ik heb het alleen over muizen; in feite waren het rosse woelmuizen en huismuizen met veel veldervaring. Ritsema's vrees dat ze na uitzetting in het Haagse Bos wel gedwongen waren om Huis ten Bosch binnen te gaan (want huismuizen), en dat ze daar dan aan de wrede vangstmethoden van de lakeien zouden worden blootgesteld, kan onmogelijk op mijn stuk gebaseerd zijn. Misschien de projectie van een heimelijk SM-verlangen? De geheime wens om als dier verkleed een bekend gebouw binnen te dringen om te zien wat er dan gebeurt, leeft bij veel mensen - in een muizepak door de residentie van H.M. de koningin willen rennen in de hoop dan wreed gevangen te worden door een lakei (of door een hofdame natuurlijk) is op dat verlangen slechts een bizarre, maar begrijpelijke variant. Ritsema hoeft zich nergens voor te schamen.

Had ze mijn stuk goed gelezen, dan had ze verder geweten dat ik geen dertig maar drie kilometer van Huis ten Bosch woon, dat ik daar geen 10 maar ten minste 22 muizen losliet (het waren er nog meer, maar mijn ruimte was beperkt), en dat ik me juist wel zorgen maakte over hun verdere lot: het staat met zoveel woorden in de laatste zin! Ritsema maakt daarvan dat ik “geen traan zou laten” als de uitgezette muizen “in latere instantie het loodje zouden leggen”. Dat is waar, maar om een universelere reden dan zij suggereert: iedere muis gaat ooit dood, daar valt niet tegenop te huilen.