Minister Pronk: meer migranten naar Nederland

DEN HAAG, 7 JULI. Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) wil dat Nederland meer migranten opneemt. Dat komt de "dynamisering' van de Nederlandse samenleving ten goede, aldus Pronk tijdens de presentatie van het Wereld Bevolkingsrapport 1993.

Ook in het verleden heeft Pronk gepleit dat Nederland wordt aangemerkt als een migrantenland. Het kabinet streeft erna het aantal migranten te beperken. Pronk wil dat de Partij van de Arbeid in haar verkiezingsprogramma gaat pleiten voor een verruiming van toelatingsgronden. Hij heeft wel begrip voor de maatregelen van westerse landen om de migrantenstroom in te perken maar hij is ook van mening dat het westen die maatregelen eenzijdig heeft vastgesteld. Beperking van het aantal migranten dreigt afbreuk te doen aan de "verrijking' van de Nederlandse samenleving.

Pronk zei dat de verscherping van de toelatingsgronden migranten die hier een paar jaar willen werken dwingt om te kiezen tussen illegaliteit of het aanvragen van asiel. “Dat is onwaardig”, aldus Pronk. Ghanezen of andere Westafrikanen moeten de gelegenheid krijgen zich in te schrijven als tijdelijk werkzoekenden. Dat zou ook het aantal asielverzoeken kunnen beperken”, aldus Pronk die zijn publiek eraan herinnerde dat Nederland al sinds de zeventiende eeuw veel profijt heeft gehad van een ruim toelatingsbeleid.

De VVD noemt het verbijsterend dat Pronk voorstellen doet die haaks staan op het beleid van staatssecretaris Kosto van Justitie, die een partijgenoot van Pronk is. “Wie spreekt hier namens de regering”, vraagt het Tweede Kamerlid Weisglas van de VVD zich af. “Pronk verdedigt dus dat mensen die op goede gronden geen verblijfsvergunning krijgen onderduiken in onze samenleving. Hoe kan een minister dat zeggen?”, aldus Weisglas. Samen met het VVD-Kamerlid Wiebenga heeft hij naar aanleiding van Pronks uitlatingen vragen gesteld aan staatssecretaris Kosto van Justitie.

Ook het CDA wijst de sugegesties van Pronk van de hand. Krajenbrink (CDA): “Het kabinet heeft een heldere lijn uitgezet. Met deze bijdrage van Pronk wordt het kabinet geen dienst bewezen en ik wijs haar volstrekt van de hand. We weten dat Pronk een rijke fantasie heeft maar hij zou het kabinet een dienst bewijzen zich niet met deze zaak in te laten. Daarmee zeg ik niet dat het migrantenbeleid alleen een zuiver justitiële zaak is maar het kabinet zit daarmee op de goede weg en moet haar eenheid in deze zaak bewaren”.